<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:3777</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T09:39:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/4683</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3777">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3777</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T09:38:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:3777 Rechtbank Midden-Nederland , 26-05-2025 / UTR 24/4683</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3777:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Studietoeslag op grond van de Participatiewet. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Van eiser kan niet in redelijkheid worden verwacht dat hij inkomen kan verwerven uit een bijbaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3777:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 24/4683 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Sahin).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor studietoeslag op grond van de Participatiewet (Pw). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 28 december 2023 (het primaire besluit) afgewezen. Met het besluit van 22 mei 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para> De rechtbank heeft het beroep op 17 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser (via een videoverbinding), [A] en [B] , en de gemachtigde van het college. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht later uitspraak te doen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiser heeft eerder op 9 augustus 2022 studietoeslag aangevraagd.<footnote-ref linkend="_67340af5-1f17-4de5-b03b-75f1798ed9ea" /> Eiser was op dat moment student geneeskunde. Met het besluit van 22 december 2022 is aan eiser een studietoeslag toegekend voor de periode van 1 juni 2022 tot en met 25 september 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 26 november 2023 heeft eiser opnieuw een aanvraag om studietoeslag ingediend. Hij heeft zijn studie geneeskunde beëindigd en is gestart met een masteropleiding Health Sciences. Eiser verzoekt om individuele studietoeslag omdat hij vanwege een chronische aandoening, de ziekte van Ménière, niet in staat is om een fulltime studie te combineren met werken. Eiser heeft uitgelegd dat hij door zijn chronische aandoening regelmatig aanvallen heeft, waarbij hij extreme hoofpijn en duizeligheid ervaart. Daarnaast heeft hij continue een piep in zijn oor die vermoeidheid veroorzaakt. Ook stress is een grote factor bij het ontstaan van de aanvallen. Als hij naast zijn studie zou moeten werken, kan hij niet of te weinig ontspannen en loopt hij risico op aanvallen. Eiser heeft verder uitgelegd dat hij in de ochtend om 7:00 moet opstaan om zich voor te bereiden op de studiedag en om te reizen. Zijn studiedag duurt van 9:00 tot 17:00. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Met het bestreden besluit heeft het college de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd onder aanvulling van de juridische grondslag en motivering. Het college wijst daarbij op het medisch advies van JPH Consult van 22 december 2023 (hierna: het medisch advies) en stelt zich op het standpunt dat uit het advies blijkt dat eiser in staat wordt geacht een bijbaan naast de studie te hebben. Eiser heeft geen contra-advies overgelegd en de stukken die hij heeft overgelegd zijn niet recent. Eiser heeft daarmee onvoldoende aanleiding geboden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming vaan het medisch advies, dan wel de inhoudelijke juistheid of motivering ervan. Het college stelt ook dat uit de omstandigheid dat eiser is gewisseld van studie niet volgt dat er ten tijde van de aanvraag sprake was van een structurele medische beperking waardoor hij niet in staat is om naast de studie inkomsten te verwerven. Het advies is aan eiser medegedeeld tijdens het onderzoek en eiser heeft kenbaar gemaakt het eens te zijn met de (medische) strekking van het advies.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt eiser</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en stelt zich - kort samengevat - op het standpunt dat er in het medisch advies en daarmee in het bestreden besluit wordt uitgegaan van een aantal onjuistheden of onvolledigheden. Eiser voert aan dat het klopt dat hij gemiddeld eens in de twee weken een aanval krijgt van draaiduizeligheid, hoofdpijn en misselijkheid (aanvallen) die maximaal twee dagen kan duren en dat hij tijdens deze aanvallen niet kan werken. Echter, eiser is naast zijn studie al enorm moe door oorsuizen en doofheid. Als hij zou moeten werken heeft hij minder tijd om tot rust te komen waardoor zijn gezondheid verslechterd met als gevolg meer aanvallen en een vicieuze cirkel van verergerende klachten. Voorts wordt in het medisch advies hoofdpijn als belangrijkste klacht van eiser genoemd terwijl zijn voornaamste klacht draaiduizeligheid is tijdens deze aanvallen waar geen behandeling voor bestaat. Ook wordt in het medisch advies genegeerd dat er geen effectieve behandeling is voor tinnitus en gehoorverlies en de daarbij komende vermoeidheid. Het belangrijkste advies is levensstijladvies. Eiser heeft zijn standpunten onderbouwd met verschillende documenten uit zijn medisch dossier over de periode 2012-2014 en met verwijzingen naar hersenstichting.nl, radboudumc.nl en thuisarts.nl. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Juridisch kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een individuele studietoeslag aan een student verlenen die als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te verwerven.<footnote-ref linkend="_148d62eb-dde0-4559-8248-f88609921f7c" /> Zolang er tijdens de studie geen herstel of verbetering te verwachten is, in die mate dat daardoor belanghebbende in staat is om naast en tijdens zijn studie inkomsten te verdienen, is er sprake van een structurele medische beperking.<footnote-ref linkend="_b04a17df-6c1f-4603-a82a-7183f549ea7b" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Bij de beoordeling of recht bestaat op de studietoeslag vraagt het college een geneeskundig advies, tenzij zonder dit advies vastgesteld kan worden dat recht bestaat op de studietoeslag.<footnote-ref linkend="_6ebe2a0e-123c-4d88-bc85-f1ff630c55f8" /> Conform vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) ligt het op de weg van het bijstandsverlenende orgaan dat van een dergelijk advies gebruik maakt, zich ervan moet vergewissen dat het advies voldoet aan de eisen die uit het oogpunt van zorgvuldigheid aan de besluitvorming zelf moeten worden vastgesteld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser een chronische medische beperking heeft. Ook stelt de rechtbank vast  dat eiser ter zitting heeft verklaard dat zijn studiedagen -  inclusief voorbereidings- en reistijd - starten om 7:00 en eindigen om 19:00 nu dit ter zitting niet door het college is betwist.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht en benadrukt dat zijn klachten, tinnitus en als gevolg daarvan een slecht gehoor en vermoeidheid, symptomen zijn van de ziekte van Ménière. Als gevolg van stress kan het aantal aanvallen toenemen en een toename van de aanvallen verergert de genoemde symptomen. </para>
      <para />
      <para>7. De medisch adviseur heeft in het medisch advies betrokken dat eiser één keer per twee weken een aanval heeft die maximaal twee dagen kan duren. Tijdens die aanvallen is eiser niet in staat om te werken. Eiser heeft geen medicatie voor zijn klachten. Verder verwacht de medisch adviseur dat aanvallen gepaard gaande met hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en een piep in het oor, niet binnen zes maanden zullen verbeteren, omdat eiser al sinds veertienjarige leeftijd deze klachten heeft. De mentale klachten die eiser in het verleden had, zijn onder controle. </para>
      <para>De medisch adviseur concludeert dat, eiser “gezien de verbetering van de mentale klachten, in staat is om een bijbaan naast zijn studie te hebben. Echter, blijft hij wel klachten houden die vallen binnen een aandoening van zijn gehoor- en evenwichtsorgaan en is het mogelijk dat hij zich dan moet ziekmelden van zijn werk”. Volgens de medisch adviseur bestaat de mogelijkheid om opnieuw naar de specialist te gaan voor deze klachten om te kijken of er nog behandelingsopties zijn voor eiser omdat hij al jaren niet bij een behandelaar is geweest. </para>
      <para />
      <para>8. De rechtbank overweegt het volgende. Volgens de nota van wijziging van 3 maart 2020<footnote-ref linkend="_ae9f9119-24dd-4115-b1e6-8bfc81a07721" /> is de individuele studietoeslag een algemeen geldende regeling voor studenten die vanwege een structurele medische beperkingen niet in staat zijn om náást de tijd die hun studie met zich meebrengt (inclusief alle voorbereidings- en reistijd) inkomsten te verwerven. De beperking moet structureel van aard en voldoende ernstig zijn dat er een rechtstreeks verband kan worden gelegd tussen het gebrek en het niet in staat zijn van het verwerven van inkomsten door betrokkene naast de studie. Of sprake is van een structurele medische beperking zal in de meeste gevallen beoordeeld worden door een onafhankelijk medisch advies waarin de structurele medische beperking objectief medisch vastgesteld wordt.  Het medisch advies heeft slechts betrekking op de vraag of de belanghebbende - binnen de door de wet en het college gegeven kaders - in staat is een eigen inkomen te verwerven naast een voltijd studie, zonder dat dit ten koste gaat van de tijd die benodigd is om de studie met succes af te ronden.</para>
      <para />
      <para>9. De rechtbank overweegt het volgende. De medisch adviseur concludeert dat eiser gezien de verbetering van zijn <emphasis role="italic">mentale</emphasis> klachten in staat is om naast zijn studie een bijbaan te hebben. Vervolgens concludeert de medisch adviseur dat eiser klachten blijft houden die vallen binnen de aandoening van zijn gehoor- en evenwichtsorgaan en dat hij zich dan mogelijk ziek moet melden van zijn werk. De rechtbank begrijpt de conclusie van de medisch adviseur ten aan zien van de klachten die vallen binnen eisers aandoening van zijn gehoor- en evenwichtsorgaan (<emphasis role="italic">fysieke</emphasis> klachten) van eiser aldus, dat is beoordeeld of eiser kán werken mede omdat eiser zich volgens de medisch adviseur mogelijk als gevolg van die klachten moet ziekmelden. De rechtbank oordeelt dat dit een onjuist criterium is omdat uit de nota van wijziging immers blijkt dat moet worden beoordeeld of eiser in staat is een eigen inkomen te verwerven naast een voltijds studie zonder dat dit ten koste gaat van de tijd die benodigd is om de studie met succes af te ronden. </para>
      <para />
      <para>10. Voorts heeft het college noch de medisch adviseur de door eiser in bezwaar gestelde omstandigheden beoordeeld inhoudende dat eiser gezien de chronische ziekte, doofheid en de tinnitus alle energie nodig heeft om overdag zijn studie te volgen en dat werken mogelijk leidt tot een toename van de aanvallen.</para>
      <para />
      <para>11. Niet in geschil is dat eiser 60 uur per week besteedt aan zijn studie en dat hij gemiddeld één keer per twee weken een aanval heeft die maximaal twee dagen kan duren. Naar het oordeel van de rechtbank kan gezien deze studiebelasting en aanvallen niet in redelijkheid van eiser worden verwacht dat hij inkomen kan verwerven uit een bijbaan. </para>
      <para />
      <para>12.  De rechtbank oordeelt dat uit hetgeen hiervoor onder 9. tot en met 11. is overwogen volgt dat het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat aan eiser een individuele studietoeslag wordt toegekend voor het studiejaar september 2023 tot en met augustus 2024.</para>
      <para />
      <para>13. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, dient het college het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. Verder heeft eiser geen kosten gemaakt die in aanmerking komen voor een proceskostenvergoeding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- herroept het primaire besluit;</para>
    <para>- bepaalt dat aan eiser een individuele studietoeslag wordt toegekend voor het studiejaar september 2023 tot en met augustus 2024 </para>
    <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
    <para>- draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van N.J. Biswane, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de griffier is verhinderd deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_67340af5-1f17-4de5-b03b-75f1798ed9ea" label="1">
    <para> Op grond van artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet (Pw)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_148d62eb-dde0-4559-8248-f88609921f7c" label="2">
    <para> Artikel 36b, eerste lid, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b04a17df-6c1f-4603-a82a-7183f549ea7b" label="3">
    <para> Artikel 2 van de beleidsregel studietoeslag gemeente Utrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ebe2a0e-123c-4d88-bc85-f1ff630c55f8" label="4">
    <para> Artikel 36b, tweede lid, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae9f9119-24dd-4115-b1e6-8bfc81a07721" label="5">
    <para> Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 394, nr. 5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>