<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T08:43:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/5323</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2826">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T08:42:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2826 Rechtbank Midden-Nederland , 02-05-2025 / UTR 24/5323</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2826:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Met besluit is niet gereageerd op Woo-verzoek. Daarom is het beroep gegrond. In beroep is niet gebleken dat er documenten zijn die op grond van de Woo overgelegd hadden moeten worden. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2826:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/5323 </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2025  in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 3] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 4] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 5] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 6] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 7] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 8] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 9]
        </emphasis>, allen uit [plaats] ,</para>
      <para>tezamen; eisers</para>
      <para>(gemachtigde: [eiser 1] )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, </emphasis>het college</para>
      <para>(gemachtigden: mr. J.W. Schippers, L. Korll en mr. N. Roelofs).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Waar gaat deze zaak over?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Het college heeft met het besluit van 30 november 2024 besloten op het Woo-verzoek. Met het bestreden besluit van 30 november 2024 op het bezwaar van eisers heeft het college het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 2 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van eisers en de gemachtigden van het college. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het college op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eisers te vergoeden. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Eisers hebben op 10 februari 2023 aan het college met een beroep op de Wet open overheid (Woo) verzocht om het schouwrapport van 2023 ten aanzien van de Bezembinderssloot te Bunnik en in het verlengde daarvan naar het Vagantenpad dat na 25 oktober 2023 is/wordt uitgevoerd. Als er geen schouw is uitgevoerd, verzoeken eisers om toezending van de laatste schouw ten aanzien van het traject van de Bezembinderssloot op de legger.</para>
    <para />
    <para>2. Het college heeft op 12 januari 2024 besloten op het Woo-verzoek van eisers. In het besluit is opgenomen dat het document waar eisers om hebben verzocht openbaar wordt gemaakt. In het bestreden besluit van 30 november 2024 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft op de zitting geconstateerd dat het besluit van 12 januari 2024 onjuist is. Bij het besluit is een kaartje ter informatie bijgevoegd, zo heeft het college op de zitting bevestigd. Dat was niet de informatie waar eisers om hadden verzocht. Het besluit van 12 januari 2024 is daarom onzorgvuldig genomen en onvoldoende gemotiveerd. In het bestreden besluit van 30 november 2024 zijn deze gebreken niet hersteld. In het bestreden besluit is niet gereageerd op het Woo-verzoek, is niet toegelicht hoe is gezocht en of informatie beschikbaar is of niet. Daarom is ook het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en niet goed gemotiveerd. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en zal het bestreden besluit vernietigen. </para>
    <para />
    <para>4. Op basis van wat in beroep is overgelegd en wat is besproken op de zitting, ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten. Het is namelijk niet aannemelijk geworden dat er documenten zijn die op grond van de Woo overgelegd hadden moeten worden. De rechtbank legt het oordeel hierna uit.</para>
    <para />
    <para>5. Uit vaste jurisprudentie in het kader van de Woo volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat er niet meer documenten zijn, en die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat er toch meer documenten zijn.<footnote-ref linkend="_7e2750c9-590a-49aa-81dc-b6098cb91317" /></para>
    <para />
    <para>6. Ter zitting heeft het college toegelicht dat is gezocht in het digitale systeem van het college naar documenten over de periode 2015 tot heden. Vanaf 2015 was er een digitaal systeem  beschikbaar. Het college heeft gezocht naar een rapport over een schouw van de Bezembinderssloot te Bunnik. Er is geen rapport van een schouw gevonden. Het college vindt dit niet vreemd omdat de Bezembinderssloot een droge sloot is, waarvoor geen periodieke schouw plaatsvindt. Er vinden wel schouwen plaats in het gebied waar de Bezembinderssloot ligt, maar deze schouwen gaan niet specifiek over de Bezembinderssloot. Gelet daarop zijn er volgens het college geen schouwrapporten die gaan over de Bezembinderssloot, waar eisers om vragen. Voor de rechtbank komt deze uitleg niet ongeloofwaardig over. Het is dus aan eisers om aannemelijk te maken dat er wel schouwrapporten aanwezig zijn en overgelegd hadden moeten worden.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank constateert dat eisers in beroep vooral hebben aangevoerd dat de Bezembinderssloot geen droge sloot is, maar een watervoerende sloot. Dergelijke sloten moeten volgens eisers wel periodiek worden geschouwd. Gelet daarop, moet er volgens eisers dan ook een rapport aanwezig zijn van een dergelijke schouw van de Bezembinderssloot. Eisers hebben verder in beroep vooral gewezen op de voorgeschiedenis van de Bezembinderssloot, waarom wel sprake is van een watervoerende sloot en waarom onderhoud van die sloot belangrijk is. Het onderhouden van deze sloot is volgens eisers de verantwoordelijkheid van het college.</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank begrijpt de wens van eisers dat de Bezembinderssloot goed wordt onderhouden en dat het onderhoud structureel plaatsvindt. Eisers hebben met hun gronden alleen niet aannemelijk gemaakt dat de gevraagde schouwrapporten wel aanwezig zijn bij het college. Over de stelling dat de sloot een watervoerende sloot is en dat daarom structureel geschouwd moet worden bij de Bezembinderssloot, kan de rechtbank in dit geschil geen uitsluitsel geven. Het college heeft dit gemotiveerd bestreden. De vraag of het college wel had moeten schouwen, raakt veeleer aan een vraag van handhaving. <?linebreak?>Bovendien is van belang dat zelfs als geschouwd had moeten worden, dit onverlet laat dat het college gemotiveerd en niet ongeloofwaardig heeft gesteld dat geen schouw heeft plaatsgevonden op de Bezembinderssloot en dat er daarom dus ook geen rapporten zijn die openbaar gemaakt kunnen worden. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep gegrond is en dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Dit betekent dat eisers het griffierecht terug krijgen. Niet is gebleken van proceskosten die vergoed moeten worden.</para>
    <para />
    <para>10. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2025 door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
  </section>
  <footnote id="_7e2750c9-590a-49aa-81dc-b6098cb91317" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4525.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>