<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T10:57:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/2237</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5327">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T10:56:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5327 Rechtbank Midden-Nederland , 08-09-2025 / 24/2237</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5327:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ; woning; huurder; procesbelang; eiseres heeft geen procesbelang; beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5327:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 24/2237</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: I.K. Beek).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In de beschikking van 22 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 267.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van<?linebreak?>29 december 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 259.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 13 augustus 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiseres heeft, zonder bericht van afmelding, niet deelgenomen aan de zitting.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De woning is een in 1981 gebouwde maisonnette. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 86 m². Eiseres is huurder van de woning. De eigenaar van de woning is Stichting De Alliantie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De rechtbank beantwoordt in deze uitspraak de vraag of eiseres als huurder van de woning procesbelang heeft bij dit beroep. Een beroep moet namelijk niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen procesbelang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, de indiener niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht. Uit het arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024 volgt dat dit ook geldt bij procedures waarbij iemand beroep instelt tegen een aan hem of haar gerichte WOZ-beschikking.<footnote-ref linkend="_fd5eadd6-f960-4f3f-834b-c53ccd95dca0" /> Het is verder aan de indiener van het rechtsmiddel om aannemelijk te maken dat hij of zij een procesbelang heeft.</para>
    <para />
    <para>4. In dit geval oordeelt de rechtbank dat eiseres geen procesbelang heeft. Eiseres is de huurder van de woning waar de WOZ-beschikking op ziet, zodat de WOZ-waarde niet de heffingsmaatstaf vormt voor aan eiseres op te leggen belastingen. Op het aanslagbiljet staan namelijk alleen de hoogte van de WOZ-waarde en de hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing vermeld. Op het aanslagbiljet staat dat de afvalstoffenheffing uit een vast bedrag bestaat. De hoogte van de aanslag is dus niet afhankelijk van de WOZ-waarde. Ook overigens is niet gebleken dat eiseres als huurder van de woning op een andere manier een direct financieel gevolg ondervindt bij een wijziging van de vastgestelde WOZ-waarde. Eiseres is bij brief van 31 juli 2025 door de rechtbank gevraagd aan te geven wat haar procesbelang is en dat nader te onderbouwen. Daarop heeft eiseres niet gereageerd. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij een procesbelang heeft. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.  	Het beroep is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>8 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fd5eadd6-f960-4f3f-834b-c53ccd95dca0" label="1">
    <para> HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:238.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>