<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5665</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T16:20:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/586078 / JL RK 24-963</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5665">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5665</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T16:18:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5665 Rechtbank Midden-Nederland , 10-02-2025 / C/16/586078 / JL RK 24-963</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5665:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling 6 maanden, opdracht aan GI om te kijken of traumatherapie eerder moet starten, omdat het trauma minderjarige lijkt te belemmeren in het contact met de moeder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5665:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/586078 / JL RK 24-963</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 februari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>, gevestigd te Almere,</para>
      <para>hierna te noemen de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [ouder 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [plaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. E. Lucas te Lelystad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [ouder 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [plaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. G.J.A.M. Gloudi te Lelystad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december 2024;</para>
      <para>- het bericht van de moeder met bijlagen van 10 februari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de vader met zijn advocaat;</para>
      <para>- de moeder met haar advocaat;</para>
      <para>- [persoon 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);</para>
      <para>- [persoon 2] namens de GI.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover op 5 februari 2025 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont bij zijn vader.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vader is het in de basis eens met het verlengen van de ondertoezichtstelling. Hij vindt dat er door de GI en de therapeut niet naar [minderjarige] geluisterd wordt en daar heeft hij veel moeite mee. De GI heeft samen met de therapeut van Praktijk Valida een plan gepresenteerd waarin staat dat het besluit van de rechtbank is om toe te werken naar een co-ouderschap, terwijl de rechtbank dit niet heeft besloten. Er worden evaluatiegesprekken gepland, maar deze gesprekken worden niet ervaren als evaluatiemomenten. Ook zijn er dingen verteld die niet juist zijn en waardoor [minderjarige] niet de ruimte voelt om zich uit te spreken. Het vertrouwen is beschadigd en om die reden heeft de vader een klacht ingediend bij Praktijk Valida. Een mogelijke oplossing is om de ondertoezichtstelling door een andere GI uit te laten voeren of door een ander team van Samen Veilig Midden-Nederland. De vader is niet tegen behandeling van [minderjarige] en ook niet tegen verruiming van de omgang, maar dan moet [minderjarige] dat ook willen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De moeder is het eens met verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij ziet dat [minderjarige] knel zit tussen de ouders en zij hem kennelijk (onbedoeld) beïnvloeden. [minderjarige] voelt zich niet betrokken bij het opbouwschema van de omgang en de moeder vindt het ook lastig om die verantwoordelijkheid bij hem neer te leggen. De moeder ervaart de evaluatiegesprekken anders dan de vader en [minderjarige] . Uit de verslagen blijkt dat iedereen (ook [minderjarige] ) het eens is met de verruiming van de omgang. De gesprekken tussen haar en [minderjarige] verlopen volgens haar ook goed. De moeder heeft tijdens de gesprekken niet het gevoel dat [minderjarige] zich niet naar haar uitspreekt.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.<footnote-ref linkend="_5f735285-c7eb-4344-9c90-28bfaa978a13" /> De kinderrechter is van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn nog steeds aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] nog steeds in een loyaliteitsconflict verkeert. Het SCHIP-traject tussen de ouders is gestopt en de ouders staan nu op de wachtlijst voor solo-parallel ouderschap. Tussen [minderjarige] en de moeder vinden bij Praktijk Valida gesprekken plaats om het vertrouwen te herstellen. Deze gesprekken en de behandeling van [minderjarige] bij Praktijk Valida is kortgeleden gestaakt, omdat de vader op 7 februari 2025 een klacht heeft ingediend. De moeder heeft hiervan op 10 februari 2025 bericht ontvangen. Er is nog niet gestart met traumatherapie voor [minderjarige] , terwijl dat naar het oordeel van de kinderrechter wel hard nodig is. De kinderrechter vraagt zich, net als de Raad af, waarom de GI ervoor gekozen heeft om de prioriteit te leggen bij uitbreiding van de omgang tussen de moeder en [minderjarige] , terwijl er mogelijk onderliggend trauma is die de uitbreiding in de weg kan zitten. De gezinsvoogd die het gezin begeleidt was niet bij de zitting aanwezig. De vervanger kon deze vraag niet beantwoorden. Uit het Evaluatie &amp; Vervolgplan van 12 december 2024 volgt dat de therapeut van Praktijk Valida en de GI hebben gemerkt dat [minderjarige] worstelt met de uitbreiding van de omgang. Om die reden is ervoor gekozen om deze belasting van de uitbreiding van de omgang met de moeder bij [minderjarige] weg te halen en, in samenspraak met zijn therapeut, een plan voor de uitbreiding te maken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige] heeft bij de kinderrechter aangegeven dat hij het gevoel heeft dat er niet naar hem wordt geluisterd en dat het plan van de GI om de zorgregeling met de moeder uit te bouwen naar een co-ouderschapsregeling, voor zijn gevoel al vaststaat. [minderjarige] geeft aan dit niet te willen, omdat het reizen naar [plaats] veel van hem vraagt en hij niet toekomt aan het maken van huiswerk. Het moet duidelijk zijn dat er wel naar [minderjarige] geluisterd wordt, maar dat er mogelijk niet wordt beslist wat hij wil. Daar zit duidelijk een verschil in. De kinderrechter meent dat het goed zou zijn als er een gesprek plaatsvindt tussen de GI, de ouders en [minderjarige] waarin duidelijk wordt uitgelegd wat het plan van aanpak is. Daarnaast vindt de kinderrechter het belangrijk dat de GI in overleg met [minderjarige] , de ouders en Praktijk Valida gaat kijken of het misschien toch verstandiger is om de traumatherapie voor [minderjarige] eerder te laten starten omdat het er toch op lijkt dat [minderjarige] door zijn trauma’s zich niet helemaal vrij voelt in het contact met zijn moeder en het heel lastig vindt om dit kenbaar te maken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 22 augustus 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025 door mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Terpstra als griffier, en op schrift gesteld op</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5f735285-c7eb-4344-9c90-28bfaa978a13" label="1">
    <para> Artikel 1:260, eerste lid, BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>