<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4247</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T11:08:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11371341 \ UC EXPL  24-7175</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4247">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4247</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T11:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4247 Rechtbank Midden-Nederland , 25-06-2025 / 11371341 \ UC EXPL  24-7175</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4247:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenrecht. Verstek. Huur roerende zaken. Ambtshalve toetsing. Eisende partij erkent informatieplichten te hebben geschonden, ze wil overeenkomst zelf vernietigen. Afgifte zaken - dwangsom - gebruiksvergoeding - boete - schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4247:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11371341 UC EXPL  24-7175 CD/942</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van 25 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: LegalSteps B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft een vordering ingesteld, zoals in de dagvaarding omschreven. De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en ook geen uitstel gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarop volgt nu dit vonnis.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat deze procedure over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben met elkaar een huurovereenkomst gesloten, op basis waarvan de eisende partij het gebruiksrecht van een nieuwe dan wel eerder gebruikte en herstelde zaak, te weten een Samsung Galaxy Z Fold 3, aan de gedaagde partij heeft verschaft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De gedaagde partij heeft al snel een betalingsachterstand laten ontstaan, die niet werd ingelost. De eisende partij heeft daarop de overeenkomst ontbonden, maar de gehuurde zaak is niet geretourneerd aan de eisende partij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eisende partij vordert nu, kort gezegd, dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om voor het voortdurende gebruik na de ontbinding van de overeenkomst een gebruiksvergoeding te betalen, om de gehuurde zaken op straffe van verbeurte van een dwangsom weer in te leveren en om, als dat uitblijft, een boete dan wel schadevergoeding te betalen, een en ander vermeerderd met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is vermeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling door de kantonrechter – ambtshalve toetsing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een online gesloten overeenkomst tussen een consument (de gedaagde partij) en een partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (de eisende partij). De kantonrechter toetst bij een dergelijke vordering ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) of is voldaan aan een aantal belangrijke consumentenbeschermende bepalingen over informatieplichten en over de inhoud van algemene voorwaarden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toetsing van informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In deze procedure zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De eisende partij heeft in haar dagvaarding erkend dat zij haar informatieplicht van artikel 6:230v lid 3 BW ten aanzien van de zogenoemde ‘bestelknop’ (welke plicht inhoudt dat in niet voor misverstand vatbare termen duidelijk moet zijn gemaakt dat een bestelling een betalingsverplichting inhoudt) niet heeft nageleefd. Een sanctie is dus op zijn plaats. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Volgens de eisende partij is vernietiging van de overeenkomst door haarzelf (dan wel door de kantonrechter) een passende sanctie, maar algehele vernietiging van de overeenkomst is alleen mogelijk in zaken op tegenspraak, waarin de consument in de gelegenheid is gesteld om zich over de vernietiging en haar rechtsgevolgen uit te laten en hij zich daar niet tegen verzet. In een verstekprocedure als deze leidt de schending van essentiële informatieplichten tot een gedeeltelijke vernietiging, bestaande uit een verminderde betalingsverplichting aan de zijde van de gedaagde partij.<footnote-ref linkend="_5595dcf2-c5ff-4375-873d-32af06259b6b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In dit geval is, naast de geschonden informatieplicht ten aanzien van de bestelknop, ook onvoldoende is gebleken dat alle overige informatie die een handelaar aan een consument moet verstrekken daadwerkelijk aan de gedaagde partij is verstrekt. Zo blijkt uit de in het geding gebrachte printscreens van het doorlopen bestelproces niet dat de gedaagde partij vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk is gewezen op zijn herroepingsrecht (zie artikel 6:230m lid 1 onder h BW).<footnote-ref linkend="_1d1bc3fe-5bfa-4b38-b83f-add103413610" /> Evenmin kan worden vastgesteld dat alle relevante informatie na het sluiten van de overeenkomst is bevestigd op een duurzame gegevensdrager (zie artikel 6:230v lid 7 BW). In de overgelegde op naam gestelde correspondentie is namelijk niet alle noodzakelijke informatie opgenomen (de kantonrechter laat de niet op naam gestelde correspondentie buiten beschouwing omdat onvoldoende kan worden vastgesteld dat die informatie daadwerkelijk aan de gedaagde partij is verstrekt).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>In verband hiermee vermindert de kantonrechter de betalingsverplichting van de gedaagde partij, onder verwijzing naar de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (te vinden op rechtspraak.nl) met 40%. De omvang van de (resterende) betalingsverplichting wordt hierna vastgesteld, aan de hand van de door de eisende partij ingestelde vordering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toetsing van contractuele bedingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De kantonrechter toetst ook ambtshalve of in de overeenkomsten en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (bedingen) zijn opgenomen, die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten als de gedaagde partij. De kantonrechter beperkt zich daarbij tot die bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering (voor zover die niet al op een andere grond moet worden afgewezen). Dergelijke onredelijk bezwarende bedingen heeft de kantonrechter in dit geval niet aangetroffen, zodat voor een ambtshalve sanctie op dit punt geen aanleiding bestaat.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling door de kantonrechter – toewijsbaarheid van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Afgifte zaken en dwangsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Na beëindiging van de overeenkomst heeft de gedaagde partij geen recht meer op de zaak. Die moet aan de eisende partij terug worden gegeven. De gevorderde afgifte van die zaak is dan ook toewijsbaar. Gebleken is dat de gedaagde partij de zaak ondanks aanmaning nog niet uit zichzelf teruggeeft. De kantonrechter zal daarom bepalen dat de gedaagde partij een dwangsom verbeurt als de gedaagde partij de zaak niet alsnog teruggeeft, en wel op de onder de beslissing van dit vonnis vermelde manier.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gebruiksvergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De eisende partij maakt met betrekking tot de periode na de ontbinding van de overeenkomst aanspraak op een gebruiksvergoeding van twaalf keer de overeengekomen maandelijkse huur. Ook dit deel van de vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en is dus op zichzelf toewijsbaar (ervan uitgaande dat de gedaagde partij de zaak na ontbinding van de overeenkomsten onverminderd kon blijven gebruiken), met dien verstande dat de betalingsverplichting van de gedaagde partij vanwege de hiervoor beschreven niet gebleken naleving van de informatieplichten wordt verminderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Boete of schadevergoeding vanwege onrechtmatig handelen, ongerechtvaardigde verrijking dan wel onverschuldigde betaling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De eisende partij vordert voorts een boete dan wel schadevergoeding. De kantonrechter overweegt dat dit deel van de vordering, nu de overeenkomst niet is vernietigd (zie overweging 3.4. van dit vonnis) zijn grondslag vindt in de overeenkomst. Aan de beoordeling van een buitencontractuele vergoedingsplicht komt de kantonrechter als gevolg daarvan niet toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Met betrekking tot de gevorderde boete overweegt de kantonrechter dat hij in de overgelegde algemene voorwaarden geen boetebeding heeft aangetroffen<footnote-ref linkend="_74c283ef-e4e5-4da9-a415-d45081d3295d" /> en dat de eisende partij ook niet heeft gesteld dat (en zo ja, hoe) partijen wel zo’n beding overeen zouden zijn gekomen. Aldus kan geen boete worden toegewezen. Ook de gevorderde schadevergoeding moet worden afgewezen, omdat na toewijzing van de gevorderde afgifte en de verschuldigde gebruiksvergoeding niet valt in te zien dat de eisende partij nog schade lijdt die voor vergoeding in aanmerking zou komen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De eisende partij maakt daarnaast aanspraak op de vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding is toewijsbaar, zij het dat het verschuldigde tarief, rekening houdend met het toewijsbare bedrag aan hoofdsom, wordt vastgesteld op een lager bedrag dan het gevorderde bedrag, namelijk op € 58,21.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De door de eisende partij gevorderde vergoeding van wettelijke rente is toewijsbaar, zij het slechts over het toewijsbare deel van de hoofdsom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat de gedaagde partij aan gebruiksvergoeding € 646,80 verschuldigd is. Gelet op de hiervoor beschreven ambtshalve sanctie vanwege niet gebleken naleving van de informatieplichten wordt 60% daarvan  toegewezen, dat wil zeggen € 388,08, vermeerderd met de wettelijke rente over de toewijsbare (gedeeltelijke) termijnbedragen, vanaf de respectieve vervaldata tot de voldoening. Ook moet de gedaagde partij de zaken teruggeven aan de eisende partij, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daarnaast moet de gedaagde partij € 58,21 betalen als vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Hoewel een deel van de vordering wordt afgewezen is de eisende partij wel terecht tot dagvaarding overgegaan. Gebleken is immers dat zij een (zij het kleinere dan gesteld) vordering op de gedaagde partij heeft, die zonder gerechtelijke procedure niet werd nagekomen. Om die reden zal de gedaagde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Maar omdat een gedeelte van de vordering wordt afgewezen, dient het griffierecht, voor zover dit een bedrag van € 135,00 te boven gaat, als nodeloos veroorzaakt voor rekening van de eisende partij te blijven. Ook het salaris van de gemachtigde is afgestemd op de vordering zoals deze toewijsbaar is gebleken. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 113,54</para>
      <para>- griffierecht	€ 135,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€   40,00 (1 punt(en) x tarief € 40,00)</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€   20,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 308,54	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 446,29 aan de eisende partij te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 388,08, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de gedaagde partij de Samsung Galaxy Z Fold 3 binnen veertien dagen na aanschrijving door de eisende partij moet afgeven aan de eisende partij en bepaalt dat gedaagde partij aan de eisende partij een dwangsom verbeurt van € 10,00 voor iedere dag dat de gedaagde partij in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 300,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 308,54, te betalen binnen veertien dagen nadat de gedaagde partij daartoe door de eisende partij is aangeschreven; als de gedaagde partij niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5595dcf2-c5ff-4375-873d-32af06259b6b" label="1">
    <para> Zie HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677, in samenhang met HR 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1355 en HR 4 oktober 2024, ECLI:NL:2024:1366</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d1bc3fe-5bfa-4b38-b83f-add103413610" label="2">
    <para>In HvJ EU 22 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112, is geoordeeld dat een handelaar aan zijn precontractuele informatieplichten (dus vóór een eventuele overeenkomst wordt gesloten) kan voldoen door informatie te verstrekken in algemene voorwaarden die beschikbaar zijn op zijn website, maar alleen als de consument daar duidelijk op wordt gewezen en hij daar actief (bijvoorbeeld door het zetten van een vinkje) goedkeuring aan verleent (ten teken dat hij, als de overeenkomst tot stand komt, gebonden zal zijn aan de inhoud van die algemene voorwaarden). In dit geval is niet gebleken dat de gedaagde partij er tijdens het bestelproces duidelijk op is gewezen dat de algemene voorwaarden informatie bevatten over het herroepingsrecht en evenmin dat de gedaagde partij actief zijn goedkeuring aan de algemene voorwaarden heeft moeten geven.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74c283ef-e4e5-4da9-a415-d45081d3295d" label="3">
    <para> De kantonrechter heeft wel bedingen aangetroffen over de betaling van verkeersboetes in geval van (brom)fietsovereenkomsten, maar die zijn in deze procedure niet relevant.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>