<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T09:06:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/583401 / JE RK 24-1732</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4869">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-07T09:05:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4869 Rechtbank Midden-Nederland , 12-09-2025 / C/16/583401 / JE RK 24-1732</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4869:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De GI heeft een melding gedaan bij de Raad op grond van 1:265j lid 1 BW. De Raad stemt in met beëindiging ondertoezichtstelling. In een situatie als de onderhavige waarin het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling gedeeltelijk is toegewezen en voor het overige is aangehouden dient naar het oordeel van de kinderrechter eveneens toetsing plaats te vinden, maar past het beter in het wettelijk systeem dat de kinderrechter beslist over het aangehouden gedeelte, aangezien de zaak nog onder de kinderrechter is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4869:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/583401 / JE RK 24-1732 </para>
      <para>Datum uitspraak 12 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>, gevestigd in Utrecht, </para>
      <para>hierna te noemen de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 3]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 3] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. H.L.D. van Holland in Bilthoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. E.J. Coxon in Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft op 18 december 2024 een beschikking gewezen. Voor het verloop van de procedure tot dat moment wordt naar die beschikking verwezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft daarna de volgende stukken ontvangen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het bericht van de (advocaat van de) moeder van 3 september 2025 met bijlage; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de GI van 3 september 2025; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de (advocaat van de) vader van 3 september 2025; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de GI van 4 september 2025 met bijlagen; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de GI van 4 september 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De zitting was bepaald op 10 september 2025. Gelet op de standpunten van de GI en advocaten en de inhoud van het dossier heeft de kinderrechter iedereen laten weten dat de zitting niet door zal gaan en dat het aangehouden gedeelte van het verzoek zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Dat</para>
        <para>betekent dat zij gezamenlijk de belangrijke beslissingen nemen over de kinderen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 20 december 2021 heeft de kinderrechter in deze rechtbank</para>
        <para>
          [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds</para>
        <para>verlengd, voor het laatst bij beschikking van 18 december 2024 tot 20 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het (resterende) verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft in deze procedure bij beschikking van 18 december 2024 een beslissing genomen op een deel van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar tot 20 december 2025. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling tot 20 september 2025 verlengd en de beslissing op de rest van het verzoek aangehouden. De kinderrechter moet dus beslissen of de ondertoezichtstelling van 20 september 2025 tot 20 december 2025 wordt verlengd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek van de GI afwijzen. Uit de laatste berichtgeving van de GI blijkt dat niet meer aan de voorwaarden voor een (verlenging van de) ondertoezichtstelling van de kinderen wordt voldaan. De GI heeft de Raad voor de Kinderbescherming daarom – naar de kinderrechter begrijpt – melding gedaan op grond van artikel 1:265j lid 1 BW, dat de GI van oordeel is dat verlenging van de ondertoezichtstelling niet aangewezen is. Vervolgens heeft de Raad dit getoetst. De Raad kan zich vinden in niet verdere verlenging. De kinderrechter zal nog moeten beslissen op het aangehouden gedeelte van het verzoek. Uit de informatie van de advocaten van ouders blijkt dat ouders ook van mening zijn dat niet meer aan de gronden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. De kinderrechter is het met de advocaten van ouders, de GI en Raad eens dat er geen gronden meer zijn voor een ondertoezichtstelling, zodat de maatregel niet langer dient te gelden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kinderrechter merkt nog op dat conform het wettelijke systeem het beëindigen van een ondertoezichtstelling door een GI getoetst dient te worden door hetzij de Raad voor de Kinderbescherming, hetzij de kinderrechter. Bij de inwerkingtreding van de gewijzigde – meer lijdelijke – rol van de kinderrechter in 1995, achtte de wetgever namelijk enige controle  op de uitvoering van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Die toetsing kan plaatsvinden op verschillende momenten. Indien de GI geen verlenging wil verzoeken dient zij op grond van 1:265j BW daarvan melding te doen aan de Raad voor de kinderbescherming. De uitkomst van de toetsing door de Raad kan zijn: er komt überhaupt geen verlengingsverzoek, de Raad verzoekt verlenging of de GI zelf wordt toch bewogen tot een verzoek tot verlenging. Daarnaast kan een GI gedurende een lopende ondertoezichtstelling van mening zijn dat de ondertoezichtstelling beëindigd dient te worden; dan verzoekt de GI beëindiging van de maatregel aan de kinderrechter. In een situatie als de onderhavige waarin het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling gedeeltelijk is toegewezen en voor het overige is aangehouden dient naar het oordeel van de kinderrechter eveneens toetsing plaats te vinden, maar past het beter in het wettelijk systeem dat de kinderrechter beslist over het aangehouden gedeelte, aangezien de zaak nog onder de kinderrechter is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het (resterende deel van het) verzoek van de GI af. </para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.A.H. Verhoeven als griffier. </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
                <para>- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie</para>
                <para>maanden na de dag van de uitspraak;</para>
                <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan</para>
                <para>hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
                <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te</para>
                <para>Arnhem-Leeuwarden</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>