<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T14:33:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/345868-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5604">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T09:58:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5604 Rechtbank Midden-Nederland , 30-10-2025 / 16/345868-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5604:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Integrale vrijspraak. De rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat het de verdachte was die ten tijde van het ongeval op 2 november 2023 de bestuurder is geweest van de personenauto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5604:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/345868-24</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 30 oktober 2025 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren op [1999] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 16 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie: mr. E.C.A. Bakker;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte: mr. I.P.J. van den Heuvel-Beerens.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging <?linebreak?></title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">primair (artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994)</emphasis>
      </para>
      <para>op 2 november 2023 in Amersfoort als bestuurder van een personenauto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt door, na voorafgaand gebruik van alcohol en/of cocaïne, terwijl zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, de controle over het voertuig te verliezen en vervolgens de berm in te rijden waarna het voertuig op zijn dak in het water van een naastgelegen sloot terecht is gekomen, waardoor [A] , een inzittende van voornoemde personenauto, werd gedood en [B] , een inzittende van voornoemde personenauto, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, dan wel letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering van normale bezigheden is ontstaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">subsidiair (artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994)</emphasis>
      </para>
      <para>op 2 november 2023 in Amersfoort als bestuurder van een personenauto op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 2 november 2023 in Amersfoort in een personenauto heeft gereden terwijl het alcoholgehalte in zijn bloed 1,32 milligram ethanol/alcohol per milliliter bloed bedroeg en het cocaïnegehalte in zijn bloed 19 microgram cocaïne per milliliter bloed bedroeg;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>op 2 november 2023 in Amersfoort in een personenauto heeft gereden zonder geldig rijbewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 primair, feit 2 en feit 3 heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie eist dat aan de verdachte de volgende straf en maatregel wordt opgelegd:</para>
      </parablock>
      <para>- een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden gekoppeld zoals die gelden tijdens het nu lopende reclasseringstraject (parketnummer 16-032557-22), te weten:</para>
      <parablock>
        <para>o dagbesteding;</para>
        <para>o meewerken aan het aflossen van schulden;</para>
        <para>o meewerken aan controles op het alcohol- en drugsgebruik;</para>
        <para>o meldplicht;</para>
        <para>o woonbegeleiding;</para>
      </parablock>
      <para>- de maatregel van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van alle  in de beschuldiging genoemde feiten. De standpunten van de advocaat van verdachte worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging kunnen krijgen dat verdachte de ten laste feiten heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van het dossier en het verhandelde op de zitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.</para>
        <para>Op 2 november 2023 vindt in Amersfoort een eenzijdig ongeval plaats waarbij een personenauto in een bocht naar links, volgend op een minder scherpe bocht naar rechts, van de rijbaan raakt en vervolgens over de kop slaat en op de kop tot stilstand komt in een naast de rijbaan en naast de berm gelegen sloot. Naar aanleiding van een melding van een voorbijganger komt de politie ter plaatse. De politie treft twee mannen aan, naar later blijkt de verdachte en [B] (hierna: [B] ). Zij liggen in de berm en roepen beiden om hulp. Vervolgens blijkt in het voertuig, op de passagiersstoel, nog een derde man te zitten. Deze man, die later [A] (hierna: [A] ) blijkt te zijn, wordt naar het ziekenhuis gebracht waar hij niet veel later komt te overlijden. Ook [B] en de verdachte worden naar het ziekenhuis gebracht waar bij beiden fors letsel wordt geconstateerd. Alle inzittenden waren onder invloed van alcohol en/of drugs. De personenauto stond op naam van de vriendin van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verklaring van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft verklaard dat hij geen enkele herinnering heeft aan de dag zelf en het ongeval en stukken van zijn geheugen kwijt is. Na het ongeval heeft de verdachte 3,5 week in coma gelegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is de verdachte de bestuurder geweest van de personenauto?</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat er geen bewijs is dat de verdachte de bestuurder was. De eerste vraag die de rechtbank dus moet beantwoorden is of de verdachte ten tijde van het ongeval de bestuurder van de personenauto is geweest. Als de rechtbank niet kan vaststellen dat de verdachte de bestuurder is geweest van de personenauto ten tijde van het ongeval, moet hij immers vrijgesproken worden van alle in de beschuldiging genoemde feiten. De vraag of de verdachte de bestuurder is geweest, althans of daar voldoende wettig en overtuigend bewijs voor is, moet beantwoord worden aan de hand van de wettelijke bewijsregels. Volgens de wet mag niet tot een bewezenverklaring gekomen worden op basis van de verklaring van één getuige. Indien de verklaring van een getuige betrouwbaar wordt geacht, is nog een bewijsmiddel nodig voor de bewezenverklaring. Het is daarbij ook voldoende als de verklaring van deze getuige op bepaalde punten steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan de getuige. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegenover de politie die ter plaatse komt, verklaart [B] dat er drie personen in de auto zaten. Op dat moment wordt door een andere politieagent ook aan de verdachte gevraagd met hoeveel personen hij in het voertuig heeft gezeten. Hierop verklaart de verdachte dat het een auto vol personen zou zijn geweest en daarna dat het om vier of vijf personen zou gaan. Het dossier bevat echter geen aanwijzingen dat het voertuig meer dan drie inzittenden heeft gehad. Vast staat dat [A] op de passagiersstoel heeft gezeten. Dat maakt dat of de verdachte of [B] de bestuurder van het voertuig is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie gebruikt voor de vaststelling dat de verdachte de bestuurder van de personenauto is geweest de verklaring die [B] direct tegenover de politie ter plaatse heeft afgelegd. [B] heeft verklaard dat de verdachte de auto bestuurde en dat hij zelf niet kon rijden, omdat hij beide enkels heeft gebroken en zijn enkels net een paar dagen uit het gips zijn. De officier ziet ondersteuning voor deze verklaring in een melding in de politiesystemen over een valpartij vanaf de eerste etage op 10 september 2023, waarbij [B] op zijn enkels was gevallen en er niet meer op kon staan. De ambulance heeft hem toen nagekeken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat zij behoedzaam om moet gaan met de door [B] afgelegde verklaring. [B] kan namelijk een belang hebben bij een voor hem ontlastende verklaring. In het geval dat hij de bestuurder van het voertuig is geweest, heeft hij er een belang bij om de verdachte aan te wijzen als de bestuurder en zo zelf eventuele strafrechtelijke vervolging te ontlopen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen waaruit volgt dat verdachte ten tijde van het ongeval de bestuurder is geweest van de personenauto. Voor deze vaststelling bevat het dossier ook onvoldoende steunbewijs. Er zijn geen forensische onderzoeksresultaten op grond waarvan de identiteit van de bestuurder kan worden vastgesteld en het dossier bevat geen verklaringen van getuigen die hebben gezien dat verdachte die avond in de auto van zijn vriendin heeft gereden. Het dossier bevat wel de verklaring van de getuige [C] dat de verdachte vaker in de auto van zijn vriendin reed, maar dat is, ook met inachtneming van de verklaring van [B] , onvoldoende om te concluderen dat dit ook de avond van en ten tijde van het ongeval het geval is geweest. De rechtbank is van oordeel dat het dossier ook geen verdere onderbouwing bevat voor de verklaring van [B] dat hij de personenauto niet heeft kunnen besturen omdat hij letsel had. De politiemelding van 10 september 2023 is daarvoor onvoldoende. Hieruit kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat [B] op 2 november 2023 niet in staat was om het voertuig te besturen. Dat [B] geen rijbewijs heeft, maakt evenmin dat [B] niet kan hebben gereden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van het dossier en het verhandelde op de zitting kan de rechtbank dus niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat het de verdachte was die ten tijde van het ongeval op 2 november 2023 de bestuurder is geweest van de personenauto. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank begrijpt dat dit een onbevredigend oordeel is voor met name de nabestaanden van [A] , maar de rechtbank kan niet tot een ander oordeel komen, omdat de drempel van wettig en overtuigend bewijs in deze zaak niet wordt gehaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat verdachte de bestuurder is geweest van de personenauto komt zij niet tot het wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte de feiten zoals genoemd in de beschuldiging, heeft gepleegd. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van deze feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mr. J.F. Haeck en mr. M.H. Erich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Bemmelen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">mr. J.F. Haeck is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij, op of omstreeks 2 november 2023, te Amersfoort, althans in Nederland, in elk<?linebreak?>geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een<?linebreak?>motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de afrit van de<?linebreak?>Rijksweg A28, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten<?linebreak?>verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans<?linebreak?>aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,<?linebreak?>- na voorafgaand gebruik van alcohol en/of cocaïne en/of<?linebreak?>- terwijl zijn rijbewijs ongeldig is verklaard als bedoeld in artikel 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994 en/of</para>
    <para>- rijdend met dat door hem bestuurde motorrijtuig over voormelde weg, een in die<?linebreak?>weg gelegen, gezien zijn, verdachtes, rijrichting naar links verlopende bocht,<?linebreak?>volgend op een minder scherpe bocht naar rechts, de controle over zijn, verdachtes,<?linebreak?>voertuig geheel of gedeeltelijk te verliezen, althans het door hem, verdachte,<?linebreak?>bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid te besturen en/of<?linebreak?>- (vervolgens) rechts van de rijbaan de berm in te rijden, waarna het voertuig op zijn<?linebreak?>dak in het water van een naastgelegen sloot terecht is gekomen,<?linebreak?>waardoor een ander, te weten:<?linebreak?>- een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd [A]<?linebreak?>[A] werd gedood en/of<?linebreak?>- een inzittende van dat door hem bestuurde motorrijtuig, genaamd [B]<?linebreak?>zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (boven)been en/of een klaplong, of<?linebreak?>zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of<?linebreak?>verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste,<?linebreak?>tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het<?linebreak?>feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde,<?linebreak?>zevende of negende lid van genoemde wet;<?linebreak?>( art 175 lid 3 Wegenverkeerswet 1994, art 6 Wegenverkeerswet 1994 )<?linebreak?>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<?linebreak?>kunnen leiden:<?linebreak?>hij, op of omstreeks 2 november 2023, te Amersfoort, althans in Nederland, als<?linebreak?>bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de afrit<?linebreak?>van de Rijksweg A28,<?linebreak?>- na voorafgaand gebruik van alcohol en/of cocaïne en/of<?linebreak?>- rijdend met dat door hem bestuurde motorrijtuig over voormelde weg, een in die<?linebreak?>weg gelegen, gezien zijn, verdachtes, rijrichting naar links verlopende bocht,<?linebreak?>volgend op een minder scherpe bocht naar rechts, de controle over zijn, verdachtes,<?linebreak?>voertuig geheel of gedeeltelijk is verloren, althans het door hem, verdachte,<?linebreak?>bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of<?linebreak?>- (vervolgens) rechts van de rijbaan de berm is ingereden, waarna het voertuig op<?linebreak?>zijn dak in het water van een naastgelegen sloot terecht is gekomen,<?linebreak?>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,<?linebreak?>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,<?linebreak?>althans kon worden gehinderd;<?linebreak?>( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )<?linebreak?>2<?linebreak?>hij, op of omstreeks 2 november 2023, te Amersfoort, althans in Nederland, een<?linebreak?>voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen<?linebreak?>besturen, na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en<?linebreak?>geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof(fen) als bedoeld in artikel 8, eerste<?linebreak?>lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne en/of alcohol, terwijl ingevolge<?linebreak?>een onderzoek in de zin van artikel 8 van de genoemde Wet, het gehalte in zijn<?linebreak?>bloed (of adem) bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 19 microgram cocaïne<?linebreak?>en/of 1,32 milligram ethanol bedroeg, in elk geval (telkens) een hoger gehalte dan<?linebreak?>de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die aangewezen stof en/of alcohol<?linebreak?>afzonderlijk vermelde grenswaarde;<?linebreak?>( art 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994 )<?linebreak?>3<?linebreak?>hij, op of omstreeks 2 november 2023, te Amersfoort, althans in Nederland, terwijl<?linebreak?>hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor<?linebreak?>een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was<?linebreak?>verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een<?linebreak?>motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg,<?linebreak?>de afrit van de Rijksweg A28, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van<?linebreak?>die categorie of categorieën heeft bestuurd;<?linebreak?>( art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>