<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:3904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-25T11:13:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/473</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3904">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-25T11:13:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:3904 Rechtbank Midden-Nederland , 31-03-2025 / 24/473</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3904:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>NIet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Eiser heeft beroep ingesteld omdat hij het niet eens is met de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen met nummers boomnummer en boomnummer. Inmiddels zijn deze bomen gekapt. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang meer heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3904:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/473 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (het college) </emphasis>
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. drs. H. van Gellekom).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Eneco Warmtenetten B.V. uit Utrecht (Eneco)</para>
      <para>(gemachtigde: M. van Herskamp).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van het college van 19 januari 2024, waarin het bezwaar van eiser ongegrond is verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 31 oktober 2023 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 16 bomen en het verplanten van acht bomen nabij [locatie] te Utrecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 22 januari 2024 heeft eiser beroep ingesteld, gericht tegen de kap van twee bomen (nummers [boomnummer] en [boomnummer] ). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Het college heeft op 9 oktober 2024 op het beroep gereageerd met een verweerschrift. In het verweerschrift voert het college aan dat er geen procesbelang meer bestaat, nu de betreffende bomen al gekapt zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De rechtbank heeft eiser bij brieven van 25 oktober 2024 en 20 november 2024 gevraagd om te reageren op de stelling van het college. Hierop heeft eiser niet gereageerd. Daarop heeft de rechtbank op 28 januari 2025 een afschrift van deze brieven en een verzoek om reactie naar eiser gemaild. Ook hierop is niet gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser procesbelang heeft bij deze beroepsprocedure. De rechtbank moet het beroep niet-ontvankelijk verklaren als het procesbelang ontbreekt. </para>
    <para />
    <para>3. Procesbelang is het belang dat een partij heeft bij de uitkomst van de procedure. Om procesbelang te kunnen aannemen moet wat de indiener van het beroep wil bereiken ook daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Ook moet dat resultaat feitelijke betekenis hebben. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft beroep ingesteld omdat hij het niet eens is met de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen met nummers [boomnummer] en [boomnummer] . Inmiddels zijn deze bomen gekapt. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang meer heeft. </para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang meer bij een beoordeling van de beslissing op bezwaar. De bomen zijn inmiddels gekapt. Bij het ontbreken van procesbelang, moet het beroep van eiser niet-ontvankelijk worden verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>