<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T12:03:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/3401</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T12:02:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5382 Rechtbank Midden-Nederland , 02-09-2025 / 23/3401</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naheffingsaanslag parkeerbelasting, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: UTR 23/3401</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht</emphasis>, verweerder </para>
      <para>(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In de beschikkingen van 18 januari 2023, 10 maart 2023, 15 maart 2023 en 13 april 2023 heeft de heffingsambtenaar aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Met de uitspraken op bezwaar van 31 mei 2023 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiser ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 25 augustus 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiser is niet verschenen, zonder bericht van verhindering. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>2. Het voertuig van eiser stond op verschillende dagen geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd:</para>
    <para>- aanslagnummer [nummer 1] , op 3 januari 2023 om 16:02 uur stond de auto van eiser geparkeerd op de [straat] in Utrecht;</para>
    <para>- aanslagnummer [nummer 2] , op 24 februari 2023 om 20:12 uur stond de auto van eiser geparkeerd op de [straat] in Utrecht;</para>
    <para>- aanslagnummer [nummer 3] , op 4 maart 2023 om 12:42 uur stond de auto van eiser geparkeerd op de [straat] in Utrecht;</para>
    <para>- aanslagnummer [nummer 4] , op 1 april 2023 om 17:52 uur stond de auto van eiser geparkeerd op de [straat] in Utrecht.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser is van mening dat alle 10 de naheffingsaanslagen onterecht zijn gehandhaafd. Eiser heeft een parkeervergunning en hij meldt altijd zijn auto aan als hij aan de [straat] parkeert. Zijn auto staat daar dagelijks van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Eiser heeft telefonisch contact opgenomen met de gemeente en zij gaven aan dat het wel eens mis kan gaan met het aanmeldsysteem. Daar kan eiser niets aan doen. Zij gaven aan dat zij dit wel altijd achteraf corrigeren. Eiser begrijpt daarom niet waarom hij naheffingsaanslagen krijgt. </para>
    <para />
    <para>4. De heffingsambtenaar licht toe dat er nog vier naheffingsaanslagen zijn die na bezwaar gehandhaafd zijn. In totaal ging het om 10 aanslagen, waarvan er 6 zijn vernietigd. De heffingsambtenaar geeft aan dat eiser zijn auto diverse malen heeft aangemeld, maar niet op de tijdstippen waarvoor de 10 naheffingsaanslagen zijn opgelegd en waarvan er 6 uit coulance zijn vernietigd. In principe waren alle naheffingsaanslagen terecht opgelegd. In gevallen als deze wordt enige coulance toegepast die inhoudt dat bij meerdere en opvolgende naheffingsaanslagen minimaal de eerste gehandhaafd blijft. Als men gedurende meerdere maanden achter elkaar meerdere naheffingsaanslagen krijgt dan blijft de eerste van elke maand gehandhaafd. Daarvan is hier sprake volgens de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft vervolgens een overzicht van het systeem gedeeld waarin te zien is wanneer eiser zijn auto aan en afmeldt en wanneer (een deel van) de naheffingsaanslagen zijn opgelegd. Eiser geeft aan dat hij de gemeente heeft gebeld en dat aangegeven werd dat het wel eens mis kan gaan met het aanmeldsysteem. Dat dat in deze gevallen mis is gegaan betwist de heffingsambtenaar. Op het overzicht is te zien dat eiser zich op 3 januari 2023 heeft aangemeld, maar ruim 20 minuten nadat het kenteken is gecontroleerd. Op 4 maart heeft eiser zich ook aangemeld, maar bijna 5 uur nadat het kenteken was gecontroleerd. Gelet op het verloop van de aanmeldingen en het aantal aanmeldingen per dag (op de dagen van de aanslagen die gehandhaafd zijn) wordt de heffingsambtenaar gesterkt in zijn standpunt dat er op die dagen van storingen geen sprake is geweest. De naheffingsaanslagen zijn volgens de heffingsambtenaar terecht opgelegd en in bezwaar gehandhaafd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen en voegt hieraan toe dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om te controleren of de aanmelding goed is verlopen en, als dit niet het geval blijkt, hierop te acteren. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser de naheffingsaanslagen moet betalen. Er is daarom geen aanleiding voor de vergoeding van de proceskosten of het griffierecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>