<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:4031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T11:16:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/585550 / HA ZA 24-621</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-29T13:28:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4031 Rechtbank Midden-Nederland , 30-07-2025 / C/16/585550 / HA ZA 24-621</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Op het vakantiepark in deze zaak mag niet permanent worden gewoond. Dat betekent dat je daar niet je hoofdverblijf mag hebben. De gedaagden in deze zaak hadden dat wel en moeten daarmee stoppen. De rechtbank geeft ze daarvoor een termijn van drie maanden. Dat is langer dan wat de VvE had gevraagd. In die periode kunnen zij op zoek naar een andere woning. Het verbod op permanent wonen betekent niet dat er maximaal zes maanden in de recreatiewoningen mag worden verbleven. Dat is niet de maatstaf. De VvE heeft toegezegd ook tegen andere gevallen van permanente bewoning op te treden, ook als het zou gaan om de grootste eigenaar op het park. Van willekeur of ongelijke behandeling is dan geen sprake.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:4031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/585550 / HA ZA 24-621</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VVE [eisende partij]</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>advocaat: mr. D.N. Reijnders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>beiden wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>advocaat: mr. D.M.R. Janssen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij wordt in dit vonnis verder aangeduid als ‘de VvE’. De gedaagde partijen worden in dit vonnis verder samen aangeduid als ‘ [gedaagde] ’ en in mannelijk enkelvoud. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met 21 bijlagen,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord met 22 bijlagen,<?linebreak?>- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,</para>
      <para>- een akte met 6 bijlagen van [gedaagde] ,</para>
      <para>- een akte met 1 bijlage van [gedaagde] ,</para>
      <para>- een akte van de VvE waarin de eis wordt gewijzigd,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 13 juni 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat vonnis zal worden gewezen. De VvE en [gedaagde] hebben nog een poging gedaan tot overeenstemming te komen, maar een week na de mondelinge behandeling hebben zij aan de rechtbank laten weten dat dit niet is gelukt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is eigenaar van een recreatiewoning op het park [park] . Volgens de VvE gebruikt [gedaagde] deze recreatiewoning voor permanente bewoning. In de reglementen van de VvE staat dat dit niet is toegestaan. Daarom wil de VvE dat [gedaagde] de permanente bewoning beëindigt. De rechtbank geeft de VvE gelijk. [gedaagde] mag de woning niet voor permanente bewoning gebruiken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vooraf: de VvE heeft voldoende volmacht voor een procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In de ledenvergadering van de VvE op 6 maart 2023 is besloten dat de VvE juridische bijstand mag inschakelen voor de handhaving van het verbod op permanente bewoning en juridische procedures mag starten. De kantonrechter heeft het verzoek van verschillende leden van de VvE om dit besluit te vernietigen afgewezen.<footnote-ref linkend="_83e0c93a-3f6d-4225-9c21-e09bdd6e5868" /> Die beschikking is voor dit onderdeel onherroepelijk geworden.<footnote-ref linkend="_cfbfb28b-85b1-4d76-ba52-6274e52f9284" /> [gedaagde] stelt nu dat de volmacht om te gaan procederen onvolledig is, omdat daar niet in staat tegen welke specifieke personen de VvE zal procederen. Het gevolg van een onvoldoende volmacht is dat de VvE niet-ontvankelijk is in deze procedure. De rechtbank volgt dit niet. De kantonrechter heeft de op 6 maart 2023 verleende volmacht in stand gelaten en niet geëist dat een aanvullende volmacht wordt verleend vóórdat tot dagvaarding wordt overgegaan. Ook is er geen algemene regel die verplicht in een volmacht aan te geven tegen welke specifieke personen een procedure zal worden gestart. De VvE is dus wel ontvankelijk in deze procedure. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vooraf: de VvE heeft een procesbelang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gesteld dat de VvE onvoldoende belang heeft bij handhaving van het verbod op permanente bewoning. Een partij zonder voldoende belang kan geen vordering instellen.<footnote-ref linkend="_05f21e92-b6cd-468e-b689-fb9a89434f03" /> De rechtbank vindt dat de VvE wel voldoende belang heeft. Vast staat dat permanente bewoning in strijd is met het splitsingsreglement<footnote-ref linkend="_6f08ac31-579f-4964-8f9d-2d92f5c8bbbb" /> en het huishoudelijk reglement.<footnote-ref linkend="_9300c19c-2503-46c9-9001-cfcdf4bbaa27" /> De VvE heeft belang bij de nakoming en handhaving van deze regels en mag een schending daarvan ook aan de rechter voorleggen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is permanente bewoning? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De VvE en [gedaagde] zijn het erover eens dat permanente bewoning volgens de regelementen niet is toegestaan. Maar in die reglementen staat niet wanneer sprake is van permanente bewoning. Daarom moet eerst worden uitgelegd wat de betekenis daarvan is. Daarna kan worden beoordeeld wat het verbod voor dit geval betekent. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De VvE en [gedaagde] zijn het erover eens dat van permanente bewoning sprake is als de betrokkene zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning heeft. Om vast te stellen of iemand in de recreatiewoning zijn hoofdverblijf heeft, moeten de omstandigheden worden beoordeeld. In die omstandigheden kunnen aanwijzingen zitten die erop wijzen dat de betrokkene mogelijk zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning heeft. Dergelijke aanwijzingen zijn bijvoorbeeld het niet hebben van een hoofdverblijf in een andere woning, het ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) of een verblijf langer dan zes maanden. Die aanwijzingen moeten in de beoordeling worden betrokken. Dit betekent dat de als iemand aantoonbaar ergens anders zijn hoofdverblijf heeft, hij dat niet ook in de recreatiewoning heeft. Het betekent ook dat als iemand op de locatie van de recreatiewoning staat ingeschreven in de BRP en langer dan zes maanden per jaar in de recreatiewoning verblijft, er grote kans is dat hij op zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning heeft. Maar het kan onder omstandigheden anders zijn. En het kan ook gebeuren dat iemand niet staat ingeschreven in de BRP en het verblijf korter is dan zes maanden, maar dat de conclusie toch is dat hij in de recreatiewoning zijn hoofdverblijf heeft. Steeds komt het aan op een beoordeling van alle omstandigheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Ook uit de bestuursrechtelijke jurisprudentie waar de VvE naar heeft verwezen volgt dat het gaat om aanwijzingen die in de beoordeling kunnen worden betrokken. Het zijn geen harde criteria die, als deze zijn afgevinkt, tot de automatische conclusie leiden dat sprake is van permanente bewoning. Daar komt nog bij dat in die bestuursrechtelijke jurisprudentie wordt geoordeeld over de invulling die een bestuursorgaan aan het begrip ‘permanente bewoning’ heeft gegeven. Maar in dit geval heeft de gemeente De Bilt, waar [park] is gelegen, daar geen invulling aan gegeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] woont permanent in de recreatiewoning</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is eigenaar van de recreatiewoning gelegen op het adres [adres] in [woonplaats] . Vast staat dat [gedaagde] op dit adres is ingeschreven in het BRP. Ook staat vast dat [gedaagde] in het verleden de woning gebruikte als overbrugging tussen verschillende periodes van langdurig verblijf in het buitenland, maar dat dit sinds 2019 niet meer het geval is. Op de zitting heeft [gedaagde] zelf gezegd dat hij vanaf dat moment het grootste deel van de tijd in de recreatiewoning verblijft. Het feit dat [gedaagde] nu al jarenlang het grootste gedeelte van het jaar in de recreatiewoning verblijft, daar is ingeschreven in de BRP en geen hoofdverblijf op een andere locatie heeft, maakt dat de recreatiewoning zijn hoofdverblijf is. [gedaagde] heeft ook gezegd dat het gebruik wel eens is onderbroken voor een verblijf in de woning van een dochter en schoonzoon in [woonplaats] . Maar daarmee is die woning in [woonplaats] niet zijn hoofdverblijf geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Op de zitting heeft [gedaagde] verteld dat hij in de toekomst, gedurende afwezigheid van de dochter en schoonzoon, mogelijk gebruik kan maken van hun woning. Als hij dan langere tijd in die woning in [woonplaats] woont, is het hoofdverblijf dan mogelijk daar en niet meer in de recreatiewoning. Maar dat is dus een mogelijke situatie in de toekomst, niet de situatie die vandaag aan de orde is. De rechtbank moet beoordelen of de recreatiewoning op dit moment het hoofdverblijf van [gedaagde] is. Dat is het geval. [gedaagde] overtreedt op dit moment het verbod op permanente bewoning. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen toestemming van de gemeente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat de gemeente toestemming heeft verleend voor de permanente bewoning van de recreatiewoning en dat daarom een beroep kan worden gedaan op de uitzondering genoemd in artikel 9 van het splitsingsreglement. Dit verweer slaagt niet. In het midden kan blijven of de brief van de gemeente van 4 maart 2025 aan een andere eigenaar van een recreatiewoning op het park [park] , mevrouw [A] , een toestemming inhoudt zoals is bedoeld in het splitsingsreglement. [gedaagde] kan geen beroep doen op deze brief. Deze brief is namelijk niet aan [gedaagde] gericht. Bovendien staat in deze brief dat andere overtreders van het verbod tot permanente bewoning, waaronder dus [gedaagde] , van de gemeente vooralsnog geen aanschrijving tot beëindiging van de overtreding zullen krijgen. Het vooralsnog niet krijgen van een aanschrijving tot beëindiging is niet gelijk te stellen met een toestemming waarmee een uitzondering kan worden gemaakt op het verbod op permanente bewoning zoals beschreven in het splitsingsreglement.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Handhaving door de VvE is niet in strijd met de beschikking van de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Op 6 maart 2023 heeft de VvE besloten tot handhaving tegen de permanente bewoning. Verschillende leden van de VvE, waaronder [gedaagde] , hebben tegen dit besluit geprocedeerd. In de beschikking van 14 februari 2024 heeft de kantonrechter geoordeeld over het besluit van de VvE. In deze beschikking heeft de kantonrechter verschillende onderwerpen genoemd die destijds nog niet konden worden beoordeeld. Volgens [gedaagde] heeft de kantonrechter daarmee voorwaarden gesteld waar de VvE eerst aan moest voldoen vóórdat zij tot dagvaarding mocht overgaan. De rechtbank is het niet eens met dit standpunt van [gedaagde] . Het zijn onderwerpen die pas kunnen worden beoordeeld als een concreet geval van handhaving voorligt, zoals in deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Voor de door de kantonrechter genoemde onderwerpen geldt het volgende. Allereerst staat vast dat de VvE inmiddels een administrateur heeft benoemd. Dat dit [naam] B.V. is, de grootste eigenaar binnen de VvE, maakt dit niet anders. Ook staat vast dat de VvE voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding juridisch advies heeft ontvangen van haar advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Met de beschikking van 14 februari 2024 heeft de kantonrechter het besluit van de VvE om tot handhaving over te gaan, in stand gelaten. Voor de uitvoering heeft de kantonrechter niet als voorwaarde gesteld dat de VvE eerst nog een nieuw besluit neemt waarin wordt vastgesteld tegen welke eigenaren wordt opgetreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Anders dan [gedaagde] stelt, is ook geen sprake van willekeur of machtsmisbruik van de VvE. Zoals de VvE bij de mondelinge behandeling heeft toegelicht, wordt opgetreden tegen alle eigenaren die op het adres van de recreatiewoning staan ingeschreven in de BRP of die hebben erkend daar permanent te wonen. Daarnaast staat vast dat na het besluit van de VvE tot handhaving uitvoerig overleg heeft plaatsgevonden tussen de advocaat van de VvE en de advocaat die de betrokken eigenaren vertegenwoordigt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Deze werkwijze laat ook zien dat de VvE niet ‘rauwelijks’ heeft gedagvaard. Aan die dagvaarding zijn meerdere ledenvergaderingen, overleggen en de procedure bij de kantonrechter vooraf gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Het zonder willekeur of machtsmisbruik optreden van de VvE betekent dat de VvE ook zal moeten optreden als bij andere eigenaren het vermoeden van overtreding van het permanente woonverbod bestaat. Ook tegen de eigenaar van een groot aantal recreatiewoningen op het park: [naam] B.V. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de VvE dit bevestigd en aangegeven dat als dit toch niet zou gebeuren, de leden de VvE daar ook op kunnen aanspreken. De rechtbank gaat ervan uit dat de VvE woord houdt en ook, als daar aanleiding toe is, de genoemde B.V. zal aanspreken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen gerechtvaardigd vertrouwen dat niet zal worden gehandhaafd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] dat de VvE het verbod niet mag handhaven omdat het vertrouwen is gewekt dat tegen permanente bewoning niet wordt opgetreden, slaagt niet. Van een gerechtvaardigd vertrouwen op niet-handhaven is geen sprake. Binnen drie jaar nadat [gedaagde] in 2019 van de recreatiewoning zijn hoofdverblijf had gemaakt, heeft de VvE daarover een brief gestuurd. In de brief van 14 september 2022 heeft de VvE duidelijk gemaakt dat de permanente bewoning in strijd is met het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement en verzocht de permanente bewoning te beëindigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>Daarvoor heeft [gedaagde] ook al eens gedurende ongeveer één jaar zijn hoofdverblijf gehad in de recreatiewoning. Zoals [gedaagde] bij de mondelinge behandeling heeft uitgelegd, was dit het gevolg van een ongeplande terugkeer uit het buitenland en is toen door de bestuurder van de VvE een uitzondering op de regels toegestaan en daarnaast ook toestemming gevraagd bij de gemeente. Uit het feit dat toen expliciet een uitzondering is gemaakt en toestemming is gevraagd, volgt dat niet het vertrouwen kan zijn ontstaan dat permanente bewoning ook zonder expliciete uitzondering en toestemming is toegestaan.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen onredelijke benadeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>Tot slot vindt de rechtbank ook niet dat [gedaagde] onredelijk benadeeld wordt door de handhaving van het verbod op permanente bewoning. Op de zitting heeft [gedaagde] namelijk verklaard dat hij, als zou komen vast te staan dat de recreatiewoning niet meer als hoofdverblijf mag worden gebruikt, een andere woning in Nederland of Spanje zal kopen. [gedaagde] kan dan zelf beslissen of hij de recreatiewoning in eigendom wil houden en als tweede woning voor recreatieve doeleinden wil blijven gebruiken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gevorderde termijn en de dwangsom </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <para>De conclusie is dat de vordering van de VvE zal worden toegewezen. [gedaagde] moet de permanente bewoning van de recreatiewoning staken. De VvE heeft gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld de permanente bewoning uiterlijk vier weken na betekening van het vonnis te beëindigen. De rechtbank vindt dit in de gegeven omstandigheden geen reële termijn om ervoor te zorgen dat de recreatiewoning niet meer het hoofdverblijf is. Het kopen van een andere woning ten behoeve van het hoofdverblijf kost in de regel meer dan vier weken. De rechtbank bepaalt de termijn daarom op drie maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19.</nr>
      <para>Omdat de duur van het gebruik van de recreatiewoning wel een indicator is, maar niet bepalend is voor het antwoord op de vraag of sprake is van permanente bewoning, zal de rechtbank niet bepalen dat [gedaagde] de woning maximaal zes maanden per jaar mag bewonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.20.</nr>
      <para>De hoogte van de dwangsom die de VvE heeft gevorderd is € 500,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00. Tegen de gevorderde dwangsommen is geen specifiek verweer gevoerd. De rechtbank wijst de vordering toe, maar matigt de dwangsom tot € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten van de VvE betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.21.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten, inclusief de kosten na dit vonnis, betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>137,47</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>688,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.228,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.231,47</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.22.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.23.</nr>
      <para>De veroordeling wordt voor wat betreft de dwangsom en proceskosten hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat de heer [gedaagde] en mevrouw [gedaagde sub 2] niet alleen gezamenlijk maar ook ieder voor zich daaraan moet voldoen. De heer [gedaagde] of mevrouw [gedaagde sub 2] mag ook niet alleen permanent wonen in de woning. En zowel de heer [gedaagde] als mevrouw [gedaagde sub 2] kan worden gedwongen het hele bedrag van de proceskosten of een dwangsom te betalen. Als de één betaalt, hoeft de ander alleen nog te betalen wat dan niet al is betaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.24.</nr>
      <para>De VvE heeft gevraagd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank wijst dit verzoek toe. Dit betekent dat [gedaagde] dit vonnis ook moet uitvoeren als hoger beroep wordt ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt de heer [gedaagde] en mevrouw [gedaagde sub 2] uiterlijk drie maanden na betekening van dit vonnis de permanente bewoning van de recreatiewoning gelegen aan de [adres] in [woonplaats] te staken en gestaakt te houden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt de heer [gedaagde] en mevrouw [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet voldoet aan wat in 4.1 is bepaald, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt de heer [gedaagde] en mevrouw [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.231,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en als niet binnen die veertien dagen is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van de vijftiende dag na de genoemde aanschrijving tot de dag van de volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt de heer [gedaagde] en mevrouw [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de verhoging van de proceskosten met € 92,00 en de kosten van betekening als niet binnen veertien dagen na aanschrijving is betaald en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over die kosten, met ingang van de dag na de dag van betekening tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Snoo en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_83e0c93a-3f6d-4225-9c21-e09bdd6e5868" label="1">
    <para> Rechtbank Midden-Nederland 14 februari 2024, zaaknummer 10449121.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cfbfb28b-85b1-4d76-ba52-6274e52f9284" label="2">
    <para> De beschikking had ook betrekking op een ander besluit van de VvE. Dat deel van de beschikking is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 1 juli 2025 vernietigd (ECLI:NL:GHARL:2025:4061). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_05f21e92-b6cd-468e-b689-fb9a89434f03" label="3">
    <para> Dit staat in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f08ac31-579f-4964-8f9d-2d92f5c8bbbb" label="4">
    <para> In artikel 9 van het splitsingsreglement staat: <emphasis role="italic">“De bungalows zijn uitsluitend bestemd voor niet permanente bewoning. Afwijkend gebruik is uitsluitend toegestaan met toestemming van de gemeente Maartensdijk.”</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_9300c19c-2503-46c9-9001-cfcdf4bbaa27" label="5">
    <para> In artikel 8 van het huishoudelijk reglement van de VvE staat: <emphasis role="italic">“Permanent wonen op het park is niet toegestaan.”</emphasis></para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>