<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:5012</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-22T15:07:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.005895.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5012">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5012</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-22T13:37:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:5012 Rechtbank Midden-Nederland , 22-09-2025 / 16.005895.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5012:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de onder feit 1 aan hem ten laste gelegde vernieling en de onder feit 2 aan hem ten laste gelegde brandstichting (onderzoek 14Heuvel).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:5012:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.005895.22 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudig kamer van 22 september 2025 in de strafzaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1998] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van </para>
      <para>8 september 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie: mr. G.A. Hoppenbrouwers;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de verdachte: mr. A.C. Vingerling.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging <?linebreak?></title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>zich op 18 mei 2021 te Hilversum, samen met een ander, schuldig heeft gemaakt aan de vernieling van een raam toebehorende aan [aangeefster] ;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>zich op 20 mei 2021 te [woonplaats] , samen met een ander, schuldig heeft gemaakt aan brandstichting in een woning aan de [adres] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd. </para>
        <para>De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, wordt opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 en 2. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Het strafrechtelijk onderzoek ‘14Heuvel’ ziet op een vernieling op 18 mei 2021 om 04:39 uur van een raam aan een woning aan de [adres] in [woonplaats] en een brandstichting op 20 mei 2021 om 02:27 uur in diezelfde woning. Gedurende het onderzoek zijn meerdere personen als verdachte aangemerkt, waaronder de verdachte. Uit camerabeelden blijkt dat bij de vernielingen twee personen betrokken waren en bij de brandstichting één persoon. De verdachte is pas later in beeld gekomen nadat zijn telefoon, die door anderen was gestolen, is onderzocht. Op de telefoon zijn gesprekken aangetroffen die kunnen duiden op het aansturen van anderen voor het vernielen van en/of brandstichten bij woningen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rol van de verdachte volgens de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het onderzoek volgt volgens de officier van justitie dat de verdachte de opdrachtgever is geweest die (onder andere) ene “ [A] ” heeft gevraagd om tegen betaling bij de woning aan de [adres] in [woonplaats] een steen door de ruit te gooien en daar brand te stichten. Zonder zijn opdracht hadden de ten laste gelegde feiten niet plaatsgevonden.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte ontkent op de terechtzitting de aan hem ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd. De verdachte verklaart dat hem gevraagd is om iets te regelen, maar dat hij nooit een adres heeft gekregen en dus ook nooit iemand op pad heeft gestuurd naar de woning aan de [adres] in [woonplaats] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feiten 1 en 2</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte van de vernieling op 18 mei 2021 en de brandstichting op 20 mei 2021 dient te worden vrijgesproken en licht dat als volgt toe. </para>
        <para>De rechtbank stelt op basis van het dossier, waaronder de chatgesprekken op de telefoon van de verdachte, en het verhandelde ter zitting de volgende tijdlijn vast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">17 mei 2021 rond 17:39</emphasis>
        </para>
        <para>- verdachte voert op 17 mei 2021 een gesprek met ene [A] (hierna: [A] ) waarin hij vraagt of [A] in [woonplaats] is en op de vraag “<emphasis role="italic">watdan</emphasis>” reageert de verdachte met “<emphasis role="italic">Vogeltje 75, euro</emphasis>”.  Het gesprek gaat verder:</para>
        <para> ( [verdachte] =de verdachte, [A] = [A] ): </para>
        <para>• [verdachte] : <emphasis role="italic">Betaald iemand</emphasis></para>
        <para>• [A] : <emphasis role="italic">Voor wanneer?</emphasis></para>
        <para>• [verdachte] : <emphasis role="italic">Vandaag of morgen</emphasis></para>
        <para>• [verdachte] : <emphasis role="italic">Bij brandweer in [woonplaats]</emphasis></para>
        <para>• [A] : <emphasis role="italic">Morgen garantuee</emphasis></para>
        <para>• [A] : <emphasis role="italic">Bij wie ist</emphasis></para>
        <para>• [verdachte] : <emphasis role="italic">Zo Hollandse vrouw ze heeft [B] en [C] gesnitcht</emphasis></para>
        <para>• [A] : <emphasis role="italic">Mijn [B] ?</emphasis></para>
        <para>• [verdachte] : <emphasis role="italic">Broer van [D]</emphasis></para>
        <para>• [A] : <emphasis role="italic">ohh […]</emphasis></para>
        <para>• [A] : <emphasis role="italic">Ik doe morgen</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">18 mei 2021 04:39</emphasis>
        </para>
        <para>Op 18 mei 2021 om 04:39 uur wordt de ruit op de [adres] vernield doordat er een steen tegenaan wordt gegooid. Uit de aangifte van de bewoonster en de verklaring van haar dochter volgen de vermoedens dat het een wraakactie betreft in verband met het verstrekken van camerabeelden in een ander onderzoek. De woning aan de [straat] ligt op 630 meter afstand van de […] in [woonplaats] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">18 mei 2021 09.30</emphasis>
        </para>
        <para>Op 18 mei 2021 om 9:30 uur vraagt [A] via WhatsApp in hetzelfde gesprek “<emphasis role="italic">adres?” </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">18 mei 2021 22.27</emphasis>
        </para>
        <para>Op 18 mei 2021 om 22:27 uur vraagt de verdachte in hetzelfde gesprek met [A] “<emphasis role="italic">Ga je?”. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">20 mei 2021 02:26</emphasis>
        </para>
        <para>Op 20 mei 2021 om 02:26 vindt de brandstichting van de woning aan de [adres] in [woonplaats] plaats.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rol van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte [A] heeft gevraagd ‘<emphasis role="italic">een Vogeltje te gooien</emphasis>” voor 75 euro. Hoewel verdachte niet heeft willen zeggen wat hij hiermee bedoelde, is voor de rechtbank voldoende duidelijk dat dit tenminste om een vernieling gaat. Uit de inhoud van het WhatsApp-gesprek, in combinatie met de verklaringen van aangeefster en haar dochter, volgt verder dat dit dat moet gebeuren bij de woning aan de [adres] in [woonplaats] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt echter, anders dan de officier van justitie, niet tot de conclusie dat de verdachte daadwerkelijk als opdrachtgever (en dus als medepleger) heeft gefungeerd van de vernieling of de brandstichting. [A] vraagt namelijk pas ná de vernieling om het adres, waarbij de verdachte pas weer daarna aan hem vraagt of hij gaat. Dat duidt erop dat de verdachte deze [A] niet op pad heeft gestuurd voor de vernieling. Ook voor het op pad sturen van [A] voor de brandstichting bevat het dossier onvoldoende bewijs. Anderhalve dag na de vraag van de verdachte aan [A] “<emphasis role="italic">Ga je?</emphasis>” wordt weliswaar brand gesticht, maar nergens in de berichten wordt door de verdachte een adres genoemd. Bovendien lijkt “<emphasis role="italic">een Vogeltje gooien</emphasis>” voor 75 euro niet direct te slaan op een brandstichting in een woning.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daar komt bij dat de politie niet heeft geïdentificeerd wie [A] is, alsook dat de uitvoerders van de vernieling en van de brandstichting (vooralsnog) onbekend zijn. Zodoende kan de rechtbank niet vaststellen dat deze [A] de opdracht, zo hij die al heeft gekregen van de verdachte, ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd. In het dossier ziet de rechtbank verder geen concrete informatie waaruit blijkt dat de verdachte opdrachtgever van de vernieling of de brandstichting is geweest. De diverse MMA-meldingen uit juli en augustus 2021 en de andere WhatsApp-gesprekken op de telefoon van de verdachte bevatten weliswaar aanwijzingen dat de verdachte loopjongens voor vernielingen of brandstichtingen aanstuurde, maar niet dat hij dat ook heeft gedaan voor de woning aan de [adres] in [woonplaats] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Evenals de raadsman, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte een opdracht heeft willen geven voor – ten minste – een vernieling, maar kan de rechtbank niet vaststellen dat deze opdracht ook is doorgezet door de verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Vorenstaande overwegingen leiden tot het oordeel dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>-    verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter,  mr. J.P. Verboom en mr. M.S. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. den Haan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 18 mei 2021 te Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een raam/ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangeefster] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 20 mei 2021 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning aan de [adres] , immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid brandbare vloeistof, te weten benzine, althans een brandbare vloeistof, door de brievenbus van/naast de voordeur naar binnen gegoten en/of over/naast die voordeur gegoten en/of (vervolgens) die brandbare vloeistof opzettelijk met (open) vuur in aanraking gebracht ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, (alle goederen in en om) die woning en/of aangrenzende gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor in die woning en omliggende woningen/gebouwen aanwezige personen te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>