<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:3867</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T09:08:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/1145</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3867">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3867</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T08:57:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:3867 Rechtbank Midden-Nederland , 21-05-2025 / 24/1145</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3867:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wlz, CIZ is aan eiser tegemoetgekomen. Proceskostenvergoeding toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3867:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/1145 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Heek),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ </title>
    <para>(gemachtigde: J.E. Koedood).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het CIZ in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep op 9 mei 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het CIZ op 23 april 2025 een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen waarbij verzoeker voor onbepaalde tijd in het bezit is gesteld van een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor zorgprofiel LG06 (wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het CIZ in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het CIZ heeft de rechtbank meegedeeld dat hij kan instemmen met het verzoek om vergoeding van de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_0b7c8e27-93ef-4a5d-b516-f9073e84e7a4" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe is de procedure verlopen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met het besluit van 1 juni 2023 heeft het CIZ besloten dat verzoeker niet in aanmerking komt voor zorg vanuit de Wlz. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft het CIZ op 11 januari 2024 ongegrond verklaard. Tegen het besluit van 11 januari 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Dit beroep is behandeld op de zitting van 18 juli 2024. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst zodat het CIZ een nieuw medisch advies kon vragen. Op basis van dit advies heeft het CIZ op 29 augustus 2024 een nieuw besluit op bezwaar genomen waarbij verzoeker in aanmerking is gebracht voor een indicatie voor zorgprofiel VV06 (beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging) vanaf 19 juli 2024 en geldig voor onbepaalde tijd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 6 februari 2025 aangegeven dat hij het niet eens het zorgprofiel dat in het besluit op bezwaar van 29 augustus 2024 is toegekend. Verzoeker wil in aanmerking komen voor zorgprofiel LG06. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Met een nieuw besluit op bezwaar van 23 april 2025 heeft het CIZ verzoeker voor onbepaalde tijd geïndiceerd voor zorgprofiel LG06. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_a45e15e0-836d-49eb-bfd4-5de8dcde35d5" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het CIZ aan verzoeker tegemoetgekomen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. De rechtbank moet dus beoordelen of het CIZ geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Gelet op wat hiervoor onder het kopje ‘hoe is de procedure verlopen’ is opgenomen, oordeelt de rechtbank dat het CIZ tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker. Uit de brieven van 23 april 2025 en 15 mei 2025 leidt de rechtbank af dat het CIZ dit ook erkent.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Welk bedrag aan proceskosten moet het CIZ aan verzoeker vergoeden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het CIZ moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.267,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze van 6 februari 2025, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. De rechtbank wijst erop dat het CIZ verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_dbdc054b-025b-4e4f-b10d-f558713ac3b4" />Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het CIZ wenden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt het CIZ tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_0b7c8e27-93ef-4a5d-b516-f9073e84e7a4" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a45e15e0-836d-49eb-bfd4-5de8dcde35d5" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbdc054b-025b-4e4f-b10d-f558713ac3b4" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>