<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-04T09:03:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/5430</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-04T09:02:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2955 Rechtbank Midden-Nederland , 28-05-2025 / UTR 24/5430</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het beroep was er alleen op gericht om het college te bewegen een besluit te nemen. Het college heeft, nog voordat het beroep werd ingesteld, op de aanvraag beslist. Eiser heeft daarom geen procesbelang. Eiser heeft geen recht op een dwangsom en een proceskostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 24/5430 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: R.M.C.J. Versteeg),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn</emphasis> (het college), verweerder.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Inleiding</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiser heeft op 15 augustus 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn aanvraag van 5 april 2024 voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een dak op zijn perceel aan de [adres] in [plaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_d27534a0-f390-4596-90a1-e4cd961c0059" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De beslistermijn om op de aanvraag te beslissen heeft het college verlengd tot 11 juli 2024. Het college heeft binnen die termijn geen besluit genomen. Op 16 juli 2024 heeft eiser het college in gebreke gesteld. Omdat het college niet binnen twee weken na de ingebrekestelling alsnog op zijn aanvraag heeft beslist, heeft eiser een beroep niet-tijdig beslissen ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het college heeft op het beroep gereageerd en het besluit van 19 juli 2024 meegezonden, waarin op de aanvraag van eiser is beslist. Het college heeft geen dwangsom aan eiser toegekend, omdat hij binnen twee weken na de ingebrekestelling alsnog een besluit heeft genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft eiser gevraagd of hij zijn beroep wil intrekken of handhaven. Eiser heeft zijn beroep niet ingetrokken. Eiser voert aan dat het college niet-tijdig op zijn aanvraag heeft beslist, omdat er meer dan twee weken zijn verstreken tussen de ingebrekestelling en de ontvangst van het besluit van 19 juli 2024. Eiser vindt daarom dat hij recht heeft op een dwangsom.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De rechtbank stelt vast dat het college op 19 juli 2024 een beslissing op de aanvraag van eiser heeft genomen. Dit is binnen twee weken na de ingebrekestelling. Het besluit is dus tijdig genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het college heeft dit besluit op 26 juli 2024 langs elektronische weg bekendgemaakt<footnote-ref linkend="_38a8f351-e823-4210-8e0f-2519b0782906" />, en het besluit op 21 augustus 2024 als extra service ook per post aan eiser toegezonden. De rechtbank is van oordeel dat ook als de bekendmaking van het besluit door het college niet juist zou zijn geweest dit niet afdoet aan de tijdigheid van het genomen besluit.<footnote-ref linkend="_b2a47a95-3f71-437a-9e04-0febda983d20" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het beroep was er alleen op gericht om het college te bewegen een besluit te nemen. Het college heeft, nog voordat het beroep werd ingesteld, op de aanvraag van eiser beslist. Eiser heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.<footnote-ref linkend="_8f0f45f1-7440-4419-abb3-b283ff850b37" /> Dit heeft tot gevolg dat het beroep <?linebreak?>niet-ontvankelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Dat het beroep niet-ontvankelijk is, laat evenwel onverlet dat kan worden bekeken of vanwege de omstandigheden van het geval er grond is voor een proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_e11f257f-c685-4e3d-bac8-056437be014b" /> Daarvoor is van belang of het college tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. Bij een beroep niet tijdig beslissen gaat het er dan om of het college naar aanleiding van dat beroep alsnog een besluit heeft genomen. Zoals de rechtbank onder rechtsoverweging 3 heeft overwogen, is deze situatie niet aan de orde.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat eiser geen recht heeft op een dwangsom en een proceskostenvergoeding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. S.N. van Ooijen, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar op 28 mei 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_d27534a0-f390-4596-90a1-e4cd961c0059" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_38a8f351-e823-4210-8e0f-2519b0782906" label="2">
    <para> Artikel 3:41 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2a47a95-3f71-437a-9e04-0febda983d20" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1657, rechtsoverweging 2.1.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f0f45f1-7440-4419-abb3-b283ff850b37" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2333, rechtsoverweging 10. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e11f257f-c685-4e3d-bac8-056437be014b" label="5">
    <para> Artikel 8:75 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>