<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T10:06:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/661471-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4409">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T10:06:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4409 Rechtbank Midden-Nederland , 21-01-2025 / 16/661471-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4409:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tbs verlenging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4409:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht<?linebreak?>Zittingsplaats Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-661471-15 (vordering verlenging tbs)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 21 januari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,<?linebreak?>geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,<?linebreak?>op dit moment verblijvende te [verblijfplaats] , locatie [locatie] ,</para>
      <para>hierna: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vonnis van deze rechtbank van 22 december 2015 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan doodslag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 6 januari 2016; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beslissing van deze rechtbank van 18 december 2023 waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met een jaar; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering van de officier van justitie van 22 november 2024 tot verlenging van de tbs met een jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verlengingsadvies van de Pompestichting (hierna: de instelling) van 25 oktober 2024, opgemaakt door drs. J.P.M. van Casteren (behandelcoördinator en GZpsycholoog) en E.P.M.T. Brouns (psychiater, plv. hoofd van de instelling en directeur patiëntenzorg), inhoudend het advies om de tbs met verpleging te verlengen met een jaar;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Pro Justitia-rapport van 20 september 2023, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Pro Justitia-rapport van 20 september 2023, opgemaakt door dr. W.F. van Kordelaar, psycholoog;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene over de periode van 15 september 2022 tot en met 26 maart 2024.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak heeft op 7 januari 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;</para>
    <para>- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam;</para>
    <para>- de aan de kliniek verbonden deskundige, drs. J.P.M. van Casteren. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de inrichting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. </para>
      <para>De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als matig tot hoog. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inrichting adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met een jaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met een jaar gehandhaafd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de rechtbank de tbs eerder heeft verlengd met een jaar omdat voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging binnen een jaar mogelijk was. </para>
      <para>Het is niet aan betrokkene te wijten dat hij langer dan voorzien heeft moeten wachten op overplaatsing naar [verblijfplaats] te [locatie] . Verder is de reclassering reeds betrokken en had het proefverlof eerder kunnen worden aangevraagd. </para>
      <para>Ook is aangevoerd dat de inrichting het recidiverisico ten onrechte hoger inschat dan de onafhankelijk deskundigen hebben gedaan in hun ten behoeve van de vorige verlengingszitting opgemaakte rapportages. Gelet op de beperkte risico’s dient in elk geval te worden onderzocht of voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging mogelijk is. De verdediging heeft daarom primair verzocht om de beslissing ten aanzien van de dwangverpleging aan te houden (al dan niet met gelijktijdige verlenging van de tbs) voor het opmaken van een maatregelenrapport. De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat de maatregel met een jaar dient te worden verlengd en dat bij de verlenging over een jaar een maatregelenrapport beschikbaar dient te zijn. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maximering – kan de tbs worden verlengd? </emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene is bij vonnis van 22 december 2015 veroordeeld voor doodslag. De rechtbank</para>
      <para>heeft bij het opleggen van de tbs overwogen dat de maatregel niet is gemaximeerd. Omdat</para>
      <para>de tbs ongemaximeerd is opgelegd, kan die worden verlengd als daarvoor gronden bestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten:</para>
      <para>- een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis;<?linebreak?>- een persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Recidivegevaar</emphasis>
      </para>
      <para>In het verlengingsadvies wordt het recidivegevaar bij beëindiging van de maatregel als matig tot hoog ingeschat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies te twijfelen en neemt dit over. </para>
      <para>De rechtbank kent geen doorslaggevende betekenis toe aan de omstandigheid dat de onafhankelijk deskundigen het recidiverisico lager hebben ingeschat (te weten: matig). Er ontstaat in ieder geval gevaar voor gewelddadig gedrag bij destabilisatie van betrokkene door onvoldoende medicatietrouw en/of bij langdurige overschrijding van zijn draagkracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is, gelet op het verlengingsadvies en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs eist. Daarbij wordt, naar het oordeel van de rechtbank, voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.<?linebreak?></para>
      <para>Op 3 december 2024 is betrokkene in het kader van transmuraal verlof verhuisd naar [verblijfplaats] te [locatie] . Door de verhuizing is de ambulante begeleiding door forFACT ook opgestart zodat de Pompestichting, de reclassering en forFACT op dit moment bij het traject betrokken zijn. De deskundige heeft ter zitting bevestigd dat het goed gaat met betrokkene en dat hij medicatietrouw is. Als de samenwerking met forFACT en de reclassering goed blijkt te verlopen, kan proefverlof worden aangevraagd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de deskundige is het nog te vroeg voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging omdat betrokkene pas sinds kort is verhuisd (een maand geleden) en forFACT betrokkene nog moet leren kennen. Dat is van groot belang omdat betrokkene moeilijk ‘te lezen’ is en de neiging heeft tot vermijding, terwijl hij ogenschijnlijk stabiel functioneert en zijn gedrag niet tot problemen leidt. Vroege signalen van ontregeling kunnen daardoor worden gemist bij de nieuwe behandelaar, die tijd nodig zal hebben om betrokkene goed te leren kennen. </para>
      <para>Omdat betrokkene niet-aangeboren hersenletsel heeft is hij kwetsbaar voor overvraging. Zijn beperkte draagkracht maakt dat hij kwetsbaar is voor het ontstaan van een psychose en een psychose leidt tot een toename van het recidiverisico vanwege mogelijke agressieve impulsdoorbraken en gewelddadig gedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de onafhankelijk psychiater heeft vorig jaar aangegeven dat tijd nodig is om betrokkene goed te leren kennen en gepleit voor geleidelijkheid en het introduceren van proefverlof voordat wordt overgegaan tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Volgens de psychiater behoudt de kliniek, die betrokkene goed kent, op deze manier de regie in de overgangsfase naar de [verblijfplaats] en kan zij de reclassering en het begeleidingsteam van de [verblijfplaats] coachen bij de begeleiding van betrokkene. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom de maatregel met een jaar verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afwijzing verzoek tot opstellen maatregelenrapport</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen.</para>
      <para>De rechtbank acht een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel op dit moment prematuur gezien het belang van een gefaseerde uitbreiding van de vrijheden van de betrokkene en  de stappen die nog moeten worden gezet in zijn behandel- en resocialisatietraject, zoals hiervoor uiteengezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek tot aanhouding teneinde het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;</para>
    <para />
    <para>- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en I. Jadib, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Jadib is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>