<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5294</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T10:05:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/3938</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5294">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5294</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T10:05:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5294 Rechtbank Midden-Nederland , 14-10-2025 / UTR 23/3938</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5294:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging hersteltermijn in de tussenuitspraak, met drie weken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5294:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/3938</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] uit [plaats 1] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv)</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J. Voorn).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen: [derde partij] B.V. te [plaats 2] .</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Met de tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.</para>
    <para />
    <para>2. Bij brief van 6 oktober 2025 heeft het Uwv de rechtbank verzocht om de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen met drie weken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>3. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn, in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.</para>
    <para />
    <para>4. Het Uwv heeft om uitstel verzocht, omdat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep om ‘systeemtechnische redenen’ eerst een verzekeringsarts moet inschakelen, voordat hij een arbeidskundige herbeoordeling kan doen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep die betrokken is bij deze zaak is echter tot en met 14 oktober 2025 afwezig en door het tekort aan verzekeringsartsen bij het Uwv is er ook geen andere verzekeringsarts beschikbaar.</para>
    <para />
    <para>5. De griffier heeft het Uwv op 9 oktober 2025 telefonisch gevraagd om een nadere toelichting op de zogenoemde ‘systeemtechnische redenen’. Hiermee bedoelt het Uwv dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep alleen een volledige FML (dat wil in dit geval zeggen: een FML waarin ook de beperking van eiser voor ‘tillen’ op correct wijze is opgenomen) kan invoeren in het Claim Beoordelings en Borgingssysteem. De FML kan alleen gecorrigeerd worden vastgesteld door een verzekeringsarts: een arbeidsdeskundige kan dat niet zelf doen. Als de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML na 14 oktober 2025 gecorrigeerd heeft vastgesteld is er nog tijd nodig voor het onderzoek van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en, indien nodig, voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak te verlengen met drie weken, dus tot 30 oktober 2025. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij ervan uitgaat dat deze termijn volstaat. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zeven weken na verzending van de eerste tussenuitspraak, dus uiterlijk op 30 oktober 2025, het gebrek te herstellen met inachtneming van wat de rechtbank in de tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft overwogen;</para>
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.K. Boer - de Bruin griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>