<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T13:47:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-659263-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4385">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T13:47:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4385 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2025 / 16-659263-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4385:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tbs omzetting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4385:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht<?linebreak?>Zittingsplaats Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-659263-18 (vordering omzetting tbs)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 11 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>op dit moment gedetineerd in [verblijfplaats] ,</para>
      <para>hierna: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vonnis van deze rechtbank van 25 juli 2018 waarbij betrokkene onder meer ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 25 december 2019; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beslissing van deze rechtbank van 22 december 2023, waarbij de termijn van tbs met voorwaarden voor het laatst is verlengd met twee jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een proces-verbaal van aanhouding van betrokkene op 1 september 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het advies van Verslavingsreclassering GGZ van 2 september 2024 tot voorlopige omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering van de officier van justitie van 2 september 2024, die strekt tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bevel van de rechter-commissaris van 2 september 2024 tot voorlopige verpleging en het bijbehorende proces-verbaal van verhoor;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het aanvullend advies van Verslavingsreclassering GGZ van 13 september 2024 tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van deze rechtbank van 17 september 2024 tot aanhouding van de behandeling en het (doen) opstellen van een Pro Justitia-rapport door een psycholoog of psychiater;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Pro Justitia-rapport van 5 december 2024, opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de voortgangsrapportages over de periode van 25 november 2023 tot en met 13 december 2024.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak heeft op 17 september 2024 en 28 januari 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Op de zitting van 28 januari 2025 zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;</para>
    <para>- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. K.H.T van Gijssel, advocaat te Diemen;</para>
    <para>- de heer [A] , reclasseringswerker.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundige</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psychiater concludeert, kort samengevat, dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis in het gebruik van alcohol, licht, en gebruik van cocaïne, ernstig, en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken. Daarnaast wordt vastgesteld dat sprake is van zwakbegaafdheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psychiater acht de kans op herhaling van geweld groot, met name als verdachte een relatie heeft en terugvalt in het gebruik van verdovende middelen (en alcoholgebruik) en in aan drugsgebruik gerelateerd antisociaal gedrag. De kans dat betrokkene terugvalt in drugsgebruik is erg groot en dat is een zeer belastende factor voor recidive. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psychiater adviseert de tbs met voorwaarden om te zetten in tbs met dwangverpleging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de reclassering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de reclassering blijkt uit de onder 1 genoemde adviezen. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het standpunt van de reclassering nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er vele pogingen zijn gedaan om betrokkene een behandeling te bieden binnen een ambulant kader. Gebleken is dat een ambulant kader – ook bij een klinisch traject – onvoldoende is om het als hoog ingeschatte recidiverisico te beperken. Betrokkene heeft zich meermalen aan het toezicht onttrokken en valt regelmatig terug in middelengebruik. De verslavingsgevoeligheid, verstandelijke beperking en aanwezige relationele problematiek vormen een risicofactor die, door het herhaaldelijk overtreden van de voorwaarden, niet langer met bijzondere voorwaarden is in te perken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclassering adviseert de tbs met voorwaarden dan ook om te zetten in tbs met dwangverpleging omdat het ambulante toezichtkader ontoereikend is gebleken. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging gehandhaafd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen. Betrokkene erkent dat hij zijn verslaving nog niet onder controle heeft, met name in spanningsvolle situaties, en dat hij daar verder aan moet werken. Dat kan volgens betrokkene ook binnen het bestaande kader. Daarbij is van belang dat de terugval niet tot gevolg heeft gehad dat betrokkene geweld heeft gebruikt. Betrokkene heeft recent het besluit genomen geen relatie met een partner meer aan te gaan, omdat dit bij hem leidt tot de spanningen en stress. De verdediging verzoekt om betrokkene nog een laatste kans te geven en de tbs niet om te zetten naar dwangverpleging.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornis en gevaar </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het Pro Justitia-rapport blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten onder meer: </para>
    </parablock>
    <para>- een stoornis in het gebruik van alcohol, licht; </para>
    <para>- een stoornis in het gebruik van cocaïne, ernstig;  </para>
    <para>- een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken. </para>
    <para>Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel door de reclassering en de psychiater als hoog ingeschat. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de reclasseringsadviezen en het Pro Justitia-rapport van de deskundige te twijfelen en neemt deze over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De omzetting </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 6:6:10 eerste lid, aanhef en onder e van het Wetboek van Strafvordering, voor zover hier relevant, is de rechter, indien de ter beschikking gestelde een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, gedurende de looptijd van de terbeschikkingstelling, bevoegd te beslissen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de reclasseringsadviezen blijkt dat betrokkene zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van de tbs die hem bij vonnis van 25 juli 2018 door de rechtbank zijn opgelegd. Betrokkene heeft in korte tijd meermaals de voorwaarden overtreden door herhaaldelijk harddrugsgebruik, onttrekking aan de meldplicht en verblijf bij woonvoorziening, ondanks een eerder ingezette time-out en meerdere waarschuwingsgesprekken en officiële waarschuwingen. De reclassering stelt zich op het standpunt dat een ambulant kader inmiddels onverantwoord is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Behandeling en risicomanagement</emphasis>
        <?linebreak?>De psychiater ziet voor betrokkene geen behandelingsmogelijkheden meer binnen een FPA of FPK in het kader van voortzetting van de tbs met voorwaarden. De inschatting is dat betrokkene dan weer zou vervallen in het overschrijden van de voorwaarden die zijn gesteld om herhaling te voorkomen en hem te leren delictfactoren te vermijden. Binnen het bestaande kader is er onvoldoende samenwerking met betrokkene en het is onvoldoende mogelijk gebleken met hem tot voorwaarden te komen die hij langdurig naleeft en van waaruit hij kan leren. De beperkte betrouwbaarheid en beperkte openheid van betrokkene staan daaraan in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar inschatting van de psychiater zal betrokkene een langdurig traject binnen de tbs nodig hebben met een stapsgewijze opbouw van verloven en daarna resocialiseren. De psychiater adviseert een klinische behandeling beginnend op beveiligingsniveau 3, waar hem grenzen gesteld kunnen worden, waar drugsgebruik verboden is en waar hij kan leren vanuit ervaringen in het sociotherapeutische milieu. Betrokkene heeft langdurig resocialiseren nodig binnen de beschermende maatregel van de tbs terwijl er nog geobserveerd moet worden welke voorziening hij na de klinische fase aankan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat betrokkene herhaaldelijk de voor hem gestelde voorwaarden heeft overtreden. Daarbij komt dat volgens de psychiater de tbs met voorwaarden ontoereikend is gebleken om betrokkene effectief te behandelen en het risico op herhaling in te dammen, en er in dit kader - naar de rechtbank begrijpt ook binnen een klinische setting - geen reële behandelingsmogelijkheden meer zijn. </para>
      <para>De rechtbank concludeert hieruit dat gezien het recidiverisico en de ernst van de bij betrokkene vastgestelde stoornis en zwakbegaafdheid de tbs met voorwaarden een gepasseerd station is nu een behandeling niet van de grond is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op de adviezen van de reclassering en de psychiater, van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist dat betrokkene alsnog van overheidswege verpleegd zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat, gelet op het voorgaande, voorbij aan het verzoek van de verdediging om betrokkene nog een laatste kans te geven binnen het kader van de tbs met voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt voorts dat betrokkene bij vonnis van deze rechtbank van 25 juli 2018 is veroordeeld tot de maatregel van tbs met voorwaarden voor misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Dit brengt mee dat – gelet op het bewezen verklaarde – de tbs bij omzetting naar dwangverpleging niet is gemaximeerd en dan dus langer dan vier jaar kan duren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging toe.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">wijst toe</emphasis> de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">beveelt</emphasis> dat [betrokkene] van overheidswege zal worden verpleegd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. J. Edgar, voorzitter, mrs. A. Blanke en J.A. Zwinkels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs Blanke en Zwinkels zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>