<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-01T09:51:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11770836 UT VERZ 25-5061</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4775">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-01T09:51:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4775 Rechtbank Midden-Nederland , 08-09-2025 / 11770836 UT VERZ 25-5061</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4775:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Instelling beschermingsbewind. Afwijzing verzoek. Gronden konden niet worden vastgesteld. Geen aanleiding voor onderzoek door deskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4775:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 11770836 UT VERZ 25-5061 EK</para>
      <para>datum 	: 8 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. mevrouw</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [dochter]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [postcode] [plaats] , [adres 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen: dochter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. de heer</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kleinzoon]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [postcode] [plaats] , [adres 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen: kleinzoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de heer</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren te district [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1943, </para>
      <para>wonende te [postcode] [plaats] , [adres 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [betrokkene] ,</para>
      <para>advocaat: mr. E. van der Schaaf te Hilversum.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 17 juni 2025;</para>
      <para>- aanvullend verzoek, ontvangen op 8 juli 2025;</para>
      <para>- verweerschrift, ontvangen op 15 augustus 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verzoek is mondeling via een videoverbinding behandeld op 26 augustus 2025. Daarbij zijn verschenen:</para>
      <para>- mevrouw [dochter] , voornoemd,</para>
      <para>- de heer [kleinzoon] , voornoemd,</para>
      <para>- de heer [betrokkene] , voornoemd,</para>
      <para>- mevrouw mr. E. van der Schaaf, voornoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De dochter en kleinzoon van de heer [betrokkene] vragen om zijn vermogen onder bewind te stellen, maar daar zijn onvoldoende gronden voor. De dochter en kleinzoon maken zich zorgen over de invloed van de buurvrouw van de heer [betrokkene] . De heer [betrokkene] is met zijn buurvrouw een geregistreerd partnerschap aangegaan. Dochter en kleinzoon zien dat het gedrag van de heer [betrokkene] is veranderd. De rechter kan echter niet vaststellen of dit de heer [betrokkene] door een verslechterende geestelijke toestand niet meer in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Daarvoor zijn onvoldoende objectieve (medische) aanwijzingen beschikbaar. De rechter zal ook geen medisch deskundige inschakelen, omdat een de instelling van een bewind ook niet een oplossing is voor de gevaren die de dochter en kleinzoon menen te zien. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter heeft onvoldoende inzicht in de geestelijke toestand van de heer [betrokkene]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Om vast te stellen of er voldoende gronden zijn om het vermogen van de heer [betrokkene] onder bewind te stellen, is een medische verklaring niet vereist. De gronden voor een bewind kunnen ook worden vastgesteld op basis van de stukken en de verklaringen ter zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In dit geval is niet aannemelijk dat er voldoende gronden zijn voor het uitspreken van een bewind. De dochter en kleinzoon hebben weliswaar gesteld dat zij een gedragsverandering zien bij de heer [betrokkene] , maar zij onderbouwen dit onvoldoende. De voorbeelden die zij noemen, passen bij de leeftijd van de heer [betrokkene] . Daarnaast is er duidelijk sprake van een conflict tussen de heer [betrokkene] en de buurvrouw aan de ene kan en zijn ex-partner en dochter aan de andere kant. De dochter en kleinzoon zijn het niet eens met de keuzes die de heer [betrokkene] maakt. Wat precies de oorzaak is van dat conflict, is iets waarover partijen verschillende verklaringen afleggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het is wel duidelijk geworden dat de heer [betrokkene] op leeftijd is. Ter zitting was ook zichtbaar dat hij snel kwaad wordt, zoals zijn dochter en kleinzoon hebben beschreven. Hij heeft waarschijnlijk (steeds meer) hulp nodig en krijgt die van zijn buurvrouw. Per saldo kan de rechter op basis van de stukken en de verklaringen ter zitting echter niet vaststellen dat sprake de heer [betrokkene] op basis van zijn geestelijke toestand niet meer in staat is om zijn belangen voldoende te behartigen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechter zal geen medisch onderzoek laten doen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de indrukken die de rechter op de zitting heeft gekregen, kan geen grond worden vastgesteld voor een bewind. Er is ook geen reden om daarnaar nader onderzoek te laten verrichten. De heer [betrokkene] wil dit zelf niet. Er zijn onvoldoende zwaarwegende belangen bij de instelling van een bewind om desondanks een onderzoek te laten uitvoeren. Daarbij is het volgende van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De heer [betrokkene] zou in het buitenland een aanzienlijk vermogen hebben, hoewel hijzelf dit ter zitting heeft ontkent. Dit vermogen blijkt ook niet uit zijn belastingaangiften, zodat de rechter er vanuit gaat dat van een groot vermogen in het buitenland geen sprake is. De suggestie van dochter en kleinzoon dat de huidige partner van de heer [betrokkene] op dit vermogen uit zou zijn, is daarmee niet aannemelijk. Het is dus niet duidelijk welke financiële belangen nu precies moeten worden beschermd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Bij iemand die ouder wordt, ligt misbruik op de loer. De heer [betrokkene] is eerder slachtoffer geworden van een ‘babbeltruc’. De advocaat van de heer [betrokkene] heeft verklaard dat zij hierover contact heeft gehad met een andere advocaat die de heer [betrokkene] hierin bijstaat. Volgens de advocaten is de heer [betrokkene] goed in staat zijn belangen hierbij zelf te behartigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De heer [betrokkene] is op 13 augustus 2025 een geregistreerd partnerschap aangegaan met zijn buurvrouw. De dochter en kleinzoon vrezen dat hij onder invloed van de buurvrouw zijn testament zal laten wijzigen. Een beschermingsbewind zou dit niet zonder meer verhinderen. De instelling van een bewind houdt niet automatisch in dat iemand handelingsonbekwaam wordt. Als de heer [betrokkene] zijn testament wil wijzigen, zal de notaris moeten vaststellen of de heer [betrokkene] de gevolgen van het testament overziet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat de heer [betrokkene] onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Hij is in staat om daar waar keuzes aan de orde zijn zodanige hulp te organiseren dat deze keuzes verantwoord kunnen worden gemaakt. Dat betekent dat er in de omstandigheden waarin hij nu verkeert geen noodzaak kan worden vastgesteld om een bewind in te stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC" />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden:</para>
      </parablock>
      <para>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking 	(digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de 	uitspraak;</para>
      <para>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat 	deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>