<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:3837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T13:23:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/584023 / JL RK 24-859</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3837">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T13:22:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:3837 Rechtbank Midden-Nederland , 18-06-2025 / C/16/584023 / JL RK 24-859</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3837:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot uithuisplaatsing; Zorgelijk dat de kinderen zijn overgeplaatst, maar op dit moment is het niet in hun belang dat zij terug naar huis gaan en kunnen zij niet terug naar het vorige pleeggezin. Het had, gelet op de rechtsbescherming van de ouders, op de weg van de GI gelegen om een nieuwe machtiging te verzoeken, voordat zij overging tot overplaatsing van de kinderen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3837:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/584023 / JL RK 24-859</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING &amp; JEUGDRECLASSERING</emphasis>, gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 1 (voornaam)] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige 2 (voornaam)] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. N. Schiettekatte te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.J. van de Pol te Haarlem. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 januari 2025 [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht gesteld tot 7 januari 2026. Ook heeft de kinderrechter in deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] verleend tot 7 juli 2025. De resterende termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing heeft de kinderrechter aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Nadien heeft de kinderrechter de volgende stukken ontvangen: </para>
      <para>- de brief met bijlagen van de moeder van 11 juni 2025;</para>
      <para>- het bericht met bijlagen van de GI van 11 juni 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De zitting is voortgezet op 17 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. M.S. Krol;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader, bijgestaan door mr. P.J. van de Pol;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- [A] namens de GI.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de vaststaande feiten en het eerdere procesverloop wordt verwezen naar de beschikking van 7 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat [minderjarige 1 (voornaam)] sinds kort niet meer in een pleeggezin, maar in een gezinshuis verblijft, waardoor het oorspronkelijke verzoek voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg niet meer passend is. [minderjarige 1 (voornaam)] verblijft nu in hetzelfde perspectiefbiedende gezinshuis als haar halfbroer en -zus, [B (voornaam)] en [C (voornaam)] . Ook [minderjarige 2 (voornaam)] is overgeplaatst. Het was de bedoeling dat ook hij naar een gezinshuis zou gaan, maar drie dagen van te voren gaf het betreffende gezinshuis aan dat de overplaatsing niet door kon gaan vanwege de problematiek van [minderjarige 2 (voornaam)] . [minderjarige 2 (voornaam)] verblijft daarom nu bij het pleeggezin waar hij eerder ook heeft verbleven op [plaats] . De GI heeft een ander gezinshuis voor [minderjarige 2 (voornaam)] in Friesland gevonden. [minderjarige 2 (voornaam)] is daar nu aan het wennen om te kijken of dat voor hem een passende plek is. De GI heeft de overplaatsingen vooraf aan de ouders medegedeeld via de e-mail. Daarnaast heeft er een gesprek plaatsgevonden met de moeder. De GI is van mening dat het perspectief van de kinderen niet bij de moeder is en heeft om die reden geen hulpverlening ingezet om de opvoedvaardigheden van de moeder te verbeteren. Het lukt de moeder niet om een veilige opvoedomgeving voor de kinderen te bieden en de moeder maakt telkens verkeerde keuzes. Dit blijkt onder andere uit een incident dat heeft plaatsgevonden tijdens de omgang tussen de moeder en haar twee andere kinderen, [B (voornaam)] en [C (voornaam)] . De moeder heeft toen de opa en oma van de kinderen meegenomen naar het omgangsmoment, terwijl dat niet de bedoeling was. Toen de GI dit aangaf aan de moeder is de situatie geëscaleerd. [B (voornaam)] en [C (voornaam)] zijn hier erg van geschrokken. Hoewel de GI van mening is dat het perspectief niet meer bij de moeder is, heeft zij in opdracht van de rechtbank een externe partij ingeschakeld om een onafhankelijk perspectiefonderzoek uit te voeren. Daaruit zal moeten blijken of de moeder wel of niet voor de kinderen kan zorgen. Het is van belang dat het perspectiefonderzoek wordt afgewacht, voordat er wordt gekeken naar een eventuele terugplaatsing van de kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is ter zitting verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg af te wijzen, nu [minderjarige 1 (voornaam)] niet meer in een pleeggezin verblijft en [minderjarige 2 (voornaam)] straks ook niet meer als hij wordt overgeplaatst naar het gezinshuis in Friesland. [minderjarige 1 (voornaam)] is overgeplaatst naar een gezinshuis, terwijl daar geen machtiging voor is en dat niet wordt verzocht. De moeder gaat niet akkoord met deze plaatsing. Verder merkt de moeder op dat er de afgelopen periode niet is toegewerkt naar een terugplaatsing van de kinderen bij de moeder, terwijl dat wel het uitgangspunt van de wet is. Dat er niet wordt teruggewerkt naar een thuisplaatsing blijkt onder andere uit het standpunt van de GI dat zij van mening is dat het perspectief niet bij de moeder ligt. Daarnaast is er de afgelopen periode geen hulpverlening ingezet, terwijl de kinderrechter dat wel als opdracht heeft gegeven in de vorige beschikking. Over het perspectiefonderzoek geeft de moeder aan dat zij het gevoel heeft dat zij, gelet op de mening van de GI dat het perspectief niet bij de moeder is, geen eerlijke kans krijgt. Als de GI dat ook in de nulmeting heeft aangegeven, dan zal dat waarschijnlijk ook de uitkomst van het onderzoek zijn. De advocaat van de moeder wijst de kinderrechter in dat kader op de mogelijkheid van artikel 810a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) om het perspectiefonderzoek te laten faciliteren door een andere instantie, bijvoorbeeld [onderneming] . Mocht de kinderrechter niet overgaan tot afwijzing van het verzoek, dan verzoekt de moeder om het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing slechts voor korte duur toe te wijzen, zodat de kinderrechter een vinger aan de pols kan houden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De advocaat van de vader heeft zich ter zitting aangesloten bij het standpunt van de moeder. Ook de vader is van mening dat het resterende deel van het verzoek moet worden afgewezen en dat de kinderen terug moeten naar de moeder. De vader begrijpt dat dat niet meteen kan, maar vraagt zich af waarom de GI niet heeft geïnvesteerd in de ouders, zodat de kinderen gefaseerd terug naar huis konden. Hierdoor heeft de vader het gevoel dat de GI erop heeft ingezet dat het perspectief niet bij de ouders ligt. Dit wordt bevestigd door het standpunt van de GI dat zij van mening is dat het perspectief niet thuis ligt. Daardoor heeft de vader, net als de moeder, het gevoel dat de ouders geen eerlijke kans krijgen in het perspectiefonderzoek dat is opgestart. Ook is de vader het niet eens met de plaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] in het gezinshuis en de mogelijke plaatsing van [minderjarige 2 (voornaam)] in het gezinshuis in Friesland. De kinderen worden overgeplaatst zonder dat daarvoor een machtiging is. De kinderrechter heeft in de vorige beschikking duidelijke instructies gegeven en deze zijn niet uitgevoerd. Mocht de kinderrechter niet overgaan tot afwijzing van het verzoek, dan verzoekt ook de vader om het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing voor korte duur toe te wijzen om een vinger aan de pols te houden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.<footnote-ref linkend="_0e5e425c-31b0-4ac4-9f92-8da8d54640ed" /> De kinderrechter zal daarom een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de resterende duur van zes maanden. De kinderrechter vindt bij deze beslissing het volgende van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de kinderen zijn overgeplaatst en dat [minderjarige 2 (voornaam)] mogelijk nog een keer zal worden overgeplaatst naar een gezinshuis. Dit brengt onder andere met zich mee dat [minderjarige 2 (voornaam)] ook zal moeten worden aangemeld bij een nieuwe behandelgroep. Wel merkt de kinderrechter op dat de GI tijdens de vorige zitting al heeft aangegeven dat het pleeggezin waar de kinderen verbleven tijdelijk was en dat zij zouden onderzoeken of zij in hetzelfde gezinshuis als [B (voornaam)] en [C (voornaam)] konden worden geplaatst. Desondanks had het, gelet op de rechtsbescherming van de ouders, op de weg van de GI gelegen om een nieuwe machtiging te verzoeken, voordat zij overging tot overplaatsing van de kinderen naar een gezinshuis. Op dit moment is het niet in het belang van de kinderen dat zij terug naar huis gaan. Ook kunnen zij niet terug naar het vorige pleeggezin. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing nog wel nodig is. Het is belangrijk dat er de komende periode zicht komt op de opvoedvaardigheden van de ouders en hoe leerbaar zij zijn, vooral in het kader van het perspectiefonderzoek dat wordt uitgevoerd. De kinderrechter ziet geen aanleiding om de duur van de machtiging te beperken, omdat zij niet verwacht dat het perspectiefonderzoek op korte termijn zal zijn afgerond. Ook als het perspectiefonderzoek wel op korte termijn is afgerond, betekent dit niet dat er gelijk een wijziging in het verblijf van de kinderen plaats kan vinden. Daar zal namelijk naartoe gewerkt moeten worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kinderrechter beschouwt het standpunt van de GI als een wijziging van het verzoek ten aanzien van [minderjarige 1 (voornaam)] om een machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening te verlenen (in plaats van een machtiging in een voorziening voor pleegzorg). Een ter zitting gewijzigd verzoek kan in de beoordeling worden betrokken wanneer alle belanghebbenden tijdens de mondelinge behandeling aanwezig zijn en in de gelegenheid zijn gesteld daarover hun mening kenbaar te maken.<footnote-ref linkend="_9259fa5c-e772-4aa9-bb44-f41c83e4f0ed" /> Het verzoek ten aanzien van [minderjarige 2 (voornaam)] beschouwt de kinderrechter als ongewijzigd, omdat hij nog wel in een pleeggezin verblijft en het onduidelijk is of en wanneer hij naar het gezinshuis in Friesland kan. De kinderrechter zal daarom ten aanzien van [minderjarige 1 (voornaam)] een machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening verlenen en ten aanzien van [minderjarige 2 (voornaam)] een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzoek advocaat om eindbeschikking in ingetrokken zaak (C/16/593654 / JL RK 25/356)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De GI heeft op 19 mei 2025 ten onrechte een nieuw verzoek om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ingediend. Er moest immers nog beslist worden op het aangehouden deel van de machtiging tot uithuisplaatsing. Op 11 juni 2025 heeft de GI het verzoek om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing daarom ingetrokken. De advocaat van de moeder heeft naar aanleiding daarvan verzocht om een intrekkingsbeschikking. De kinderrechter merkt op dat een intrekkingsbeschikking alleen wordt afgegeven als er al eerder op een deel van het verzoek is beslist en het resterende deel later wordt ingetrokken. Dat is hier niet het geval. De kinderrechter zal daarom geen intrekkingsbeschikking afgeven. Door de intrekking van de GI beschouwt de kinderrechter de zaak als afgedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] in een gezinsgerichte voorziening tot 7 januari 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2 (voornaam)] in een voorziening voor pleegzorg tot 7 januari 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025 door mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel als griffier, en op schrift gesteld op </para>
                <para>1 juli 2025. </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0e5e425c-31b0-4ac4-9f92-8da8d54640ed" label="1">
    <para> Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9259fa5c-e772-4aa9-bb44-f41c83e4f0ed" label="2">
    <para> Procesreglementen Familie- en Jeugdrecht rechtbanken per 1 januari 2025.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>