<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5541</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T09:38:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-354887-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5541">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5541</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T09:38:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5541 Rechtbank Midden-Nederland , 11-06-2025 / 16-354887-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5541:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling en voor dwang. Tijdens een ruzie heeft verdachte uit het niets fors geweld tegen het slachtoffer gebruikt. Verdachte heeft het slachtoffer niet alleen meermaals tegen haar hoofd geslagen, maar haar ook in een houdgreep genomen waardoor haar keel werd dichtgedrukt en zijn vinger in haar oog gedrukt. Het slachtoffer zat onder het bloed en verdachte heeft hardhandig haar kleding uitgetrokken en haar met geweld gedwongen om te douchen, kennelijk om te voorkomen dat anderen zouden zien wat hij haar had aangedaan. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van tien maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5541:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/354887-24 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 11 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats,<?linebreak?>gedetineerd in de P.I. [plaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de  terechtzittingen van 19 februari 2025 (pro forma), 12 mei 2025 (pro forma) en 28 mei 2025 (inhoudelijke behandeling).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie,  mr. L.A. Lepoutre, en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R. van Rhijn, advocaat te Doorn, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>: op 6 november 2024 te Utrecht heeft geprobeerd om [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel haar heeft mishandeld (subsidiair), door haar meermalen tegen haar hoofd en oor te slaan, met zijn arm haar keel dicht te drukken en met zijn vingers in haar ogen te drukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>: op 6 november 2024 te Utrecht [slachtoffer] wederrechtelijk heeft gedwongen om te douchen en haar daarbij meermaals te slaan. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dit betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend te bewijzen. Het slachtoffer heeft meerdere verklaringen over het door verdachte toegepaste geweld afgelegd. Deze verklaringen zijn betrouwbaar, omdat ze consistent zijn en ondersteund worden door (onder meer) de letselrapportage en de verklaringen van getuigen. Het geweld dat verdachte heeft gebruikt was van een zodanige aard dat verdachte voorwaardelijk opzet op de toebrenging van zwaar lichamelijk letsel heeft gehad. De officier van justitie acht ook de onder feit 2 ten laste gelegde dwang wettig en overtuigend te bewijzen. Uit het dossier blijkt dat verdachte het slachtoffer op hardhandige wijze heeft gedwongen om haar kleren uit te trekken en te douchen en dat hij haar hierbij (opnieuw) heeft geslagen. Hiermee is sprake van dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht. Voor zover van belang worden de standpunten van de officier van justitie hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman verzocht om verdachte partieel vrij te spreken van het dichtknijpen van de keel en het met de vingers in de ogen drukken wegens een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Met betrekking tot het meermaals slaan tegen het hoofd heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd en verzocht om dit te kwalificeren als een eenvoudige mishandeling. De raadsman heeft voorts vrijspraak van feit 2 bepleit wegens een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Voor zover van belang worden de standpunten van de raadsman hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_d5fe4346-4528-419f-9a87-1ef994891f29" />
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        </para>
        <para>Ik vroeg aan [slachtoffer] of zij mij kon vertellen wat er was gebeurd. Ik hoorde haar het volgende verklaren: "Mijn ex heeft mij in elkaar geslagen. Hij heeft mijn keel dichtgeknepen en gezegd dat ik de morgen niet zou halen."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik kan het zichtbare letsel als volgt omschrijven:</para>
      </parablock>
      <para>- <?linebreak?>gezicht: bult en rode, verticale, streep op het voorhoofd. Beiden ogen gezwollen en blauw. Neus gezwollen en opgedroogd bloed onder de neus. Boven- en onderlip gezwollen en vol met vers en opgedroogd bloed. Scheur in bovenlip. Linker jukbeen gezwollen.</para>
      <para>- <?linebreak?>nek: horizontale bloeduitstorting ter hoogte van het strottenhoofd. Rode en blauwe vlekken op de huid.</para>
      <para>- <?linebreak?>handen: schaafwond op linkerhand ter hoogte van de knokkels, kleine sneetjes op rechterhand. Handpalmen vol met bloedvlekken.</para>
      <para>- <?linebreak?>benen: bloedspetters op bovenbenen, scheenbenen en voeten.</para>
      <para>- <?linebreak?>rug: rode horizontale handafdruk en vingerafdrukken.<footnote-ref linkend="_c78e7005-7b3f-41c4-bc73-95c35e481cb4" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik vroeg [slachtoffer] nogmaals voorzichtig wat er precies gebeurd was. Ik hoorde haar verklaren: “ik voelde een harde klap in mijn gezicht. Dit bleef doorgaan, ik kreeg zoveel klappen en ik voelde bloed in mijn gezicht. Hij pakte mijn keel vast en kneep deze dicht. Ik hoorde hem zeggen dat hij ervoor zou zorgen dat ik de ochtend niet zou halen. Ik kreeg een klap op mijn oor. Ik voelde dat de klap zo hard was dat ik daarna een hele harde piep in mijn oor had. Hij zei dat ik moest gaan douchen en dat ik mijn kleding uit moest trekken, omdat hij niet wilde dat iemand zou zien wat hij had aangedaan. Ik zag dat hij mijn kleding pakte en deze in de wasmachine deed, hij begon alles schoon te maken. Ik stond onder de douche en in de douche viel hij mij nogmaals aan. Ik heb toen snel mijn onderbroek gepakt en ben, zodra ik kon, het huis uit gevlucht. Ik had niets anders aan dan mijn onderbroek. Ik ben meerdere verdiepingen afgegaan en heb om hulp geroepen<emphasis role="bold">.</emphasis>”<footnote-ref linkend="_537e514e-81b6-408d-a266-123d23111ba7" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        </para>
        <para>Ik hoorde [slachtoffer] het volgende tegen mij zeggen:<footnote-ref linkend="_7c886364-4aa0-4754-a287-9c7b56aa42ad" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Hij ging voor mij staan toen ik nog op bed zat. Hij sloeg heel hard met zijn linker platte hand tegen mijn rechter oor aan. Hij ging voor mij staan en gaf mij weer een klap in mijn gezicht. Ik kreeg een paar klappen van hem tegen mijn hoofd aan. Ik weet niet hoeveel klappen het waren maar hij sloeg mij afwisselend met zijn linker en rechter hand. [verdachte] hield mij in de houdgreep waardoor ik klem lag en niet weg kon. Hij had mij van de achter of zijkant vast. Hij hield zijn rechter arm om mijn nek. En zijn rechter been zat geklemd om mijn lichaam. Ik voelde dat hij mijn nek dicht kneep met zijn arm. Ik dacht dit word mijn dood omdat ik geen adem meer kreeg. Voor mijn gevoel leek het als of ik heel lang geen lucht kreeg. Als ik er nu aan terug denk was dat denk ik dertig (30) [<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: 30 seconden</emphasis>]. Ik voelde ook een vinger in mijn rechter oog drukken. Ik bleef klappen krijgen op mijn gezicht. Ik weet dat hij achter elkaar sloeg, afwisselend met zijn rechter en linker hand. Ik riep nog naar hem: ''laat mij gaan, ik zeg niks tegen de politie maar laat mij gaan.'' Hij riep dat ik niet mocht gaan voordat mijn kleren weer schoon waren. [verdachte] trok hardhandig mijn trui omhoog, over mijn hoofd uit. En hij hielp mij hardhandig mijn broek uittrekken. Hij stuurde mij naar de badkamer. Hij deed mijn kleren in de wasmachine en hij zei dat ik pas mocht gaan als mijn kleren schoon waren. In de douche kreeg ik ook een paar klappen van hem op mijn hoofd. Ik kreeg weer aanhoudende klappen op mijn rechter en linker zijkant van mijn hoofd, en in mijn gezicht. Ik zocht mijn spullen bij elkaar alleen ik bleef klappen krijgen tegen mijn hoofd, gezicht en rug. Toen ik veilig was zag ik pas hoe erg ik onder het bloed zat. Mijn hele lichaam en vooral mijn hoofd deden heel erg pijn. Mijn neus en mond bloedde. Ik voelde ook dat mijn neus, mond, ogen en wangen opgezwollen waren.”<footnote-ref linkend="_7d3a0351-a236-4e14-81b8-3de0a573e33a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen van 12 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        </para>
        <para>Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zij smeekte of zij naar huis kon gaan, toen verdachte [verdachte] haar mishandelde. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat ze tegen [verdachte] zei dat ze tegen niemand iets zou vertellen. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] tegen haar had gezegd dat zij niet weg mocht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] tegen haar had gezegd dat zij eerst moest douchen, voordat zij weg mocht. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] met dwang haar trui uit trok. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat na het douchen [verdachte] haar kleren in de wasmachine had gedaan. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] tegen haar had gezegd dat ze op het bed moest gaan zitten en haar bek moest houden en dat ze pas weg mocht wanneer de wasmachine klaar was. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zij dit wel wilde, maar dat de wasmachine nog een uur en veertig minuten moest draaien voordat deze klaar was en dat [verdachte] ondertussen op haar in bleef slaan. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] tegen haar had gezegd dat hij de voordeur op slot had gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zij het gevoel had dat zij niet kon wachten met vluchten tot de wasmachine klaar was, omdat zij dusdanig mishandeld werd dat zij het gevoel had dat zij het incident niet zou overleven als zij op de wasmachine had gewacht. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zij op een gegeven moment bij de badkamer stond, terwijl [verdachte] wat verder in de slaapkamer stond. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zij op dat moment de kans zag om te vluchten. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat zij op dat moment doodsbang was, omdat [verdachte] had gezegd dat hij de deur op slot had gedaan en zij daardoor dus niet wist of zij wel kon wegvluchten. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] haar nog heeft proberen terug de woning in te trekken, maar dat zij uiteindelijk de voordeur heeft weten te bereiken en heeft kunnen vluchten.<footnote-ref linkend="_f71118de-62be-49ff-89e9-aa146ab52461" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        </para>
        <para>Het klopt dat ik [slachtoffer] drie tot vier keer met mijn platte hand in het gezicht heb geslagen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        </para>
        <para>Ik belde met de meldster waar het slachtoffer in huis was geweest. Zij verklaarde:</para>
      </parablock>
      <para>- Dat zij een hard geluid en hard geschreeuw hoorde</para>
      <para>- Dat zij het geluid van spullen waarmee gegooid werd hoorde</para>
      <para>- Dat ze een onbekende vrouw om de hoek bij de lift zag staan op de kleine galerij</para>
      <para>- Dat ze zag dat de vrouw alleen in haar ondergoed stond</para>
      <para>- Dat ze zag en hoorde dat deze vrouw aan het huilen was</para>
      <para>- Dat ze zag dat deze vrouw overstuur was</para>
      <para>- Dat ze van de vrouw begreep dat ze het koud had</para>
      <para>- Dat ze zag dat het gezicht, de lippen en ogen van de vrouw opgezwollen waren</para>
      <para>- Dat ze bloed op de lippen en neus zag</para>
      <para>- Dat ze vervolgens deze vrouw mee naar binnen had gehaald in haar woning</para>
      <para>- Dat ze vervolgens ook bloed op haar benen zag</para>
      <para>- Dat ze geen wond had gezien op de benen</para>
      <para>- Dat deze vrouw vertelde dat ze mishandeld was door haar vriend</para>
      <para>- Dat ze de vrouw hoorde zeggen dat ze zich uit moest kleden van haar vriend</para>
      <para>- Dat ze de vrouw hoorde zeggen dat ze haar gezicht moest wassen</para>
      <para>- Dat ze de vrouw hoorde zeggen dat ze toen de woning bij haar vriend uit gevlucht was<footnote-ref linkend="_72bd3f23-e537-4a14-b8f7-eec07ee9cc85" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een geschrift, te weten een letselrapportage van 6 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>1.<?linebreak?>Lichaamsdeel: hoofd<?linebreak?>Beschrijving: rond beide ogen roodheid en zwelling zichtbaar. Boven rechteroog op bovenste ooglid een matig begrensde roodpaarse huidverkleuring met lichte zwelling zichtbaar. Roodheid is doorlopend rond linker oog Rond linkeroog een matig begrensde rode huiverkleuring zichtbaar met forse zwelling onder het oog en matige zwelling boven het oog.<?linebreak?>Soort: bloeduitstorting<?linebreak?>Gemelde toedracht bij het letsel: betrokkene zou in het gelaat geslagen zijn</para>
      <para>Past gemelde toedracht bij letsel: zeer goed <footnote-ref linkend="_9c1ebbba-a383-42d3-b3df-20a079089f9a" /></para>
      <para />
      <para>2.<?linebreak?>Lichaamsdeel: hoofd<?linebreak?>Beschrijving<?linebreak?>- Onderlip en bovenlip zijn gezwollen.<?linebreak?>- Op binnenzijde onderlip zijn meerdere horizontale in een lijn liggende huidbeschadigingen zichtbaar met korstvorming.<?linebreak?>- Op binnenzijde bovenlip zijn meerdere huidbeschadigingen met korstvorming zichtbaar<?linebreak?>- Op binnenzijde onderlip aan linkerzijde een paarsrode huidverkleuring zichtbaar<?linebreak?>Soort: tand door lip<?linebreak?>Past gemelde toedracht bij letsel: goed<footnote-ref linkend="_6f41eabd-6dbf-479d-adf7-e5e20492b159" /></para>
      <para>
        <?linebreak?>3.<?linebreak?>Lichaamsdeel: hoofd<?linebreak?>Beschrijving: op linkerzijde behaarde hoofdhuid, halverwege het oor en bovenkant hoofd, een zwelling voelbaar met ongeveer een doorsnede van enkele cm.<?linebreak?>Soort: zwelling<?linebreak?>Gemelde toedracht bij het letsel: betrokkene geeft aan geslagen te zijn op het hoofd<?linebreak?>Past gemelde toedracht bij letsel: goed<footnote-ref linkend="_144b4590-e99f-4aea-8803-2a79f5010f67" /></para>
      <para />
      <para>4.<?linebreak?>Lichaamsdeel: hoofd<?linebreak?>Beschrijving: op buitenrand van oorschelp (helix) een langwerpige redelijk begrensde paarse huidverkleuring. Op achterzijde linkeroorlel een redelijk begrensde paarse huidverkleuring<?linebreak?>Soort: bloeduitstorting<?linebreak?>Gemelde toedracht bij het letsel: betrokkene geeft aan geslagen te zijn op het oor<?linebreak?>Past gemelde toedracht bij letsel: goed<footnote-ref linkend="_ab5cda68-8ad4-4ed5-b1af-fac850abe099" /><?linebreak?></para>
      <para>5.<?linebreak?>Lichaamsdeel: hals<?linebreak?>Beschrijving: op voorzijde hals een redelijk goed begrensde horizontaal lopende paarsrode huidverkleuring. Ongeveer 3 mm hoog en 3,5 cm lang.<?linebreak?>Soort: bloeduitstorting<?linebreak?>Gemelde toedracht bij het letsel: betrokkene geeft aan dat verdachte zijn arm om haar hals geklemd had<?linebreak?>Past gemelde toedracht bij letsel: goed<footnote-ref linkend="_cf232703-c0d3-469f-b986-74efb9c58588" /><?linebreak?></para>
      <para>De hierboven weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrouwbaarheid verklaringen slachtoffer</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer in deze zaak geen aangifte heeft gedaan. In het  dossier bevinden zich echter wel diverse verklaringen van het slachtoffer. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat deze verklaringen betrouwbaar zijn en kunnen bijdragen aan het bewijs. Het slachtoffer heeft bij herhaling en in de kern consistent verklaard over hetgeen zich in de woning van verdachte heeft afgespeeld. Het slachtoffer heeft eerst aan een buurvrouw (de meldster) verteld dat zij door haar vriend was mishandeld en was gedwongen om zich te wassen. Nadat de politie gearriveerd was, heeft zij hetzelfde aan  de verbalisant verteld. Op 6 november 2024, de dag na het incident, heeft het slachtoffer bij de politie een uitgebreidere verklaring afgelegd over wat er in de woning van verdachte is voorgevallen. Hierin is zij gedetailleerd ingegaan op het geweld dat verdachte zou hebben gebruikt. Een kleine week daarna, op 12 november 2024, heeft het slachtoffer opnieuw een verklaring afgelegd, waarin zij nader is ingegaan op de dwang die verdachte zou hebben toegepast. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen die het slachtoffer in de dagen na het incident  heeft afgelegd, gedetailleerd zijn en geen innerlijke tegenstrijdigheden bevatten. De verklaringen komen bovendien inhoudelijk overeen met datgene wat het slachtoffer op de dag van het incident aan de meldster en de verbalisant heeft verteld. De verklaringen worden tot slot op wezenlijke onderdelen ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo past het letsel dat door de verbalisanten en bij het letselonderzoek is waargenomen bij de verklaring die het slachtoffer over het ontstaan van dat letsel heeft gegeven. Gelet op het vorengaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van het slachtoffer die zich in het dossier bevinden, betrouwbaar zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de rechtbank, naar aanleiding van het spreekrecht dat door het slachtoffer werd uitgeoefend, besloten om het slachtoffer als getuige te horen. In haar slachtofferverklaring gaf het slachtoffer namelijk aan dat zij het douche incident onder lichte druk van haar omgeving erger had gemaakt. Als getuige verklaarde zij ter terechtzitting vervolgens dat verdachte goede bedoelingen had en haar had willen helpen door haar onder de douche te zetten. Als haar vervolgens wordt voorgehouden wat zij tegen de politie heeft verklaard over het douche incident, kan zij zich de gebeurtenissen niet meer goed herinneren en geeft zij niet, althans onvoldoende concreet aan wat er niet klopt aan de weergave van haar verklaring in de processen-verbaal. Gelet hierop en nu het slachtoffer kort na het incident meerdere consistente verklaringen heeft afgelegd, die ondersteund worden door andere bewijsmiddelen in het dossier, neemt de rechtbank  bij de beoordeling van deze zaak de eerdere verklaringen van het slachtoffer als uitgangspunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 (poging zware mishandeling dan wel mishandeling)</emphasis>
        </para>
        <para>Het slachtoffer verklaart dat verdachte haar meermaals heeft geslagen, met zijn arm haar keel heeft dichtgedrukt en zijn vinger in haar oog heeft gedrukt. Ter terechtzitting heeft verdachte bekend dat hij het slachtoffer heeft geslagen. De overige geweldshandelingen heeft verdachte ontkend en de raadsman heeft partiële vrijspraak voor deze geweldshandelingen gevraagd. </para>
        <para>Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van het slachtoffer over deze geweldshandelingen voldoende ondersteund worden door de andere bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank dient te beoordelen of het handelen van verdachte kan worden gekwalificeerd als een poging tot zware mishandeling. Bij dit feit moet het vereiste opzet gericht zijn op de toebrenging van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank is van oordeel dat het dossier  onvoldoende aanwijzingen bevat voor de conclusie dat verdachte de  bedoeling (vol opzet) heeft gehad om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank dient vervolgens te bezien of uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte wel voorwaardelijk opzet op de toebrenging van dergelijk letsel heeft gehad. Hiermee wordt bedoeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat het antwoord op de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond om de inhoud van het begrip 'aanmerkelijke kans' afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals hiervoor reeds is overwogen, is in de hals van het slachtoffer letsel passend bij een nekklem waargenomen. Het slachtoffer heeft verklaard dat verdachte zijn arm om haar nek hield, dat ze hierdoor geen lucht meer kreeg en dat dit voor haar gevoel dertig seconden duurde. Het is een feit van algemene bekendheid dat het dichtdrukken van de keel/hals kan leiden tot zuurstofgebrek als gevolg waarvan de hersenen blijvend beschadigd kunnen raken. De kans op dit gevolg is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. Verdachte heeft naast het dichtdrukken van de keel ook meermaals klappen tegen het hoofd van het slachtoffer gegeven en met een vinger in haar oog gedrukt, waardoor de kans op zwaar lichamelijk letsel alleen maar toenam. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De gedragingen van verdachte moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op de toebrenging van zwaar lichamelijk letsel dat het - behoudens contra indicaties -  niet anders kan zijn dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is de rechtbank niet gebleken. Gelet op het vorengaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2 (dwang)</emphasis>
        </para>
        <para>Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien volgt dat het slachtoffer is gedwongen zich uit te kleden en te gaan douchen en daarbij wederom is geslagen. De verklaring van verdachte dat hij het slachtoffer slechts ‘geadviseerd’ en ‘geholpen’ heeft om te douchen, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Na al het geweld dat verdachte op het slachtoffer had toegepast, laat het zich moeilijk indenken dat het slachtoffer vrijwillig in zijn woning is gebleven en daar uit eigen beweging is gaan douchen. De rechtbank betrekt hierbij tevens de omstandigheid dat het slachtoffer  in haar ondergoed het huis uit is gevlucht, om hulp heeft geroepen en dat een getuige (meldster) zag dat het slachtoffer overstuur en aan het huilen was. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem onder 2 ten laste gelegde dwang. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>op of omstreeks 6 november 2024 te Utrecht</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>aan [slachtoffer]</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en tegen haar hoofd en</para>
    <para>tegen haar oor heeft geslagen en</para>
    <para>- met zijn arm de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en</para>
    <para>- met zijn vingers in het oog van die [slachtoffer] heeft gedrukt</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>op of omstreeks 6 november 2024 te Utrecht,</para>
      <para>een ander, te weten [slachtoffer]</para>
      <para>door geweld en enige andere feitelijkheid ,</para>
      <para>wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten</para>
      <para>de kleding van die [slachtoffer] uit te trekken en te douchen,</para>
      <para>door hardhandig haar kleding uit te trekken en haar te bevelen te gaan douchen en</para>
      <para>haar daarbij meermalen te slaan, terwijl hier ook geweldshandelingen aan vooraf</para>
      <para>gingen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>: poging tot zware mishandeling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>: een ander door geweld en een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft voorts gevorderd om de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest. Ten aanzien van het voorwaardelijk deel heeft de raadsman verzocht om in de bijzondere voorwaarden geen verplichting tot ambulante behandeling op te nemen. De raadsman heeft tot slot verzocht om het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn vriendin. Tijdens een ruzie heeft hij uit het niets fors geweld tegen haar gebruikt. Verdachte heeft het slachtoffer niet alleen meermaals tegen haar hoofd geslagen, maar haar ook in een houdgreep genomen waardoor haar keel werd dichtgedrukt en zijn vinger in haar oog gedrukt. Het slachtoffer zat onder het bloed en verdachte heeft hardhandig haar kleding uitgetrokken en haar met geweld gedwongen om te douchen, kennelijk om te voorkomen dat anderen zouden zien wat hij haar had aangedaan. Met zijn handelswijze heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Het is invoelbaar dat het slachtoffer tijdens de plotselinge explosie van geweld en de daarop volgende uren in de woning van verdachte ontzettend bang voor hem moet zijn geweest. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich uiterst agressief en dwingend richting zijn vriendin heeft gedragen, de gevolgen van zijn handelen heeft proberen te verhullen en geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel uit de justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte van 24 april 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor feiten met een geweldscomponent (diefstal met geweld, bedreigingen en vernielingen). De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook acht geslagen op een Pro Justitia rapportage van 6 maart 2025, opgesteld door A.Y.M. van Esch, psycholoog. Uit deze rapportage blijkt dat er bij verdachte sterke aanwijzingen zijn voor een persoonlijkheidsstoornis en daarnaast indicaties voor een psychotrauma- en stressgerelateerde stoornis, evenals een middelgerelateerde stoornis. De psycholoog heeft niet kunnen rapporteren over de doorwerking van deze stoornissen in het ten laste gelegde en ook geen behandeladvies kunnen geven, omdat verdachte geen volledige medewerking aan het onderzoek heeft verleend. Verdachte heeft duidelijk gemaakt dat hij geen behoefte aan psychische hulpverlening heeft en dat hij slechts bereid is om mee te werken aan praktische interventies gericht op zijn huisvesting en financiën.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft tot slot kennisgenomen van een advies van Reclassering Nederland van 21 mei 2025, opgesteld door F. van der Groep, reclasseringswerker. Uit dit advies blijkt dat verdachte voorafgaand aan zijn detentie instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden kende. Hij verbleef op sterk wisselende adressen, heeft geen werk of diploma, kampt met schulden en heeft een belast verleden dat aan de basis ligt van een patroon van middelenmisbruik. De reclassering schat het risico op recidive als hoog in omdat verdachte de relatie met het slachtoffer voortzet en er nog geen behandeling heeft plaatsgevonden die zich richt op (onder meer) impulscontrole, agressieregulatie en het gebruik van alcohol. Volgens de reclassering is (onder andere) een behandeling op deze gebieden noodzakelijk om het risico op recidive terug te dringen. De reclassering heeft echter wel twijfels bij de haalbaarheid van de behandeling, gelet op de houding van verdachte ten opzichte van psychische hulpverlening. De reclassering adviseert de rechtbank om een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met de volgende voorwaarden op te leggen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>I) een meldplicht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>II) ambulante behandeling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>III) begeleid wonen of maatschappelijke opvang;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>IV) het vinden en behouden van werk en vrijetijdsbesteding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>V) meewerken aan schuldhulpverlening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>VI) meewerken aan controle op het gebruik van alcohol en drugs.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de keuze voor de strafsoort en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan fors  geweld in de relationele sfeer en is eerder voor geweldsfeiten veroordeeld. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat met geen andere straf kan worden volstaan dan met een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. Alles afwegende zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden worden opgelegd, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met alle bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Hiermee wordt enerzijds tot uitdrukking gebracht dat verdachte ernstige strafbare feiten heeft gepleegd, maar anderzijds gewaarborgd dat hij spoedig kan beginnen met de noodzakelijk bevonden behandeling en begeleiding. De rechtbank zal dus ook bepalen dat verdachte zich ambulant moet laten behandelen bij De Waag of een soortgelijke instelling. De rechtbank onderstreept namelijk de visie van de reclassering dat verdachte niet alleen hulp bij praktische zaken, maar ook psychische behandeling nodig heeft. Hoewel verdachte dit anders ziet heeft hij ter zitting desgevraagd aangegeven aan behandeling te zullen meewerken als de rechtbank deze oplegt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dadelijke uitvoerbaarheid</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op ernst van de bewezenverklaarde feiten, de persoonlijke problematiek van verdachte zoals beschreven in de rapportages en het als hoog ingeschatte recidiverisico, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom beveelt de rechtbank, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht, dat de in het dictum gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om het inbeslaggenomen geldbedrag (€ 650,50) te retourneren aan verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht om de vordering van de officier van justitie te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het inbeslaggenomen geldbedrag aan verdachte toebehoort en geen verband houdt met de in dit vonnis bewezenverklaarde feiten. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat het geldbedrag wordt geretourneerd aan verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Voeging benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 827,44. Dit bedrag bestaat uit € 77,44 materiële schade en € 750,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om het verzoek tot schadevergoeding integraal toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente. De officier van justitie heeft uitdrukkelijk gevorderd om geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De schade is bovendien voldoende onderbouwd met (onder meer) letselfoto’s en medische verklaringen. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij volledig toewijzen, inclusief de wettelijke rente. Evenals de officier van justitie ziet de rechtbank er in dit geval geen meerwaarde in om aan verdachte tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 284 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1 primair en het onder 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging van straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van tien maanden;</emphasis></para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat van de gevangenisstraf <emphasis role="bold">een gedeelte van twee maanden  niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van drie jaren</emphasis> vast; </para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="underline">algemene voorwaarden</emphasis> dat verdachte: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>* 	zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* 	ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* 	medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 1 4c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="underline">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat verdachte: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>*	zich binnen één werkdag na het ingaan van de proeftijd meldt bij de reclassering van Inforsa op het adres Wittevrouwenkade 6 te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*	zich laat behandelen door De Waag Utrecht of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk en na aanmelding door de toezichthouder. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;<?linebreak?></para>
      <para>* 	verblijft in Exodus of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*	zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*	meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. Mogelijk wordt schuldhulpverlening en/of geldbeheer meegenomen in de woonbegeleiding, bijvoorbeeld in de vorm van bewindvoering. In dat geval vervalt op dat moment deze voorwaarde. Mocht verdachte niet meer onder de bewindvoering van een eventuele woonbegeleiding vallen, dan kan deze voorwaarde worden ingezet, indien nodig;<?linebreak?></para>
      <para>* 	meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- waarbij aan reclassering Inforsa opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
    <para />
    <para>- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk</para>
    <para>uitvoerbaar zijn; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp: een geldbedrag van € 650,50;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 827,44; </para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2024 tot de dag van volledige betaling;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.E.S Dolmans, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. J.B. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 november 2024 te Utrecht</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>aan [slachtoffer]</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en/of tegen haar hoofd en/of</para>
    <para>tegen haar oor heeft gestompt en/of geslagen en/of</para>
    <para>- met zijn arm de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen dan wel</para>
    <para>gedrukt en/of</para>
    <para>- met zijn vinger(s) in de/het o(o)g(en) van die [slachtoffer] heeft gedrukt</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen</para>
      <para>leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 6 november 2024 te Utrecht [slachtoffer] heeft mishandeld,</para>
      <para>door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en/of tegen haar hoofd en/of tegen</para>
    <para>haar oor te stompen en/of slaan en/of</para>
    <para>- met zijn arm de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen dan wel te drukken</para>
    <para>en/of</para>
    <para>- met zijn vinger(s) in de/het o(o)g(en) van die [slachtoffer] te drukken;</para>
    <para>(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 november 2024 te Utrecht,</para>
      <para>een ander, te weten [slachtoffer]</para>
      <para>door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige</para>
      <para>andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden,</para>
      <para>wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten</para>
      <para>de kleding van die [slachtoffer] uit te trekken en/of haar te laten douchen,</para>
      <para>door hardhandig haar kleding uit te trekken en haar te bevelen te gaan douchen en</para>
      <para>haar daarbij meermalen te slaan, terwijl hier ook geweldshandelingen aan vooraf</para>
      <para>gingen;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d5fe4346-4528-419f-9a87-1ef994891f29" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van:</para>
    <para>- 7 november 2024, genummerd PL0900-2024352678, opgemaakt door de Politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 107. Wanneer wordt verwezen naar dit toetsingsdossier, wordt hieraan een (A) toegevoegd.</para>
    <para>- 11 november 2024, genummerd PL0900-2024352678, opgemaakt door de Politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 156. Wanneer wordt verwezen naar dit voorgeleidingsdossier, wordt hieraan een (B) toegevoegd.</para>
    <para>- 19 november 2024, genummerd PL0900-2024352678, opgemaakt door de Politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 23. Wanneer wordt verwezen naar dit raadkamerdossier, wordt hieraan een (C) toegevoegd.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_c78e7005-7b3f-41c4-bc73-95c35e481cb4" label="2">
    <para> Pagina 8 (A).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_537e514e-81b6-408d-a266-123d23111ba7" label="3">
    <para> Pagina 9 (A).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c886364-4aa0-4754-a287-9c7b56aa42ad" label="4">
    <para> Pagina 42 (A).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7d3a0351-a236-4e14-81b8-3de0a573e33a" label="5">
    <para> Pagina 43 (A).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f71118de-62be-49ff-89e9-aa146ab52461" label="6">
    <para> Pagina 9 (C).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72bd3f23-e537-4a14-b8f7-eec07ee9cc85" label="7">
    <para> Pagina 32 (A).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c1ebbba-a383-42d3-b3df-20a079089f9a" label="8">
    <para> Pagina 132 (B).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f41eabd-6dbf-479d-adf7-e5e20492b159" label="9">
    <para> Pagina 133 (B).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_144b4590-e99f-4aea-8803-2a79f5010f67" label="10">
    <para> Pagina 134 (B).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ab5cda68-8ad4-4ed5-b1af-fac850abe099" label="11">
    <para> Pagina 135 (B).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf232703-c0d3-469f-b986-74efb9c58588" label="12">
    <para> Pagina 136 (B).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>