<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T10:58:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/121689-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T10:58:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4443 Rechtbank Midden-Nederland , 06-05-2025 / 16/121689-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tbs verlenging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht<?linebreak?>Zittingsplaats Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-121689-19 (vordering verlenging tbs)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 6 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,<?linebreak?>geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,<?linebreak?>verblijvende in de [kliniek] te [plaats] ,</para>
      <para>hierna: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 mei 2023 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich meermalen heeft schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 23 mei 2023; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering van de officier van justitie van 9 april 2025, tot verlenging van de tbs met twee jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verlengingsadvies van de [kliniek] (hierna: de kliniek) van 13 maart 2025, opgemaakt door drs. [A] (klinisch psycholoog/psychotherapeut, hoofd patiëntenzorg en plv hoofd van de inrichting),  [B] MSc (verpleegkundig specialist, hoofd behandeling) en drs. [C] (psychiater), om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 19 februari 2024 tot en met 4 februari 2025.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak heeft op 6 mei 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;</para>
    <para>- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam;</para>
    <para>- de aan de kliniek verbonden deskundige, [D] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de kliniek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De verdediging kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie. Betrokkene heeft een voortvarende start gemaakt aan zijn behandeling maar er moet nog veel gebeuren voordat hij veilig kan terugkeren in de samenleving. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maximering </emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene is bij arrest van 4 mei 2023 veroordeeld voor meermalen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het hof heeft daarbij overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd. De tbs kan dus worden verlengd als daar gronden voor zijn.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornis en recidivegevaar </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het verlengingsadvies blijkt dat bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, bestaande uit: </para>
    </parablock>
    <para>- schizofrenie – paranoïde type; <?linebreak?>- stoornissen in middelengebruik;</para>
    <para>- een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het recidivegevaar wordt, bij beëindiging van de maatregel, als hoog ingeschat. </para>
      <para>De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies te twijfelen en neemt dit over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het verlengingsadvies en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs vereist. Ook wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.<?linebreak?></para>
      <para>Betrokkene verblijft binnen de kliniek op een leefgroep voor personen met psychotische kwetsbaarheid. Hij draagt zijn steentje bij aan de leefgroep en heeft zijn programma voor arbeid, sport, onderwijs, creatieve vakken en rusturen snel opgepakt. Betrokkene is het niet eens met de diagnose van schizofrenie, maar heeft (toch) de eerste stappen gezet in de behandeling en is trouw in het gebruik van zijn medicatie. De deskundige heeft op de zitting aangegeven dat betrokkene in de kliniek geen (verbaal) agressief gedrag heeft laten zien en dat hij een goede coping heeft ontwikkeld door zich terug te trekken of het behandelteam op te zoeken als hij het moeilijk heeft. Betrokkene heeft sinds kort begeleid verlof en daarmee zijn ook de eerste stappen in zijn resocialisatietraject gezet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de dossierstukken wordt vermeld dat betrokkene sinds 2005 vele malen is opgenomen in psychiatrische klinieken en dat er aanwijzingen zijn dat het forse middelengebruik heeft geleid tot een toename van antisociale persoonlijkheidskenmerken en neurocognitieve schade. Omdat het behandelingsteam geen neurocognitieve problemen bij betrokkene constateert heeft de kliniek daarnaar nader onderzoek ingesteld; de resultaten daarvan zijn op dit moment nog niet bekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De komende periode zal het verlof worden uitgebreid en zal de behandeling worden voortgezet en geïntensiveerd. De deskundige heeft op zitting aangegeven dat het doel is dat betrokkene inzicht krijgt in zijn ziektebeeld en de daarbij behorende klachten (die hij wel erkent), dat hij intrinsiek gemotiveerd raakt voor zijn behandeling en bereid is hulp te vragen en te aanvaarden als dat nodig is.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de behandeling van betrokkene nog langer zal duren dan een jaar. Daarom zal zij de maatregel met twee jaren verlengen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. E. Post, voorzitter, mrs. L.C. Michon en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>