<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T09:46:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11913342</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5568">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T09:45:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5568 Rechtbank Midden-Nederland , 29-10-2025 / 11913342</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5568:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek in kort geding. Vordering tot ontruiming en betaling huurachterstand, worden toegewezen. Vanwege de uitzonderlijke omstandigheid dat het gehuurde bedrijfspand een paar dagen voor de zitting is uitgebrand, geeft de kantonrechter een kortere ontruimingstermijn, omdat dat nu ook in het belang van huurder is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5568:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11913342 \ UV EXPL  25-250 WMB/61313</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 29 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres sub 1] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres sub 1] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres sub 2] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres sub 2] ,</para>
      <para>beiden gevestigd te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.M. Uijttewaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, h.o.d.n. [handelsnaam] ,</para>
      <para>gevestigd in [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eisers hebben [gedaagde] op 17 oktober 2025 gedagvaard. Op 24 oktober 2025 hebben eisers aanvullende producties overgelegd. De mondelinge behandeling vond plaats op 27 oktober 2025. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting is besproken. Namens eisers is verschenen de heer [A] , bestuurder van beide vennootschappen. Hij werd bijgestaan door mr. Uijttewaal. [gedaagde] is niet verschenen. Aan het eind van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt per 1 februari 2023 van (een van) eisers het bedrijfspand met het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats 1] (hierna: het gehuurde) en exploiteert daarin een viswinkel. Eisers willen dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het gehuurde te ontruimen, omdat hij een huurachterstand heeft. Daarnaast willen zij dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de huurachterstand en contractuele boetes te betalen. Eisers hebben erop gewezen dat er op 21 oktober 2025 een brand is uitgebroken in het pand, waardoor het pand vrijwel onbruikbaar is geworden. De vorderingen worden (ten aanzien van [eiseres sub 1] ) toegewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>[gedaagde] is niet op de zitting verschenen. De dagvaarding is wel op de juiste manier aan hem betekend. De kantonrechter verleent daarom verstek tegen [gedaagde] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De vorderingen worden ten aanzien van [eiseres sub 2] afgewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Eisers hebben in de dagvaarding uitgelegd dat de vorderingen namens hen beide zijn ingesteld omdat [eiseres sub 2] voorheen de verhuurder was van [gedaagde] . Zij stellen dat [eiseres sub 1] eigenaar is van het pand en inmiddels in de plaats is getreden van [eiseres sub 2] als verhuurder. Aangezien dat niet is weersproken, gaat de kantonrechter ervan uit dat dat klopt. Daarmee staat vast dat [eiseres sub 2] geen ontruiming of betaling van een huurachterstand van [gedaagde] kan vorderen. Ten aanzien van [eiseres sub 2] zullen de vorderingen daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat [eiseres sub 1] daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat heeft zij, omdat al sprake is van een aanzienlijke huurachterstand, die gelet op de omstandigheden alleen maar verder zal gaan oplopen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De vorderingen worden ten aanzien van [eiseres sub 1] toegewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van [eiseres sub 1] komen de ingestelde vorderingen tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en contractuele boetes de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De kantonrechter zal de vorderingen daarom toewijzen, met inachtneming van het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres sub 1] heeft (primair) gevorderd de ontruiming binnen één maand na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn. Over het algemeen genomen moet die laatste zinsnede zo worden uitgelegd dat de kantonrechter daarmee de mogelijkheid wordt geboden om ontruiming op een langere termijn toe te kunnen wijzen dan gevorderd, als dat in de gegeven zaak op zijn plaats is. [eiseres sub 1] heeft de kantonrechter in overweging gegeven dat die zinsnede in dit geval ruimte biedt om juist een kortere termijn voor de ontruiming te geven, gezien de buitengewone omstandigheid dat het gehuurde kort voor de zitting is uitgebrand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Gelet op het feit dat de kantonrechter in kort geding bevoegd is om een zodanig andere voorziening te treffen als bij de veranderde omstandigheden voor het gegeven geval passend is,<footnote-ref linkend="_b35384a9-08fd-42d3-8d9c-b26da6c77cfa" /> ziet de kantonrechter reden om [gedaagde] tien dagen de tijd te geven om het pand te ontruimen. Naar oordeel van de kantonrechter is dat namelijk ook in het belang van [gedaagde] zelf. Uit het krantenartikel over de brand dat [eiseres sub 1] heeft overgelegd, begrijpt de kantonrechter dat een verdere bedrijfsvoering in het pand voor [gedaagde] voorlopig geen optie zal zijn. [gedaagde] heeft er dus baat bij om [eiseres sub 1] zo snel mogelijk weer beschikking te geven over het gehuurde, omdat hij van daaruit geen inkomsten meer kan genereren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [gedaagde] moet € 1.019,69 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiseres sub 1] vordert verder vergoeding van € 1.403,15 aan buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter ziet reden om de vordering te matigen<footnote-ref linkend="_bc56b6d7-ea7c-4938-abf5-83c24531caab" /> tot het bedrag dat op basis van de staffel uit het Besluit kan worden toegewezen bij de gevorderde hoofdsom aan huurachterstand. [eiseres sub 1] heeft niet onderbouwd waarom het meerdere boven dat bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten in redelijkheid is gemaakt. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 1.019,69 toewijzen. Anders dan [eiseres sub 1] heeft gevorderd, wordt niet de handelsrente, maar de normale wettelijke rente daarover toegewezen. Het gaat hier om een vordering tot vergoeding van schade, waardoor over dat bedrag geen handelsrente over kan worden toegewezen.<footnote-ref linkend="_a3f375f1-8cfa-4807-baa1-ea2771755318" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten van [eiseres sub 1] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De proceskosten van [eiseres sub 1] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,40</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.340,40</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen tien kalenderdagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats 1] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres sub 1] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiseres sub 1] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiseres sub 1] :</para>
      <para>a. € 9.354,34 (inclusief BTW) aan achterstallige huur tot en met 31 oktober 2025, vermeerderd met de contractuele boete gerekend vanaf de respectievelijke vervaldata van de verschuldigde huurtermijnen tot aan de dag der algehele betaling,</para>
      <para>b) 	€ 1.821,78 (inclusief BTW) per maand vanaf 1 november 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres sub 1] te betalen een bedrag van € 1.019,69 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,<footnote-ref linkend="_d9e49ed3-7509-431e-85fe-54c1371f7aa7" /> vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.340,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente<footnote-ref linkend="_f72c66c1-6fa6-4db8-b384-2c1ac8b01b42" /> over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken door mr. V.E.J.A. Boots op 29 oktober 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b35384a9-08fd-42d3-8d9c-b26da6c77cfa" label="1">
    <para> Hoge Raad 14 februari 1946, ECLI:NL:HR:1946:49.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc56b6d7-ea7c-4938-abf5-83c24531caab" label="2">
    <para> Op grond van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3f375f1-8cfa-4807-baa1-ea2771755318" label="3">
    <para> Zie artikel 6:119a BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9e49ed3-7509-431e-85fe-54c1371f7aa7" label="4">
    <para> Als bedoeld in artikel 6:119 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f72c66c1-6fa6-4db8-b384-2c1ac8b01b42" label="5">
    <para> Als bedoeld in artikel 6:119 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>