<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T11:21:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR_24_5737</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4267">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T11:20:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4267 Rechtbank Midden-Nederland , 15-07-2025 / UTR_24_5737</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4267:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ZW. Beroep ongegrond. Het is aan eiseres te wijten dat haar mate van arbeidsongeschiktheid niet kon worden beoordeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4267:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/5737 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Goedhart),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, het Uwv </para>
      <para>(gemachtigde: L.A.P. ter Laak).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: <emphasis role="bold">Ministerie van Defensie</emphasis> uit Utrecht (de werkgever)</para>
      <para>(gemachtigde: M. Bockting).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft voor het laatst bij het Ministerie van Defensie (de werkgever) gewerkt. Haar werkgever heeft haar op 23 november 2022 ziek naar huis gestuurd. Vervolgens is zij op 5 juni 2023 ontslagen. [bedrijf 1] trad namens werkgever op als <?linebreak?>re-integratiebegeleider. </para>
    <para />
    <para>2. In een besluit van 16 januari 2024 (het primaire besluit 1) heeft het Uwv de uitkering van eiseres op grond van de Ziektewet (ZW) geschorst, omdat zij niet is verschenen op het spreekuur van de bedrijfsarts op 8 december 2023 en deze afspraak ook niet heeft afgezegd. Daarnaast is eiseres gewaarschuwd dat als zij niet binnen één maand contact opneemt met haar werkgever, mogelijk het recht op uitkering per 8 december 2023 eindigt. </para>
    <para />
    <para>3. In een tweede besluit van 16 januari 2024 (het primaire besluit 2) heeft het Uwv de <?linebreak?>ZW-uitkering van eiseres om dezelfde reden per 8 december 2023 beëindigd. De werkgever heeft eiseres opnieuw uitgenodigd voor een gesprek met de bedrijfsarts op <?linebreak?>22 december 2023, maar eiseres is ook niet op die afspraak verschenen en heeft ook deze afspraak niet afgezegd.</para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen beide primaire besluiten.</para>
    <para />
    <para>5. In een besluit van 18 juli 2024 (het bestreden besluit 1) heeft het Uwv de schorsingsbeslissing (het primaire besluit 1) gehandhaafd. Eiseres kon de schorsing van de ZW-uitkering ongedaan maken door binnen een maand contact op te nemen met haar bedrijfsarts/casemanager. Dit werd echter onmogelijk gemaakt door de beslissing tot beëindiging van de ZW-uitkering op dezelfde dag (het primaire besluit 2). Het Uwv heeft de beëindigingsbeslissing daarom ongedaan gemaakt. Het Uwv heeft eiseres verzocht om een nieuwe afspraak met een bedrijfsarts van [bedrijf 1] te maken. </para>
    <para />
    <para>6. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>7. [persoon 1] (verzekeringsarts onder supervisie van een bedrijfsarts) van [bedrijf 1] heeft eiseres uitgenodigd voor een digitaal spreekuur op 17 oktober 2024. Dit spreekuur heeft geen doorgang gevonden, waarna eiseres opnieuw is uitgenodigd voor een online spreekuur met [persoon 1] op 24 oktober 2024. </para>
    <para />
    <para>8. In een besluit van 1 november 2024 (het bestreden besluit 2) heeft het Uwv aan eiseres meegedeeld dat zij per 8 december 2023 geen ZW-uitkering meer krijgt, omdat [persoon 1] de arbeidsongeschiktheid van eiseres niet heeft kunnen beoordelen. Eiseres heeft op het spreekuur van 24 oktober 2024 niet gereageerd op vragen van [persoon 1] , ondanks herhaaldelijk verzoek hiertoe vanuit [persoon 1] . </para>
    <para />
    <para>9. Het Uwv heeft op 6 november 2024 een verweerschrift ingediend. Daarin heeft het Uwv de rechtbank verzocht om het bestreden besluit 2 op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), te betrekken bij de beoordeling van het beroep. </para>
    <para />
    <para>10. Op 9 december 2024 en 4 februari 2025 heeft eiseres gereageerd op het bestreden besluit 2. Het Uwv heeft hier op 14 maart 2025 schriftelijk op gereageerd. Ten slotte heeft eiseres op 17 maart 2025 een schriftelijke reactie met schriftelijke bijlagen en een usb-stick naar de rechtbank gestuurd. </para>
    <para />
    <para>11. De werkgever heeft verklaard aan het geding te willen deelnemen. Eiseres heeft geen toestemming gegeven om stukken die medische gegevens bevatten aan de werkgever toe te zenden. De rechtbank heeft de medische stukken met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Awb doen toekomen aan de door de werkgever ingeschakelde gemachtigde mr. M. Bockting. Omdat de werknemer geen toestemming heeft gegeven om gedingstukken die medische gegevens bevatten ter kennisname aan eiseres te verstrekken, zal de rechtbank de motivering van haar oordeel voor zover nodig en mogelijk beperken om te voorkomen dat deze gegevens via deze uitspraak alsnog openbaar worden. </para>
    <para />
    <para>12. Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2025. Eiseres en het Uwv hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Namens eiseres is ook haar partner [persoon 2] ( [persoon 2] ) verschenen. De derde-partij is, met vooraf bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvullende stukken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>13. De gemachtigde van eiseres heeft op 17 maart 2025 aanvullende schriftelijke stukken en een usb-stick naar de rechtbank gestuurd. Uit artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat nadere stukken tot tien dagen voor de zitting kunnen worden ingediend. Het staat vast dat eiseres zich niet aan die termijn heeft gehouden. Als stukken niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend, is het aan de rechtbank om te beslissen of de goede procesorde zich ertegen verzet dat de desbetreffende stukken bij de beoordeling van het beroep kunnen worden betrokken. </para>
    <para />
    <para>14. De rechtbank heeft eiseres verzocht om ook een kopie van de usb-stick aan het Uwv en de werkgever te sturen. Het Uwv en de werkgever hebben geen kopie ontvangen. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting toegelicht dat de inhoud van de <?linebreak?>video- en geluidsopname van het spreekuur met [persoon 1] op de usb-stick overeenkomt met de inhoud van de transcriptie van dit spreekuur die de gemachtigde van eiseres reeds eerder bij zijn beroepschrift heeft overgelegd. Op zitting is daarom met partijen afgesproken de usb-stick niet toe te voegen aan het dossier en het beroep van eiseres te beoordelen met inachtneming van de transcriptie. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>15. Deze zaak gaat over de vraag of het Uwv de ZW-uitkering van eiseres terecht per <?linebreak?>8 december 2023 heeft beëindigd, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per die datum niet kan worden beoordeeld. Het Uwv heeft op de zitting toegelicht dat met het bestreden besluit 2 zowel de schorsing van de ZW-uitkering als het ongedaan maken van de beëindiging van die uitkering is herroepen. </para>
    <para />
    <para>16. Tussen partijen staat niet ter discussie dat het gesprek tussen [persoon 1] en [persoon 2] op het spreekuur van 24 oktober 2024 moeizaam is verlopen. Ook staat niet ter discussie dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres niet is beoordeeld. Volgens het Uwv is dit aan eiseres te wijten. Eiseres is het daar niet mee eens. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beëindiging van de ZW-uitkering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>17. Eiseres stelt dat het onjuist is dat door haar toedoen de mate van haar arbeidsongeschiktheid niet kan worden vastgesteld. Zij voert daartoe aan dat zij op <?linebreak?>17 en 24 oktober 2024 op de online spreekuren met [persoon 1] is verschenen en op beide spreekuren bereid was om vragen over haar arbeidsongeschiktheid te beantwoorden.</para>
    <para />
    <para>18. Eiseres is op 17 oktober 2024 in de online omgeving voor het spreekuur verschenen. [persoon 1] is toen niet verschenen in verband met verbindingsproblemen. Op <?linebreak?>18 oktober 2024 heeft eiseres een e-mailbericht van [bedrijf 1] ontvangen waarin wordt vermeld dat [persoon 1] eiseres niet in de wachtruimte heeft aangetroffen. Dit is volgens eiseres pertinent onjuist en heeft tot een vertrouwensbreuk tussen haar en de werkgever / [bedrijf 1] geleid. Volgens eiseres moet bij een dergelijke vertrouwensbreuk de bedrijfsarts worden geraadpleegd, hetgeen [persoon 1] niet is. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting toegelicht dat eiseres door deze vertrouwensbreuk niet meer met [persoon 1] in gesprek wilde gaan. Eiseres wordt in hetzelfde e-mailbericht opnieuw uitgenodigd voor een online spreekuur met [persoon 1] op 24 oktober 2024. </para>
    <para />
    <para>19. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting toegelicht dat eiseres na het ontstaan van de vertrouwensbreuk niet om een andere bedrijfsarts heeft gevraagd, omdat er behoefte bestond om [persoon 1] op het spreekuur van 24 oktober 2024 te confronteren met de onjuiste opgave van reden waarom het spreekuur van 17 oktober 2024 niet is doorgegaan. </para>
    <para />
    <para>20. Vervolgens heeft op 24 oktober 2024 gedurende ruim 38 minuten een online spreekuur plaatsgevonden, waarbij [persoon 1] , eiseres en [persoon 2] aanwezig waren. [persoon 2] was destijds de gemachtigde van eiseres. [persoon 1] heeft op dit spreekuur erkend dat hij anders had kunnen verwoorden waarom het spreekuur op 17 oktober 2024 niet is doorgegaan. Verder wil [persoon 1] de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op het spreekuur bespreken. Dat is de reden waarom eiseres is uitgenodigd voor een tweede spreekuur. </para>
    <para />
    <para>21. In de spreekuurrapportage van [bedrijf 2] staat over dit spreekuur dat [persoon 1] in aanwezigheid van eiseres alleen met [persoon 2] heeft gesproken en dat eiseres door toedoen van [persoon 2] geen enkele reactie op vragen van [persoon 1] heeft gegeven. Dit blijkt ook uit de transcriptie van dit gesprek tussen [persoon 2] (C) en [persoon 1] (S) die eiseres heeft ingebracht: </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Mag ik [eiseres] spreken?</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">C: Ik heb een aantal vragen voor u.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Umh, wie bent u als ik vragen mag? Om mee te beginnen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nou dat heb ik net verteld, maar u staat onder supervisie dat klopt toch? (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik ben verzekeringsarts en werk onder supervisie van een bedrijfsarts.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja, kunt u mij de samenwerkingsovereenkomst tussen u en de bedrijfsarts laten zien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik heb het niet bij de hand, het is wel getekend, maar kan nagestuurd of nagezonden worden. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nou zijn we een stapje verder, kunt u nu uw samenwerkingsovereenkomst pakken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Nee we zijn nog geen nu stap verder ik wil eerst zien [eiseres] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Jawel kunt u uw samenwerkingsovereenkomst pakken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Nou wil u [eiseres] legitimeren/geven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nou ik kan [eiseres] niet geven want het is geen bezit, kunt u uw</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">samenwerkingsovereenkomst even pakken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ja nou mag ik, mag ik [eiseres] spreken misschien. Dat ik weet dat ze ook</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">naast u zit.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ze zit zeker naast me alleen ze is haar stem kwijt. Door alles wat er is gebeurd is,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ze haar stem kwijt. Dus mag ik even uw samenwerkingsovereenkomst zien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Sorry wat is ze kwijt?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: U bent echt Oost Indisch doof he.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Is ze haar stem kwijt?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ah u hoort het wel, mag ik uw samenwerkingsovereenkomst? U speelt gewoon spelletjes.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hallo?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Zo kan ik geen gesprek met u voeren. Ik wil graag het gesprek met [eiseres] voeren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Oké u bent de Nederlandse taal niet machtig?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik wil graag [eiseres] als u mij dat toestaat.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: [eiseres] heeft namelijk gerede twijfel bij uw deskundigheid, objectiviteit en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uw integriteit. Dus vandaar hebben we een aantal vragen aan u.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">C: (…) Maar goed snapt u dat [eiseres] dan een aantal vragen voor u heeft?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ja maar ik hoor graag van haar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja maar dat vraag ik niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: U bent voortdurend aan het woord en ik heb geen niet eens gedag kunnen zeggen aan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eiseres] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja maar dat vraag ik niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Mijnheer, wat wilt u, wilt u dat we de beoordeling doen en dat we de documenten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">achteraf nog kunt krijgen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik ga los van het vertrouwensbreuk maakt van arbeidsongeschiktheid vaststellen (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik hoop dat u daaraan meewerkt en [eiseres] ook.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Aan wat meewerken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Dat [eiseres] ook meewerkt aan het feit dat om de maat van haar</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">arbeidsongeschiktheid vast te laten stellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Oh ja zeker, zeker, maar daar komen we zo nog even op want u heeft namelijk leugens verspreidt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Over de betaling? Nou vertel waar blijft de betaling?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Nou als het wel als het wacht wel op uitslag van deze beoordeling daarom is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">belangrijk dat ik gesprek met [eiseres] begin.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">C: Nee hoor want er liggen gewoon uitspraken en die uitspraken worden gewoon genegeerd door [bedrijf 1] . Er zijn uitspraken gedaan door het UWV dat ze gewoon door moeten betalen. Er zijn uitspraken gedaan dat het dagloon niet klopt, [bedrijf 1] negeert dat gewoon. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja oké, helemaal top. Bent u op de hoogte van afspraken tussen cliënt en [bedrijf 1] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Mijnheer nogmaals, wij kunnen zo geen beoordeling doen als u vriendelijk [eiseres] ook wil aan het woord wil stellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C. Dus u weigert om de vraag te beantwoorden, oké dan ga ik naar de volgende vraag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Heeft u nog andere vragen? Of mag ik [eiseres] spreken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nou een andere vraag is wanneer u uzelf gaat ophangen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ja nou dan beëindigen we hierbij het gesprek.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>22. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat het aan eiseres zelf te wijten is dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet is beoordeeld. De rechtbank leidt uit de transcriptie van het spreekuur en de toelichting van de gemachtigde op de zitting af dat het niet de bedoeling van [persoon 2] en eiseres was om op 24 oktober 2024 inhoudelijk over de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres te gaan praten. Eiseres heeft op het spreekuur, ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe, geen enkele vraag beantwoord en is niet in beeld geweest. </para>
    <para />
    <para>23. De onjuiste reden die [bedrijf 1] heeft opgegeven voor het niet doorgaan van het spreekuur van 17 oktober 2024 rechtvaardigt deze opstelling van [persoon 2] en eiseres [persoon 3] heeft deze fout op het spreekuur van 24 oktober 2024 erkend en heeft los daarvan de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres willen bespreken. Als de fout van [persoon 3] al tot een vertrouwensbreuk zou hebben geleid, dan had het op weg van eiseres gelegen om gelijk om een beoordeling door een andere bedrijfsarts te vragen, zodat er op het spreekuur wel inhoudelijk zou kunnen worden gesproken over haar mate van arbeidsongeschiktheid. Eiseres en [persoon 2] hebben er echter voor gekozen om toch te verschijnen op het spreekuur van [persoon 3] met het doel om hem te confronteren met zijn fout. [persoon 3] heeft vervolgens op dit spreekuur negen keer gevraagd of hij eiseres mocht zien en spreken. Eiseres is in het geheel niet aan het woord gekomen door toedoen van [persoon 2] die dit steeds tegenhield met wedervragen. Dit komt voor risico en rekening van eiseres. Zij heeft deze gedragingen van [persoon 2] destijds kennelijk goedgekeurd en heeft hier in de beroepsfase ook geen afstand van genomen. </para>
    <para />
    <para>24. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <para>25. De rechtbank merkt daarbij op dat [persoon 2] zich als gemachtigde in de bezwaarfase tijdens het spreekuurcontact van 24 oktober 2024 discriminerend, dwingend, neerbuigend en onbeleefd tegenover [persoon 3] heeft uitgelaten. Zo stelt [persoon 2] dat [persoon 3] de Nederlandse taal niet machtig is en dat het hem “geen reet” interesseert waar [persoon 3] geboren is:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja want u beheerst namelijk niet helemaal goed de Nederlandse taal. Dus daar twijfel ik zeker aan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Maar dat is mijn accent, ik kom uit een ander land. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Dat is niet uw accent.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik ben hier niet geboren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja ik vind het allemaal hartstikke leuk, maar het interesseert mij geen reet waar je geboren bent. Ik stel vast dat je de Nederlandse taal niet machtig bent.” </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [persoon 2] stelt zich dwingend en discriminerend op tegenover [persoon 3] door te stellen dat [persoon 3] zich moet legitimeren, oogt als een berggeit uit Oezbekistan, de Nederlandse taal niet machtig is en niet weet waar hij het over heeft:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Oh jawel, dus wilt u zich even legitimeren want ik weet niet met wie ik te maken</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heb, want u oogt namelijk als een of andere berggeit die zo uit een of andere</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oezbekistan komt die totaal de Nederlandse taal niet machtig is die totaal niet weet</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waar hij het over heeft. Dus wilt u zich even legitimeren en uw camera aanzetten? Het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wordt een beetje heet onder de voeten he?”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [persoon 2] maant [persoon 3] herhaaldelijk en op dwingende wijze om zich te legitimeren (“leg-i-ti-meren”), zegt tegen [persoon 3] op belerende wijze dat hij wel goed moet luisteren en dat hij Oost Indisch doof is:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: (…) Ik heb te maken met [eiseres] en zij heeft zich niet geïdentificeerd. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ik heb het niet over mijn cliënt, ik heb het over u. U moet wel goed luisteren. Dus nogmaals. Kunt u zich legitimeren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Wat wil je van mij weten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja, ziet u, u bent de Nederlandse taal niet machtig.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik ben [persoon 3] , ik ben arbo-arts, geregistreerd verzekeringsarts.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Legitimeren, leg-i-ti-meren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Nou ik legitimeer mij bij deze.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nee dat doet u niet, nou u bent echt de Nederlandse taal niet machtig. Legitimeren, weet u wel wat dat is?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ja ik kan legitimeren middels rijbewijs, paspoort, ID-kaart.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja nou doet dat is even dan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ja, maar ik draai de rollen om, ik zou graag eerst willen weten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nee u draait de rollen helemaal niet om, u moet zich eerst even legitimeren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ja als ik kijken.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja als kijken, maar u moet legitimeren, dus legitimeren moet. Dus pak uw paspoort,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">rijbewijs of ID-kaart, pak het er maar even bij.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Wil u camera aanzetten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nou volgens mij bent u echt Oost Indisch doof.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als [persoon 3] een vraag van [persoon 2] met betrekking tot de vertrouwensbreuk niet begrijpt, reageert [persoon 2] met de ongepaste vraag of [persoon 3] drugs heeft gebruikt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Wat bedoelt u vertrouwensbreuk? Met mij? [eiseres] heeft mij niet eens</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gesproken.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Ja ik heb het niet over u, ik heb het over met de ex-werkgever, dus met [bedrijf 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Dus wat is uw antwoord daarop?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Nogmaals u vraag herhalen alsjeblieft.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nou er is sprake van een vertrouwensbreuk met de ex-werkgever en cliënt en dan dient altijd de bedrijfsarts te worden geraadpleegd, nou dat bent u niet, dus wat gaat u</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">doen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Bedrijfsarts geraadpleegd door [eiseres] of door de ex-werkgever?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Heeft u iets van drugs gebruikt of iets?”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder vraagt [persoon 2] aan [persoon 3] hoe hij het in zijn “botte harses” haalt om te zeggen dat eiseres niet is verschenen op het spreekuur van 17 oktober 2024. Hierbij betitelt [persoon 1] nogmaals als berggeit:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nee u bent niet zo beleefd geweest, u bent zo onfatsoenlijk geweest om te zeggen dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eiseres] niet is verschenen. Hoe haalt u het in uw botte harses? Hoe durft u?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Ik zeg niet dat ze niet op, kijk ik kon haar niet bereiken daarom heb ik telefoon</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gepakt.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nee je moet het niet omdraaien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">S: Dat is werkafspraak.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">C: Nee je moet het niet gaan omdraaien, want [eiseres] was online in het spreekuurportaal, u bent niet verschenen, u had verbindingsproblemen, dan had u moeten zeggen de afspraak heeft niet tot stand kunnen komen, want ik had verbindingsproblemen. In plaats van te lopen liegen dat [eiseres] niet is verschenen. Hoe haal je het in je botte harses berggeit?”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>26. De rechtbank vindt de wijze waarop [persoon 2] dit gesprek met [persoon 1] is aangegaan stuitend, respectloos en ontoelaatbaar. Het draagt bovendien bij aan het oordeel dat het niet aan [persoon 1] , [bedrijf 1] of het Uwv heeft gelegen dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet vastgesteld kon worden, maar dat het volledig aan eiseres en, in het bijzonder, [persoon 2] te wijten is dat er geen inhoudelijk gesprek tot stand is gekomen op het spreekuur. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>27. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht de ZW-uitkering van eiseres per 8 december 2023 heeft beëindigd, omdat de arbeidsongeschiktheid van eiseres per die datum niet kon worden beoordeeld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. J.M.T. Bouwman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>