<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T10:04:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659871-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4431">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T10:03:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4431 Rechtbank Midden-Nederland , 07-04-2025 / 16/659871-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4431:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tbs verlenging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4431:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht<?linebreak?>Zittingsplaats Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-659871-14 (vordering verlenging tbs met verpleging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 7 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] (Suriname), </para>
      <para>op dit moment verblijvend bij het [naam instelling 1] te [plaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vonnis van deze rechtbank van 24 februari 2015 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 3 april 2015; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken waaruit blijkt dat de rechtbank op 7 april 2021 een bevel tot verpleging van overheidswege met betrekking tot betrokkene heeft afgegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beslissing van deze rechtbank van 5 april 2023, waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met twee jaar; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering van de officier van justitie van 14 februari 2025 tot verlenging van de tbs met twee jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verlengingsadvies van de [naam instelling 1] (hierna: de kliniek) van 3 februari 2025, opgemaakt door [A] MSc (gz-psycholoog/klinisch psycholoog i.o., hoofd patiëntenzorg, tevens plaatsvervangend hoofd van de inrichting), [B] MSc (gzpsycholoog, hoofd behandeling) en drs. [C] (psychiater), om de tbs te verlengen met twee jaar;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode mei 2023 tot en met 31 december 2024. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak heeft op 24 maart 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;</para>
    <para>- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.J. Boven, advocaat te Leusden;</para>
    <para>- de aan de kliniek verbonden deskundige, [D] .</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de kliniek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde advies. </para>
      <para>De deskundige heeft ter zitting het advies van de kliniek nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als matig tot hoog. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft gepleit voor een verlenging van de maatregel met een jaar. </para>
      <para>Daartoe is aangevoerd dat betrokkene in de afgelopen tijd grote stappen heeft gemaakt, dat het de vraag is in hoeverre er nog wordt voldaan aan het gevaarscriterium en dat betrokkene behoefte heeft aan perspectief. Als de maatregel met een jaar wordt verlengd kan worden onderzocht of een ander kader, zoals een zorgmachtiging of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, mogelijk is. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maximering </emphasis>
      </para>
      <para>Aan betrokkene is bij vonnis van 24 februari 2015 de maatregel van terbeschikkingstelling</para>
      <para>met voorwaarden opgelegd. De rechtbank heeft in haar vonnis overwogen dat, voor het geval alsnog dwangverpleging wordt bevolen, deze niet is gemaximeerd. De rechtbank heeft bij beslissing van 7 april 2021 het bevel tot dwangverpleging afgegeven. Omdat de maatregel niet is gemaximeerd kan die worden verlengd als aan de vereisten wordt voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornis </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten </para>
      <para>- een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis;<?linebreak?>- een stoornis in cannabisgebruik: matig, ernstig, in remissie in gereguleerde omgeving;<?linebreak?>- een stoornis in het gebruik van cocaïne: licht, in remissie in gereguleerde omgeving;<?linebreak?>- een stoornis in het gebruik van amfetamineachtig middel: licht, in remissie in gereguleerde omgeving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Recidivegevaar</emphasis>
      </para>
      <para>Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als matig tot hoog ingeschat. </para>
      <para>De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies te twijfelen en neemt dit over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat er al vele jaren geen incident met fysiek gewelddadig gedrag is geweest, maar de rechtbank is van oordeel dat (toch) aan het gevaarscriterium is voldaan. Dat er geen gewelddadige incidenten zijn geweest moet immers worden bezien in het kader van de verleende zorg, behandeling en begeleiding. Betrokkene is voor het reguleren van zijn emoties afhankelijk van het behandelteam. Het recidiverisico wordt in het huidige kader dan ook ingeschat als laag. De kliniek merkt echter op dat het risico op drugsgebruik oploopt als het toezicht afneemt of als de stress bij de betrokkene toeneemt omdat betrokkene bekend is met psychotische ontregeling en maatschappelijk teloorgang in combinatie met ernstig misbruik van drugs. Betrokkene staat ambivalent tegenover het gebruik van verdovende middelen en bij een terugval in drugsgebruik zal het risico op geweld gaan oplopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is, gelet op het verlengingsadvies en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling vereist. De rechtbank is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het uitgangspunt</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs wordt verlengd met twee jaar als aannemelijk is dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. Hier wordt alleen bij bijzondere omstandigheden van afgeweken. </para>
      <para>De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken en zal daarom de maatregel met twee jaren verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verloop van de behandeling</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene is op 7 februari 2024 overgeplaatst van [naam instelling 2] naar de [locatie] , de long-care voorziening van de [naam instelling 1] te [plaats 2] . Bij de behandeling van betrokkene is naar voren gekomen dat zijn problematiek chronisch van aard is en dat hij intensieve begeleiding en langdurige zorg nodig heeft. Betrokkene is beperkt leerbaar en weinig belastbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de afgelopen periode is een voorzichtig positieve trend doorgemaakt: betrokkene heeft geen verdovende middelen gebruikt, heeft zijn medicatie trouw ingenomen en heeft zijn relatieve psychiatrische stabiliteit behouden. Betrokkene is voor het reguleren van zijn emoties, zoals spanning en agressie, het verlangen naar autonomie en neerslachtigheid, nog afhankelijk van het behandelteam. Maar het is positief dat hij steeds beter in staat is de emoties die hij ervaart te herkennen, hier open over te zijn en hulp te accepteren. Betrokkene heeft een passende dagstructuur van arbeidstraining, onderwijs en therapie die </para>
      <para>hem helpt om emotioneel stabiel te blijven. Hij toont doorgaans een goede inzet voor zijn dagstructuur, maar is ook enkele keren teruggevallen in ongezond gedrag (gokken en seksueel grensoverschrijdend gedrag). Het blijft laveren tussen draagkracht en draaglast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sinds april 2024 onderneemt betrokkene begeleid verlof en dat verloopt naar wens: hij houdt zich aan de afspraken, is open in het contact en kan het verlof zelfstandig vormgeven. Recent is gestart met het gefaseerd opstarten van onbegeleid verlof: betrokkene heeft onbegeleid verlof om naar de werkplaats te gaan en, als dit naar wens verloopt, zal de komende tijd worden bezien of en hoe het onbegeleid verlof verder kan worden uitgebreid. Daarbij is van belang of betrokkene zich aan de afspraken blijft houden, of hij zijn copingvaardigheden kan inzetten in nieuwe situaties en of hij op zichzelf leert vertrouwen terwijl het behandelteam meer op afstand is. Verder zal in de komende tijd worden getoetst of betrokkene bij toenemende vrijheid weerstand kan (blijven) bieden aan de toenemende verleiding om verdovende middelen te gebruiken. </para>
      <para>De deskundige heeft ter zitting aangegeven dat het resocialisatie traject van betrokkene kan worden vormgegeven in de sociowoningen die op het terrein van de kliniek staan. </para>
      <para>Ten slotte heeft de deskundige ter zitting benadrukt dat het met name in het belang van betrokkene is dat het doorlopen van het resocialisatietraject voor hem een succeservaring wordt en dat de kans daarop toeneemt als de resocialisatie op een zorgvuldige wijze, te weten stap-voor-stap, plaats vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van betrokkene om de termijn van tbs met een jaar te verlengen. De rechtbank verwijst hierbij naar het hiervoor weergegeven uitgangspunt bij de beoordeling en stelt vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met dwangverpleging rechtvaardigen. </para>
      <para>Het ziet er ook niet naar uit dat betrokkene over een jaar in aanmerking zal komen voor een zorgmachtiging en dat de maatregel om die reden zal kunnen worden beëindigd. Als de rechtbank de tbs met een jaar zou verlengen zou bij betrokkene de verwachting kunnen gewekt dat dit wel het geval zou zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De jongste rechter is buiten staat deze verklaring mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>