<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5256</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-22T11:07:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/7954</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5256">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5256</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-22T11:07:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5256 Rechtbank Midden-Nederland , 18-09-2025 / UTR 24/7954</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5256:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wabo, pv mondeling. Beroep eiser 1 ongegrond en overige eisers niet-ontvankelijk. Eiser 1 is terecht niet aangemerkt als belanghebbende omdat er meer dan 6 km zit tussen zijn woning en het terrein waar de omgevingsvergunning voor verleend is terzake het realiseren van padelbanen. Niet aannemelijk geworden dat eiser 1 feitelijke gevolgen van enige betekenis zal ondervinden. Eiser 1 heeft aangevoerd mede beroep te hebben ingesteld namens omwonenden tennisvereniging. Identiteit van deze omwonenden is niet voor afloop beroepstermijn kenbaar gemaakt. Die beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Eiser 1 heeft daarnaast aangevoerd dat hij destijds bezwaar heeft gemaakt en dus nu ook beroep in heeft gesteld namens anderen. Deze anderen hebben geen eigen belang bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van eiser 1.Voor zover deze anderen zelf bezwaar gemaakt hebben (via eiser 1), is er nog geen beslissing op bezwaar door het college bekendgemaakt. Er is nog geen beroepstermijn gaan lopen en hebben zij te vroeg beroep ingesteld. Voor zover het beroep opgevat moet worden als een beroep niet tijdig omdat nog niet beslist is op hun bezwaarschrift, dan geldt dat deze anderen het college eerst in gebreke hadden moeten stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5256:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/7954 </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2025 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser 1] , uit [plaats] ,</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser 2] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 3] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 4] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 5] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 6] ,</emphasis> uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 7] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 8] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 9] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 10] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 11] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 12] ,</emphasis> uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 13] , </emphasis>uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 14] , </emphasis>uit [plaats] , </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 15]
          </emphasis>, uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 16]
          </emphasis>, uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 17]
          </emphasis>, uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 18]
          </emphasis>, uit [plaats] ,</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 19]
          </emphasis>, uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eiser 20]
          </emphasis>, uit [plaats] ,</para>
        <para>
          <?linebreak?>Eisers, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere </title>
    <para>(gemachtigde: mr. L.A. Sluiter).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: <emphasis role="bold">[vergunninghouder]</emphasis> uit [plaats] (vergunninghouder)</para>
      <para>(gemachtigde: mr. T. Gelo).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          [vergunninghouder] (vergunninghouder) heeft op 16 juni 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het aanleggen van vier padelbanen op twee oude tennisbanen op het adres. Met het besluit van 2 oktober 2023 heeft het college de omgevingsvergunning verstrekt. Op 19 november 2023 is bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 28 oktober 2024 op het bezwaar heeft het college het bezwaarschrift van [eiser 1] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij niet als belanghebbende aangemerkt kon worden. Het college heeft hierbij het advies van de bezwaarschriftencommissie van 10 juli 2024 overgenomen. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [eiser 1] heeft, namens zichzelf en anderen, beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en aanvullende gronden ingediend. [eiser 1] heeft nadien getekende machtigingen overgelegd. Vergunninghouder heeft zienswijzen ingediend. Het college heeft gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben nadien aanvullende gronden ingediend. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van vergunninghouder. <?linebreak?><emphasis role="bold">Beslissing</emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank verklaart het beroep van [eiser 1] ongegrond en de beroepen van de overige eisers niet-ontvankelijk. <?linebreak?><emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">[eiser 1] </emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het college heeft terecht het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, omdat [eiser 1] geen belanghebbende is. Alleen belanghebbenden kunnen bezwaar maken en beroep instellen. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Volgens vaste rechtspraak is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit, als die gevolgen van enige betekenis zijn. Hemelsbreed zit er meer dan 6 km tussen het terrein van [vergunninghouder] en het huis van eiser [eiser 1] . [eiser 1] woont in [woonplaats] , terwijl de vereniging in Almere Buiten zit. Tussen het sportpark en de woning liggen meerdere woonwijken, scholen en onder andere een snelweg. Dat [eiser 1] feitelijke gevolgen van enige betekenis zal ondervinden is niet aannemelijk geworden. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [eiser 1] heeft toegelicht dat hij als inwoner van de gemeente Almere geraakt wordt door het feit dat de gemeente Almere geen uniform beleid toepast over padelbanen. Hij woont zelf ook naast een tennisvereniging en is bang dat daar óók padelbanen toegestaan zullen worden. Deze vrees is echter niet genoeg om aan te nemen dat [eiser 1] rechtstreeks en persoonlijk betrokken is bij het besluit wat nu voorligt. Of de padelbanen in Almere Buiten er nou komen of niet, [eiser 1] merkt daar niks van. Mocht de tennisvereniging bij [eiser 1] in de wijk in de toekomst soortgelijke plannen ontwikkelen, dan is dat het besluit waartegen hij desgewenst op zal moeten komen. Het college heeft het bezwaar van [eiser 1] daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning. Het beroep van [eiser 1] is daarom ongegrond.<?linebreak?><emphasis role="italic">Het beroep van [eiser 15] , [eiser 16] , [eiser 17] , [eiser 18] , [eiser 19] en [eiser 20]</emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De in artikel 8:1, in samenhang met de artikelen 6:7 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), neergelegde regeling met betrekking tot de beroepstermijn brengt met zich dat de identiteit van degene(n) namens wie beroep wordt ingesteld, voor afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn. De beslissing op bezwaar is verzonden op 29 oktober 2024. Pas op 10 januari 2025, dus ruim na de beroepstermijn van 6 weken, heeft de gemachtigde van eisers kenbaar gemaakt dat [eiser 15] , [eiser 16] , [eiser 17] , [eiser 18] , [eiser 19] en [eiser 20] óók wensen mee te doen aan het beroep. Dat is buiten de beroepstermijn en de beroepen van [eiser 15] , [eiser 16] , [eiser 17] , [eiser 18] , [eiser 19] en [eiser 20] zijn om die reden al niet-ontvankelijk.<footnote-ref linkend="_91beed72-ea85-4f52-93a9-a7ad05b1be5a" /><?linebreak?><emphasis role="italic">Overige eisers</emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>8. De overige eisers hebben ook beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar die [eiser 1] heeft gekregen. Voor zover zij op wensen te komen tegen de beslissing op bezwaar dat [eiser 1] heeft gekregen, zijn zij geen belanghebbende daarbij. Zij hebben geen eigen belang bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van [eiser 1] . <?linebreak?></para>
    <para>9. Voor zover zij vinden dat zij zelf bezwaar hebben gemaakt: mocht het zo zijn dat zij daadwerkelijk bezwaar hebben gemaakt, is daar hoe dan ook nog geen beslissing op genomen. Voor hen is dus geen beslissing op bezwaar bekendgemaakt, en dus is er ook nog geen beroepstermijn gaan lopen en hebben zij te vroeg beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_4ac1d559-fda5-446b-b3c3-21f6605199f8" /> In artikel 7:1 van de Awb is namelijk bepaald dat beroep pas kan worden ingesteld als er een beslissing op jouw bezwaar is genomen. Nu het college nog geen beslissing op bezwaar heeft genomen, is beroep in de zin van artikel 8:1 van de Awb nog niet mogelijk.<?linebreak?></para>
    <para>10. Voor zover het beroep namens de overige eisers opgevat moet worden als een beroep niet tijdig omdat nog niet beslist is op hun bezwaarschrift, is het oordeel niet anders. Ook dan is het beroep niet-ontvankelijk, omdat je het college eerst in gebreke moet stellen, voordat je een beroep niet tijdig in mag dienen.<footnote-ref linkend="_8401b34e-b879-46d9-b098-235afdf4eeff" /><?linebreak?><emphasis role="bold">Conclusie</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college terecht de conclusie heeft getrokken dat [eiser 1] niet als belanghebbende is aan te merken en daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar. Het beroep van [eiser 1] is ongegrond. De beroepen van de overige eisers zijn niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. <?linebreak?></para>
      <para>11. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2025 door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_91beed72-ea85-4f52-93a9-a7ad05b1be5a" label="1">
    <para> Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1356</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ac1d559-fda5-446b-b3c3-21f6605199f8" label="2">
    <para> Art. 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8401b34e-b879-46d9-b098-235afdf4eeff" label="3">
    <para> Zie artikel 6:12 Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>