<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-17T10:00:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11484263</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2651">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T10:15:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2651 Rechtbank Midden-Nederland , 28-05-2025 / 11484263</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2651:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser en gedaagde hebben enige tijd contact met elkaar gehad. Gedaagde heeft in totaal € 1.250,00 overgemaakt naar een bankrekening van gedaagde. Ook heeft eiser een iPhone aan gedaagde gegeven en heeft eiser betaald voor de kosten van reparaties van de auto van gedaagde. Eiser zegt dat hij aan gedaagde voormeld bedrag en voormelde iPhone heeft geleend en dat hij voormelde kosten ten behoeve van gedaagde heeft voorgeschoten; gedaagde zou dit bedrag, deze kosten en deze iPhone aan hem terugbetalen respectievelijk teruggeven. Gedaagde betwist dit. Zij zegt dat zij € 1.250,00 contant heeft gegeven aan eiser waarna hij het giraal naar haar heeft overgemaakt. Over de iPhone zegt zij dat dit een verjaardagscadeau was. Verder zegt zij dat eiser de auto heeft gerepareerd als vriendendienst, waar ze niet voor zou hoeven te betalen. De kantonrechter oordeelt dat eiser gelijk krijgt. Hij heeft zijn stellingen voldoende gemotiveerd en onderbouwd; gedaagde heeft de stellingen van eiser wel betwist, maar zij heeft haar stellingen onvoldoende gemotiveerd en niet onderbouwd. De hoofdvorderingen van eiser worden daarom toegewezen. Gedaagde wordt ook veroordeeld in de kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2651:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11484263 \ AC EXPL  25-121</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Ö. Kenç,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 7 januari 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 15 januari 2025, waarin is neergelegd de mondelinge conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is verschenen op de rolzitting van 15 januari 2025. De rolrechter heeft haar toen de gelegenheid gegeven om binnen vier weken een aanvullende conclusie van antwoord in te dienen, waarin zij haar stellingen (nader) motiveert en met stukken onderbouwt. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt. Ook van de mogelijkheid tot het overleggen van stukken tot tien dagen voor de zitting, waar zij in de oproepingsbrief op is gewezen, heeft zij geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 30 april 2025 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was [eiser] aanwezig met zijn gemachtigde, mr. Kenç. [gedaagde] was niet aanwezig; de griffie van deze rechtbank heeft vóór de mondelinge behandeling geen bericht van verhindering van [gedaagde] ontvangen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] zijn eis verminderd. Hij heeft namelijk aangegeven dat hij de verklaringen voor recht niet meer vordert. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] en [gedaagde] hebben enige tijd contact met elkaar gehad. <?linebreak?>[eiser] heeft in totaal € 1.250,00 overgemaakt naar een bankrekening van [gedaagde] . Ook heeft [eiser] een iPhone aan [gedaagde] gegeven en heeft [eiser] betaald voor de kosten van reparaties van de auto van [gedaagde] . </para>
        <para>
          [eiser] zegt dat hij aan [gedaagde] voormeld bedrag en voormelde iPhone heeft geleend en dat hij voormelde kosten ten behoeve van [gedaagde] heeft voorgeschoten; [gedaagde] zou dit bedrag, deze kosten en deze iPhone aan hem terugbetalen respectievelijk teruggeven. <?linebreak?>[gedaagde] betwist dit. Zij zegt dat zij € 1.250,00 contant heeft gegeven aan [eiser] , waarna hij het giraal naar haar heeft overgemaakt. Over de iPhone zegt zij dat dit een verjaardagscadeau was. Verder zegt zij dat [eiser] auto heeft gerepareerd als vriendendienst, waar ze niet voor zou hoeven te betalen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat [eiser] gelijk krijgt. Hij heeft zijn stellingen voldoende gemotiveerd en onderbouwd; [gedaagde] heeft de stellingen van [eiser] wel betwist, maar zij heeft haar stellingen onvoldoende gemotiveerd en niet onderbouwd. De hoofdvorderingen van [eiser] worden daarom toegewezen. [gedaagde] wordt ook veroordeeld in de kosten.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [gedaagde] moet € 1.250,00 terugbetalen aan [eiser]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van twee geldleningsovereenkomsten tussen [eiser] en [gedaagde] . Dit heeft [eiser] gemotiveerd gesteld en voldoende onderbouwd. In de omschrijving bij de twee, op 15 oktober 2023 respectievelijk 7 november 2023 overgemaakte bedragen staat namelijk ‘lening’. [eiser] heeft terecht aangevoerd dat [gedaagde] het geld direct terug had kunnen storten, wanneer zij het niet eens was met deze omschrijving omdat het volgens haar geen geldleningen waren. De omstandigheid dat zij dat niet heeft gedaan, ondersteunt de stelling van [eiser] dat het om geleende bedragen gaat. De stelling van [gedaagde] dat zij het geld contant heeft gegeven aan [eiser] heeft zij op geen enkele wijze onderbouwd. De kantonrechter gaat daar daarom niet in mee.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] op 24 augustus 2024 laten weten dat hij wil dat [gedaagde] het bedrag van de geldleningen aan hem terugbetaalt. Op grond van de wet is [gedaagde] verplicht het geld binnen zes weken vanaf deze datum aan [eiser] terug te betalen.<footnote-ref linkend="_b4292767-dc57-4f98-8748-4c1c9cd00532" /> De vordering is daarmee opeisbaar geworden. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 1.250,00 moet betalen aan [eiser] . [gedaagde] wordt daartoe veroordeeld.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet het voorgeschoten totaalbedrag van € 929,86 voor de autoreparaties betalen aan [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De tweede vordering van [eiser] ziet op het totaalbedrag van € 929,86, waarvan hij stelt dat hij dat ten behoeve van [gedaagde] heeft voorgeschoten aan [onderneming] , een bedrijf waarvan zijn vader en hij vennoten zijn, voor reparaties van de auto van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De kantonrechter moet eerst de gestelde overeenkomst waarop [eiser] zich beroept, kwalificeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiser] beroept zich op nakoming van een volgens hem op [gedaagde] rustende verplichting om het totaalbedrag dat hij ten behoeve van haar heeft voorgeschoten, aan hem te betalen. De kantonrechter is van mening dat deze gestelde overeenkomst tussen partijen kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht.<footnote-ref linkend="_97cfd4b9-e329-48d1-9450-9d40726344e5" /> Het staat vast dat [onderneming] de auto van [gedaagde] heeft gerepareerd en dat [eiser] daarvoor een totaalbedrag van € 929,86 aan [onderneming] heeft betaald. Met het gestelde voorschieten van het geldbedrag heeft [eiser] ervoor gezorgd dat <?linebreak?>[gedaagde(-s)] auto gerepareerd werd en dat de auto door haar weer gebruikt kon worden. Het lenen van geld stond dus niet voorop, maar het behulpzaam zijn van [eiser] aan [gedaagde] . De kantonrechter kwalificeert dit als dienstverlening en dus de gestelde overeenkomst tussen partijen als een overeenkomst van opdracht. Dat [eiser] een van de vennoten is van [onderneming] doet hier niet aan af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [eiser] zegt dat hij ten behoeve van [gedaagde] het totaalbedrag van € 929,86 heeft betaald aan [onderneming] . Hij heeft gesteld dat de afspraak was dat [gedaagde] hem dit totaalbedrag zou betalen. Hij heeft haar daarmee een dienst verleend. [gedaagde] moet volgens [eiser] daarom ook haar deel van de overeenkomst nakomen en het totaalbedrag van € 929,86 aan [eiser] betalen.<?linebreak?>[gedaagde] heeft betwist, dat de afspraak was dat zij de kosten van de reparatie aan [eiser] zou betalen. Zij zegt dat het een schenking was van [eiser] , een vriendendienst. Hier kan zij niet in worden gevolgd omdat zij haar betwisting op geen enkele manier heeft onderbouwd, ondanks dat zij daartoe meermaals de gelegenheid heeft gekregen.<?linebreak?>[gedaagde] moet het totaalbedrag van € 929,86 dat [eiser] ten behoeve van [gedaagde] heeft betaald voor reparaties van haar auto aan hem betalen. Daartoe wordt zij veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de iPhone teruggeven aan [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiser] eist verder dat [gedaagde] de overeenkomst van bruikleen nakomt en hem de iPhone 15 Pro Max met serienummer [serienummer] teruggeeft. [gedaagde] heeft erkend deze telefoon in haar bezit te hebben, maar zegt hierover dat de iPhone een verjaardagscadeau van [eiser] aan haar is geweest. Dat de iPhone in november 2023 aan haar is gegeven verklaart zij door te stellen dat zij in december jarig is, ook al staat januari in haar paspoort als haar geboortemaand. Beide stellingen, zowel over haar geboortemaand als over het feit dat de iPhone een verjaardagscadeau is geweest, heeft zij niet onderbouwd. [eiser] daarentegen heeft zijn stelling dat sprake is van een bruikleenovereenkomst onderbouwd met de verklaring van een getuige, mevrouw [getuige] . Deze verklaring heeft [gedaagde] op geen enkele wijze betwist. Dat sprake is van een bruikleenovereenkomst en geen schenking, is daarmee vast komen te staan. [eiser] heeft dit voldoende gesteld en [gedaagde] onvoldoende betwist. [gedaagde] moet de iPhone teruggeven aan [eiser] . Daartoe wordt zij veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Ook de bij deze veroordeling gevorderde dwangsom wordt door de kantonrechter toegewezen, met dien verstande dat deze wordt gematigd en gemaximeerd zoals hierna in de beslissing is vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Ter informatie van partijen meldt de kantonrechter hier dat de dwangsom niet kan worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld.<footnote-ref linkend="_85bbf1d5-a7da-4c40-b913-4599eb199fd5" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft de buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten heeft betrekking op situaties waarvoor verschillende regels gelden. De kantonrechter toets de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn daarom aan de regels die gelden voor het grootste deel<?linebreak?>van de vordering, namelijk als neergelegd in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) in verbinding met de wet. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten die volgen uit de wet.<footnote-ref linkend="_1dc6eac9-db06-4235-b224-ae13771e0198" /> [eiser] heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan deze eisen, omdat het toepasselijke wettelijke tarief niet is vermeld en er geen betalingstermijn van veertien dagen is gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>De over de buitenrechtelijke incassokosten gevorderde wettelijke rente deelt dat lot.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is voor een groot deel in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat zij haar eigen (proces)kosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] aan hem moet betalen.<footnote-ref linkend="_f5f0d723-5dd1-4382-8767-e40a578141d1" /> Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, is hij geen explootkosten en betekeningskosten aan de deurwaarder verschuldigd<emphasis role="italic">.</emphasis><footnote-ref linkend="_a6c6148d-548a-4ef3-9d9b-0063693d06f6" /> Gelet hierop worden de proceskosten van [eiser] begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>90,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>408,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 204,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>102,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>600,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>De kantonrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is gevorderd door [eiser] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een totaalbedrag van (€ 1.250,00 +  € 929,86 =) € 2.179,86, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om de iPhone 15 Pro Max met serienummer [serienummer] terug te geven aan [eiser] , </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 50,00 voor iedere dag dat zij niet aan de onder 4.2. vermelde veroordeling voldoet, tot een maximum van € 1.000,00 is bereikt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten; zij moet aan [eiser] € 600,00 betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.<footnote-ref linkend="_625167ba-9bc3-44c2-b1e8-966949d66463" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier	De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b4292767-dc57-4f98-8748-4c1c9cd00532" label="1">
    <para> 	Zie artikel 7:129e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_97cfd4b9-e329-48d1-9450-9d40726344e5" label="2">
    <para> 	In de zin van artikel 7:400 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85bbf1d5-a7da-4c40-b913-4599eb199fd5" label="3">
    <para> 	Zie artikel 611a lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dc6eac9-db06-4235-b224-ae13771e0198" label="4">
    <para> 	Artikel 6:96 leden 5 en 6 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5f0d723-5dd1-4382-8767-e40a578141d1" label="5">
    <para> 	Artikel 237 lid 1 eerste volzin Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6c6148d-548a-4ef3-9d9b-0063693d06f6" label="6">
    <para> 	Zie artikel 40 van de Wet op de rechtsbijstand.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_625167ba-9bc3-44c2-b1e8-966949d66463" label="7">
    <para> 62938</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>