<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-24T10:00:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/589209 / HA ZA 25-113</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2628">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-19T13:05:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2628 Rechtbank Midden-Nederland , 04-06-2025 / C/16/589209 / HA ZA 25-113</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2628:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incidentele vordering op grond van artikel 477a lid 2 Rv. Eiser in incident vordert zekerheidsstelling voor proceskosten. Gedaagde betwist dat sprake is van een reëel verhaalsrisico. De rechtbank oordeelt dat eiser, mede gelet op de betwisting van gedaagde, het reële verhaalrisico onvoldoende heeft onderbouwd. Vordering in incident wordt afgewezen, eiser wordt in de proceskosten in incident veroordeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2628:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a9d34323-ff0a-42f9-81e0-8c453cd12ebd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="85ff1022-bbd7-4199-b928-833a99c632c7" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/589209 / HA ZA 25-113</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 4 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] BV</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.P. Sanchez Montoto in Amstelveen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.B. Maliepaard in Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van [eiseres] van 17 februari 2025 met producties, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot het stellen van zekerheid voor proceskosten op grond van artikel 477a lid 2 Rv van [gedaagde] , </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident tot het stellen van zekerheid op grond van artikel 477a lid 2 Rv met producties van [eiseres] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor het vonnis in het incident bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] vordert zekerheidsstelling van proceskosten door [eiseres] op grond van artikel 477a lid 2 Rv. [eiseres] betwist dat er sprake is van een reëel verhaalsrisico en meent dat de vordering moet worden afgewezen. De rechtbank wijst de vordering van [gedaagde] af. Dat oordeel wordt hierna toegelicht. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beoordeling in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het geschil in de hoofdzaak tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft betrekking op een door [gedaagde] afgelegde derdenverklaring. [gedaagde] heeft die verklaring afgelegd nadat door [eiseres] onder [gedaagde] als derde beslag is gelegd ten laste van [bedrijf] B.V. In de hoofdzaak betwist [eiseres] de door [gedaagde] afgelegde verklaring op grond van artikel 477a lid 2 Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In het incident vordert [gedaagde] op grond van artikel 477a lid 2 Rv, laatste zin, zekerheidsstelling voor de proceskosten waarin [eiseres] in de hoofdzaak zou kunnen worden veroordeeld. Daarnaast vordert [gedaagde] vergoeding van de proceskosten in het incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen. Op grond van artikel 477a lid 2 Rv, laatste zin, kan de rechter, op verlangen van de derde-beslagene ( [gedaagde] ), bepalen dat de executant ( [eiseres] ) zekerheid moet stellen voor de proceskosten waarin hij ( [eiseres] ) tegenover de derde-beslagene kan worden veroordeeld. Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat de derde-beslagene na een verklaringsprocedure met onverhaalbare proceskosten blijft zitten. De derde-beslagene moet hiervoor onderbouwen dat sprake is van een reëel verhaalsrisico. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Dat heeft [gedaagde] onvoldoende gedaan. [gedaagde] heeft zijn vordering onderbouwd door te stellen dat [eiseres] een proceskostenveroordeling in een eerdere procedure tussen [eiseres] en [gedaagde] niet heeft voldaan. [gedaagde] vreest daarom dat [eiseres] bij een eventuele proceskostenveroordeling in deze procedure opnieuw de proceskosten niet zal betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft betwist dat zij niet aan een eventuele proceskostenveroordeling zou kunnen voldoen. Zij heeft daartoe allereerst aangevoerd dat het eerdere vonnis nooit is betekend en dat zij nooit voor een proceskostenveroordeling is aangeschreven. Daarnaast heeft [eiseres] betwist dat zij geen verhaal zou bieden en ter onderbouwing daarvan haar balans en winst- en verliesrekening over 2025 overgelegd. Verder heeft [eiseres] aangevoerd dat zij een vordering van ongeveer € 26.000,00 heeft op [gedaagde] , zodat eventueel verrekend zou kunnen worden. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] door het opwerpen van dit incident in strijd met de goede procesorde gehandeld. Daarom vordert [eiseres] vergoeding van de werkelijke en volledige proceskosten in het incident ter hoogte van € 1.407,25.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Gegeven dit verweer heeft [gedaagde] zijn reële verhaalsrisico onvoldoende onderbouwd. Dat [eiseres] , mogelijk zonder betekening en aanschrijving, eerder een proceskostenveroordeling niet heeft betaald, maakt nog niet dat zij die niet kan voldoen, of dat ze een eventuele nieuwe veroordeling niet zou kunnen voldoen. Dat [eiseres] niet heeft betaald, betekent niet dat zij geen verhaal biedt. Het niet betalen is iets anders dan het niet kunnen betalen en dus geen verhaal kunnen bieden.</para>
      <para />
      <para />
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten in het incident betalen</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft ongelijk gekregen en wordt dus veroordeeld in de kosten (inclusief nakosten) van dit incident. De rechtbank ziet geen aanleiding [gedaagde] in de daadwerkelijke proceskosten te veroordelen, zoals [eiseres] heeft gevorderd. [gedaagde] is gedaagde in de hoofdzaak en het is niet evident dat [gedaagde] dit incident, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te laten, zodat de hoge drempel voor een daadwerkelijke proceskostenveroordeling niet in beeld komt, los van de vraag of ruimte bestaat voor een daadwerkelijke proceskostenveroordeling in een incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>521,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,00 punten × € 521,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>699,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten in het incident van € 699,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling in het incident uitvoerbaar bij voorraad, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 16 juli 2025 voor conclusie van antwoord. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.<footnote-ref linkend="_5ce39dea-f1f2-4027-96e0-c6c65bf836d7" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5ce39dea-f1f2-4027-96e0-c6c65bf836d7" label="1">
    <para>JH 5797</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>