<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T09:47:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11534313 \ MC EXPL  25-719</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2880">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T09:46:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2880 Rechtbank Midden-Nederland , 18-06-2025 / 11534313 \ MC EXPL  25-719</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2880:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing van vordering van zorgverzekeraar (achterstallig eigen risico) na erkenning door gedaagde partij. Afwijzing van gevorderde buitengerechtelijke incassokosten omdat niet vast is komen te ontstaan dat veertiendagenbrief is ontvangen. Toewijzing van gevorderde proceskosten, want beroep op rauwelijks dagvaarden slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2880:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11534313 MC EXPL  25-719 BS/43497</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Wageningen,</para>
      <para>verder ook te noemen Menzis,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 21 januari 2025 met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak zal doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat deze zaak over?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] is verzekerd bij Menzis. Volgens Menzis moet [gedaagde] nog € 93,20 aan zorgkosten (eigen risico) betalen, met wettelijke rente en bijkomende kosten (buitengerechtelijke incassokosten). [gedaagde] wil het verschuldigde eigen risico betalen, maar is het niet eens met de bijkomende kosten. Zij voert aan dat zij geen brieven of aanmaningen van de deurwaarder heeft ontvangen. De kantonrechter geeft Menzis grotendeels gelijk. [gedaagde] moet de zorgkosten met rente aan Menzis betalen. Zij hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten aan Menzis te vergoeden, maar wel de proceskosten. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij conclusie van dupliek aangegeven de hoofdsom te willen betalen. Omdat de omvang en verschuldigdheid van de hoofdsom door [gedaagde] niet (langer) wordt betwist, kan de hoofdsom van € 93,20 worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] heeft erkend dat zij de hoofdsom nog moet betalen, moet zij daarover ook wettelijke rente betalen. Die rente is namelijk een vergoeding voor de vertraging in de betaling. De wettelijke rente bedraagt € 3,05 tot aan de datum van de dagvaarding. Daarnaast wijst de kantonrechter wettelijke rente toe vanaf de datum van de dagvaarding tot het moment waarop [gedaagde] daadwerkelijk betaalt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Menzis maakt ook aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. [gedaagde] is het niet eens met dit deel van de vordering, omdat zij geen brieven of aanmaningen van Menzis (of de deurwaarder) heeft ontvangen. Voor toewijzing van de buitengerechtelijke incassokosten moet Menzis een aanmaning (veertiendagenbrief) sturen die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek. Omdat Menzis zich beroept op de rechtsgevolgen van de aanmaning (betaling van de buitengerechtelijke incassokosten), moet zij ook bewijzen dat [gedaagde] deze aanmaning heeft ontvangen. Menzis heeft bij conclusie van repliek alleen gesteld dat de veertiendagenbrief naar het adres van [gedaagde] is verstuurd. De kantonrechter is van oordeel dat Menzis daarmee onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat [gedaagde] de veertiendagenbrief ook daadwerkelijk heeft ontvangen. Omdat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] de aanmaning heeft ontvangen, wordt de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert ook verweer tegen de proceskosten. [gedaagde] voert aan dat zij – voordat zij de dagvaarding ontving – geen betalingsherinneringen van Menzis of haar gemachtigde heeft ontvangen. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat zij rauwelijks is gedagvaard. Rauwelijks dagvaarden betekent dat een dagvaarding wordt uitgebracht zonder aanmaning of enig contact voorafgaand aan de dagvaarding. Weliswaar is – zoals hiervoor overwogen – niet komen vast te staan dat [gedaagde] de veertiendagenbrief van 23 oktober 2024 heeft ontvangen, maar uit de door Menzis ingediende stukken blijkt dat er nog meer betalingsherinneringen en aanmaningen door (de gemachtigde van) Menzis naar [gedaagde] zijn verstuurd, in ieder geval op 10 augustus 2024, 7 september 2024, 28 september 2024 en 8 januari 2025. De kantonrechter vindt het onwaarschijnlijk dat [gedaagde] géén van deze berichten heeft gekregen en gaat er daarom van uit dat zij wist van de betalingsachterstand. Daar komt nog bij dat [gedaagde] zelf heeft verklaard dat zij een discussie heeft gevoerd met de apotheek over het betalen van deze bedragen. [gedaagde] wist dus dat zij nog moest betalen. Van rauwelijks dagvaarden is naar oordeel van de kantonrechter daarom geen sprake. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure (waaronder de nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Menzis worden begroot op: </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>146,14</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>  80,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 40,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>  20,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>381,14</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Menzis tegen bewijs van kwijting te betalen € 96,25 vermeerderd met de wettelijke rente over € 93,20 vanaf 21 januari 2025 tot aan de dag van algehele betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 381,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in randnummer 4.1. en 4.2. uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. G. Boonzaaijer, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>