<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-13T11:03:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/107798-21 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4334">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-13T11:03:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4334 Rechtbank Midden-Nederland , 16-07-2025 / 16/107798-21 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4334:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij. De rechtbank acht op basis van de verklaring van veroordeelde aannemelijk geworden dat hij in totaal € 20.050,- heeft ontvangen voor de hennepkwekerij. De huurpenningen komen niet voor aftrek in aanmerking nu deze ook zijn betaald met het oog op huisvesting. Overschrijding redelijke termijn met ongeveer 1 jaar waardoor de betalingsverplichting wordt gematigd met 10% tot een bedrag van € 18.045,-.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4334:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/107798-21 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2025 op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres 1] , [postcode] te [plaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. I.R.V. Out en van hetgeen veroordeelde en mr. M.Q. Zaat, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vordering van de officier van justitie van 22 juli 2024 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel van € 711.349,71. Dit bedrag bestaat uit € 511.379,45 aan wederrechtelijk verkregen voordeel van de hennepkwekerij in [plaats] aan de [adres 2] en € 199.970,26 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij in [plaats] aan [adres 3] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting van 2 juli 2025 op het standpunt gesteld dat veroordeelde in de visie van het Openbaar Ministerie valt aan te merken als medeplichtige terzake de hennepkwekerij in [plaats] . Hierdoor neemt de officier van justitie de hennepkwekerij in [plaats] niet mee bij het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting dient daarom te worden vastgesteld op € 199.970,26. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging	</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet volgt dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten van de kwekerij in [plaats] . Voor de kwekerij in [plaats] moet volgens de raadsman aangesloten worden bij de verklaring die veroordeelde hier zelf over heeft afgelegd, namelijk dat hij in totaal € 20.050,- aan vergoeding heeft gekregen voor het ter beschikking stellen van zijn woning voor de hennepkwekerij. </para>
        <para>De kosten die veroordeelde voor de huur heeft betaald, staan in direct verband met de kwekerij en de raadsman verzoekt de rechtbank om deze kosten in mindering te brengen. </para>
        <para>Gezien de overschrijding van de redelijke termijn vindt de verdediging een vermindering van het ontnemingsbedrag met € 5.000,-, althans in ieder geval € 3.205,-, passend.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van 16 juli 2025 van deze rechtbank, voor zover van belang, veroordeeld voor het volgende strafbare feit: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de periode van 2 juni 2020 tot en met 2 maart 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit het strafbare feit dat de veroordeelde heeft begaan (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hennepkwekerij [plaats] – [adres 2]</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft verdachte bij vonnis van 16 juli 2025 vrijgesproken van het medeplegen van of medeplichtigheid aan het telen van hennep in het pand aan de [adres 2] in [plaats] . De rechtbank acht het dan ook niet aannemelijk dat verdachte hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hennepkwekerij [plaats] - [adres 3]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opbrengsten </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat de ontnemingsmaatregel een reparatoir karakter heeft en beoogt de veroordeelde in de vermogenspositie te brengen waarin hij verkeerde vóór het plegen van het strafbare feit waaruit hij in de concrete omstandigheden daadwerkelijk voordeel heeft verkregen. Het Rapport Berekening Wederrechtelijk Verkregen Voordeel bevat enkel een berekening van de opbrengst van de kwekerij.<footnote-ref linkend="_cadf0699-b699-4a47-9633-51803938dad2" />Alhoewel veroordeelde is veroordeeld voor het medeplegen van het telen van hennep, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanwijzingen dat de volledige opbrengst van de hennepkwekerij in het vermogen van veroordeelde is gevloeid. Welk deel van de opbrengst daadwerkelijk in het vermogen van veroordeelde is gevloeid, is onduidelijk door het ontbreken van een kasopstelling of een vermogensvergelijking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is op basis van de verklaring van veroordeelde wel van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde enig wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Veroordeelde heeft zelf verklaard dat hij in totaal € 20.050,- als vergoeding heeft ontvangen voor de hennepkwekerij in zijn woning.<footnote-ref linkend="_49d9f306-dba5-4649-a35b-c448b39dc508" /> De rechtbank acht het op basis van de verklaring van veroordeelde aannemelijk geworden dat hij € 20.050,- als opbrengst heeft ontvangen voor de hennepkwekerij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten huisvesting</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de kosten voor de huur van de woning aan [adres 3] als kosten dienen te worden meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De kosten staan namelijk in rechtstreeks verband met de hennepkwekerij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de door de veroordeelde betaalde huurpenningen niet voor aftrek in aanmerking komen. Alleen de voor het gepleegde feit extra gemaakte kosten kunnen in mindering worden gebracht, ofwel alleen kosten die niet gemaakt zouden zijn als de illegale activiteiten niet waren gepleegd. De door veroordeelde betaalde huurpenningen zijn ook betaald met het oog op legale activiteiten, te weten huisvesting. Dit zou slechts anders zijn indien de woning enkel en alleen is gehuurd voor gebruik voor hennepkweek. Daarvan was, zoals gezegd, geen sprake. Daar komt bij dat veroordeelde de woning ook al huurde in de periode voordat hij besloot om hennep in de woning te gaan telen. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten voor elektra</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het veroordelend vonnis van 16 juli 2021 wordt de vordering van benadeelde partij Liander voor een bedrag van € 7.103,61 toegewezen voor de (illegale) afname van stroom voor de hennepkwekerij. De rechtbank zal dit bedrag niet als kosten in mindering brengen op het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel omdat deze vordering nog niet onherroepelijk is en ook nog niet is voldaan. Zodra dit wel is gebeurd, dient dit bedrag in mindering te strekken op de hieronder opgenomen betalingsverplichting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 20.050,-.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Toerekening van het voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Nu de rechtbank uitgaat van de door veroordeelde afgelegde verklaringen over de winst die hij persoonlijk uitgekeerd kreeg voor de hennepkwekerij, zal de rechtbank dit volledige bedrag ook aan veroordeelde toerekenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>In artikel 6, eerste lid van het EVRM is het recht van iedere veroordeelde gewaarborgd dat binnen een redelijke termijn op de ontnemingsvordering wordt beslist. Als aanvangsdatum van deze redelijk termijn neemt de rechtbank in dit geval 2 juni 2021. Dat is de datum waarop de kennisgeving conservatoir beslag aan verdachte is betekend. Als uitgangspunt voor de redelijke termijn geldt dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. De rechtbank ziet echter ook dat de vordering op 6 augustus 2024 al inhoudelijk had kunnen worden behandeld waardoor eindvonnis had kunnen worden gewezen op 20 augustus 2024. De behandeling van de zaak is destijds op verzoek van de verdediging aangehouden omdat verdachte aanwezig wilde zijn bij de behandeling van de zaak en hij tot dat moment onbereikbaar was geweest voor de raadsman. De rechtbank gaat daarom uit van een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 1 jaar (2 juni 2021 tot 20 augustus 2024). De rechtbank zal de vast te stellen betalingsverplichting daarom matigen met 10%. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op (<emphasis role="italic">€ 20.050,- x 0,9=</emphasis>) € 18.045,-.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 20.050,-;</para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde <emphasis role="bold">de verplichting op tot betaling van € 18.045,-</emphasis> aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 360 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. A.J. Reitsma en J.E.S. Dolmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juli 2025.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_cadf0699-b699-4a47-9633-51803938dad2" label="1">
    <para> Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij</para>
    <para>ex art 36e 2e 1id Sr”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, met zaaknummer 2022028246 (pagina 5000 tot en met 5060).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49d9f306-dba5-4649-a35b-c448b39dc508" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor van [veroordeelde] op 1 september 2021, genummerd PL1300-2021044549-12, pagina 319.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>