<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-30T13:32:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">593879 HA RK 25-95</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2641">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-30T09:18:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2641 Rechtbank Midden-Nederland , 28-05-2025 / 593879 HA RK 25-95</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2641:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingszaak. Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan, dat is te laat. Daarnaast heeft hij niet uitgelegd waarom hij vindt dat de rechter partijdig of vooringenomen is. Ook als verzoeker ontvankelijk was zou het verzoek zijn afgewezen, omdat de wrakingskamer niet kan beslissen over doorsturen van vonnissen aan derde partijen en over proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2641:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7a0d0a36-869d-475e-ade3-1a0a62f99de6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e4654d9b-8407-452a-b920-4363428c8a68" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Lelystad</para>
      <para>Zaaknummer: 593879 HA RK 25-95</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 28 mei 2025</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>(hierna: verzoeker).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 21 mei 2025 per e-mail een wrakingsverzoek ingediend in de zaak met nummer 11486411 \ MC EXPL 25-154 (hierna: de hoofdzaak). Op 22 en 23 mei 2025 heeft verzoeker nog twee e-mails gestuurd aan de wrakingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In de hoofdzaak was mr. A.R. Creutzberg de behandelend kantonrechter. In de hoofdzaak is op 14 mei 2025 het vonnis uitgesproken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek niet op zitting behandeld omdat meteen duidelijk was dat verzoeker niet-ontvankelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft bepaald dat vandaag de beslissing op het wrakingsverzoek wordt genomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer begrijpt uit de e-mails van verzoeker van 21 en 22 mei 2025 dat hij wil dat het vonnis van de kantonrechter van 14 mei 2025 bekend wordt gemaakt aan alle opdrachtgevers van [gerechtdeurwaarder] B.V. (hierna: [gerechtdeurwaarder] ), zodat alle proceskosten gecompenseerd kunnen worden. [gerechtdeurwaarder] was in de hoofdzaak de gemachtigde van de eisende partij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer begrijpt verder uit de e-mails dat verzoeker hiermee niet alleen de hoofdzaak bedoelt, maar ook andere (oudere) zaken waarin [gerechtdeurwaarder] (of een andere deurwaarder) de gemachtigde was. Verzoeker stelt dat het vonnis van 14 mei 2025 niet wordt “geëerd” door bijvoorbeeld gerechtsdeurwaarders en het CJIB en daar is hij het niet mee eens.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In een wrakingsprocedure onderzoekt de wrakingskamer of de rechter in de hoofdzaak partijdig of vooringenomen is.<footnote-ref linkend="_d8792fd7-27fb-42db-932d-c0c087ac2a5e" /> Hiermee wordt bijvoorbeeld bedoeld of de rechter één van de partijen voortrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan.<footnote-ref linkend="_46c7d986-ed2b-4885-b274-cdbb914b0761" /> In het wrakingsverzoek moet staan waarom de verzoeker vindt dat de rechter partijdig of vooringenomen is.<footnote-ref linkend="_c307d114-e101-4db2-a1eb-513f990be545" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend op 21 mei 2025, maar dat is te laat want in de hoofdzaak was al op 14 mei 2025 einduitspraak gedaan. En verzoeker heeft niet uitgelegd waarom hij vindt dat de rechter partijdig of vooringenomen is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Omdat verzoeker te laat is met zijn wrakingsverzoek en omdat hij niet heeft uitgelegd waarom de rechter volgens hem partijdig of vooringenomen is, is hij niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Dit betekent dat de wrakingskamer het verzoek van 21 mei 2025 niet verder in behandeling neemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Maar: ook als de wrakingskamer het verzoek wel verder in behandeling zou hebben genomen, zou verzoeker niet hebben gekregen wat hij blijkbaar wil. De wrakingskamer mag het vonnis van 14 mei 2025 namelijk niet doorsturen aan [gerechtdeurwaarder] (of andere gerechtsdeurwaarders), het CJIB of andere bedrijven of mensen. En de wrakingskamer mag ook niets beslissen over proceskosten.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, mr. J.P. Killian en mr. L.C. Michon als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.M. Schutte, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d8792fd7-27fb-42db-932d-c0c087ac2a5e" label="1">
    <para> Dit blijkt uit artikel 36 Rv. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_46c7d986-ed2b-4885-b274-cdbb914b0761" label="2">
    <para> Dit blijkt uit artikel 4 lid 2 onder d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c307d114-e101-4db2-a1eb-513f990be545" label="3">
    <para> Artikel 1 lid 4 van het wrakingsprotocol. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>