<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T09:24:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/590484 FV RK 25-728</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>GZR-Updates.nl 2025-0181</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2376">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-19T10:36:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2376 Rechtbank Midden-Nederland , 23-04-2025 / C/16/590484 FV RK 25-728</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2376:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klacht tegen gedwongen medicatie gegrond verklaard wegens ernstige bijwerkingen. Middel lijkt erger dan de kwaal.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2376:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Familierecht</para>
    <para>locatie Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/590484 / FV RK 25-728</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 23 april 2025</emphasis>
      </para>
      <para>op het ingediende verzoekschrift van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: betrokkene,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. A.M.P.M. Adank.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft op 20 maart 2025 een verzoekschrift met bijlagen bij de rechtbank ingediend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2025. Daarbij waren betrokkene met zijn advocaat aanwezig alsmede de persoonlijk begeleider van betrokkene. Betrokkene en zijn persoonlijk begeleider van Kwintes waren digitaal aanwezig, de advocaat was in de zittingszaal aanwezig. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De geneesheer-directeur van de psychiatrische instelling Pro Persona te Ede is op 24 maart 2025 om 9.48 uur per mailbericht uitgenodigd om op de zitting aanwezig te zijn. Op 3 april 2025 om 16.54 uur heeft de rechtbank een bericht ontvangen van psychiater Ouderenzorg [A] waarin deze aangeeft niet aanwezig te kunnen zijn op de zitting vanwege de korte termijn en omdat hij op maandagen niet werkt, waarbij hij de wens heeft uitgesproken de agenda’s naast elkaar te leggen om te kijken wanneer het wel zou kunnen. De griffier van de rechtbank heeft de psychiatrische instelling vervolgens per mail en ook telefonisch bericht dat de zitting doorgaat. Namens de instelling is niemand verschenen, niet fysiek en niet per aangeboden videoverbinding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar de procedure over gaat </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 18 november 2024 heeft deze rechtbank een zorgmachtiging verleend voor betrokkene. De zorgmachtiging geldt tot en met 18 november 2025. De rechtbank heeft onder andere het toedienen van medicatie als vorm van verplichte zorg toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De instelling heeft op 3 januari 2023 een schriftelijke aanzegging voor verplichte zorg aan betrokkene afgegeven, te weten het toedienen van medicatie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Betrokkene heeft op 12 februari 2025 een klacht bij de klachtencommissie ingediend met betrekking tot de verplichte zorg én het ontbreken van een nieuwe aanzeggingsbrief met betrekking tot deze verplichte zorg. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De klachtencommissie heeft op 24 februari 2025 de klacht processueel gegrond en inhoudelijk ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De instelling heeft op 27 februari 2025 een nieuwe schriftelijke aanzegging voor verplichte zorg aan betrokkene afgegeven. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Betrokkene vraagt nu aan de rechtbank om een beslissing op de klacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De instelling heeft op 27 februari 2025 een nieuwe aanzeggingsbrief voor verplichte zorg aan betrokkene uitgereikt. Daarmee is het formaliteitsgebrek dat de klachtencommissie heeft geconstateerd hersteld. De rechtbank moet nu enkel nog beoordelen of de instelling de vorm van verplichte zorg mag gebruiken, te weten het toedienen van medicatie (antipsychotica) in depotvorm. Bij de beantwoording van deze vraag zijn de algemene uitgangspunten en de eisen van artikel 2:1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van toepassing. Dit houdt in dat de inzet van verplichte zorg moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en veiligheid. Dat betekent dat het belang van de behandeling in verhouding moet staan tot de inbreuk en dat de minst ingrijpende vorm van behandeling moet worden gebruikt. De vorm van verplichte zorg mag ook niet langer dan nodig worden toegepast en de behandeling moet in de gegeven omstandigheden effectief en veilig zijn. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de beslissing niet voldoet aan deze eisen en zal de klacht daarom gegrond verklaren. De rechtbank legt hierna uit waarom.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Betrokkene heeft altijd een reizend bestaan geleid. De diagnose schizofrenie en een neurocognitieve stoornis is pas laat bij betrokkene vastgesteld, namelijk toen betrokkene al [leeftijd] was. In die periode ging het niet goed met betrokkene vanwege een conflict met het UWV. Betrokkene bivakkeerde onder een brug nabij het kantoor van het UWV en is hier ontregeld van geraakt. Nu gaat het veel beter met betrokkene. Hij is ingebed in zorg, woont bij Kwintes en wordt ambulant begeleid door Pro Persona. Betrokkene functioneert goed, hij doet zijn boodschappen en houdt zijn huis netjes. Betrokkene krijgt medicatie, maar hij ondervindt hier ernstige bijwerkingen van. Hij heeft onder meer last van heftig trillende handen, waardoor hij wordt beperkt in zijn doen en laten. Volgens de neuroloog is dit parkinsonisme, een bijwerking van de medicatie. Hoewel de psychiater het hier niet mee eens is (hij schrijft de trillingen toe aan Parkinson) en een second opinion heeft aangevraagd, gaat de rechtbank er vooralsnog van uit dat dit een bijwerking van de medicatie is, ook omdat betrokkene heeft verklaard dat de trillingen het heftigst zijn nadat hem een depot is toegediend. De medicatie is al afgebouwd van eenmaal per drie maanden naar eenmaal per vier maanden. Betrokkene wil de medicatie verder afbouwen, omdat de trillingen hem ernstig hinderen. Volgens de persoonlijk begeleider van Kwintes is betrokkene in staat deze keuze weloverwogen te maken. De rechtbank heeft geen reden hieraan te twijfelen. Betrokkene heeft zijn standpunt op zitting goed kunnen verwoorden. De rechtbank is daarom van oordeel dat de afbouw moet worden doorgezet. Betrokkene moet de kans krijgen om te proberen zonder medicatie te functioneren, zoals hij tot zijn [leeftijd] ook heeft gedaan. Omdat de zorg rond betrokkene goed geregeld is, kan bij een eventuele verslechtering tijdig en adequaat worden ingegrepen, maar op dit moment voldoet de verplichte toediening van antipsychotica niet langer aan de eisen van proportionaliteit. Het middel lijkt zogezegd op dit moment erger dan de kwaal.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart de klacht gegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2025 door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, in samenwerking met mr. C.M. Bosma als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para>AFSCHRIFT</para>
              <para />
              <para>Voor eensluidend afschrift.</para>
              <para />
              <para>De griffier van de rechtbank.</para>
              <para />
              <para />
              <para>23 april 2025</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>