<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:3331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T15:37:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/1608</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:3331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T15:34:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:3331 Rechtbank Midden-Nederland , 09-07-2025 / 25/1608</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Parkeerbelasting. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van overmacht. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:3331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 25/1608 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten &amp; hoogheemraadschap Utrecht</emphasis>, heffingsambtenaar </para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.G. Vos).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 februari 2025. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De heffingsambtenaar heeft op 3 januari 2025 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . De naheffingsaanslag is opgelegd wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 9 december 2024 om 12:36 uur. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 6 februari 2025 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. </para>
        <para />
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>4. Partijen hebben toestemming verleend om uitspraak te doen zonder zitting.<footnote-ref linkend="_f1f8fa24-6e9f-4dcf-af4a-e150318a4f29" /> De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>5. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd, omdat zijn auto met kenteken <?linebreak?>[kenteken] op 9 december 2024 om 12:36 uur aan het Moreelsepark in Utrecht stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de Verordening Parkeerbelastingen gemeente Utrecht 2024 (Verordening) is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>6. Eiser heeft geen parkeerbelasting betaald om 12:36 uur. Eiser heeft echter wel parkeerbelasting betaald van 10:01 uur tot 12:06 uur. Tussen partijen is niet in geschil dat op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag geen parkeerbelasting was voldaan. Wel is in geschil of er sprake was van overmacht waardoor eiser niet in redelijkheid kan worden verweten dat hij niet heeft betaald. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>7. Eiser stelt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting onterecht is opgelegd, omdat hij heeft gehandeld naar de uitnodiging van de rechtbank. Hij had namelijk op maandag 9 december 2024 om 10:30 uur een zitting bij de rechtbank Midden-Nederland. Deze zitting zou volgens de uitnodiging uiterlijk tot 12:00 uur duren en eiser heeft daarom parkeerbelasting betaald tot 12:06 uur. De zitting duurde echter tot 12:40 uur. Volgens eiser is het niet gewenst om tijdens een zitting bij de rechtbank weg te lopen om parkeerbelasting te betalen en kan hij er daarom niets aan doen dat hij geen parkeerbelasting heeft betaald om 12:36 uur. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    <para>8. De heffingsambtenaar heeft hierover in het verweerschrift toegelicht dat het de verantwoordelijkheid is van de parkeerder om een juiste inschatting te maken van de parkeerduur en eventuele bijbetalingen te doen van de parkeerbelasting. Bij deze inschatting dient ook rekening gehouden te worden met een eventuele uitloop van een mondelinge behandeling bij de rechtbank. Ook had eiser volgens de heffingsambtenaar gebruik kunnen maken van een betaald parkeerapp. Het al dan niet gebruik maken van een parkeerapp is een keuze van een parkeerder die voor zijn/haar risico komt. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>9. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De parkeerbelasting is een objectieve belasting. Dit betekent dat persoonlijke omstandigheden van de betrokkene niet meewegen bij de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Dit ligt anders indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie (overmacht), waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om de volgens de wet verschuldigde belasting te betalen.<footnote-ref linkend="_fc75fc6d-a554-4ce1-b56f-9a62bd7df3ff" /> De omstandigheden die eiser daarover heeft aangevoerd, vallen daar naar het oordeel van de rechtbank niet onder. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiser, maar eiser had voldoende mogelijkheid om bijvoorbeeld een parkeerapp te gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat van overmacht geen sprake is. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f1f8fa24-6e9f-4dcf-af4a-e150318a4f29" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc75fc6d-a554-4ce1-b56f-9a62bd7df3ff" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9122. </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>