<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:2255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-27T10:00:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11543745</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2255">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-22T11:26:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2255 Rechtbank Midden-Nederland , 14-05-2025 / 11543745</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2255:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser was energieleverancier van gedaagde, die een [.] in Utrecht exploiteerde. In deze procedure vordert eiser van gedaagde de betaling van € 15.209,47 als vergoeding voor geleverde energie in de periode 1 januari 2023 tot 1 april 2023. De hoeveelheid geleverde energie is door eiser vastgesteld op basis van geschat verbruik, omdat de beginstand van de energiemeter op 1 januari 2023 niet bekend was. Gedaagde voert aan dat eiser een te hoog verbruik in rekening heeft gebracht. De kantonrechter ziet aanleiding om eiser nader over de beginmeterstand te bevragen en legt hieronder uit waarom.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:2255:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11543745 \ UC EXPL  25-1276</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van 14 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de buitenlandse rechtspersoon [eiseres] Limited,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] , Verenigd Koninkrijk,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:</para>
      <para>- de dagvaarding;</para>
      <para>- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 19 februari 2025;</para>
      <para>- een akte met nadere producties van [eiseres] van 16 april 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling is gehouden op 28 april 2025. Namens [eiseres] is haar gemachtigde verschenen. [gedaagde] is in persoon verschenen, vergezeld door [A] , die tevens als tolk is opgetreden. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] was energieleverancier van [gedaagde] , die een [.] in Utrecht exploiteerde. </para>
        <para>In deze procedure vordert [eiseres] van [gedaagde] de betaling van € 15.209,47 als vergoeding voor geleverde energie in de periode 1 januari 2023 tot 1 april 2023. De hoeveelheid geleverde energie is door [eiseres] vastgesteld op basis van geschat verbruik, omdat de beginstand van de energiemeter op 1 januari 2023 niet bekend was. [gedaagde] voert aan dat [eiseres] een te hoog verbruik in rekening heeft gebracht. De kantonrechter ziet aanleiding om [eiseres] nader over de beginmeterstand te bevragen en legt hieronder uit waarom. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Welke (begin)meterstand moet worden aangehouden per 1 januari 2023?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft de hier gevorderde vergoeding voor geleverde energie gebaseerd op de door haar opgestelde eindafrekening voor de periode 1 januari 2023 tot 1 april 2023. Deze eindafrekening dient voor de kantonrechter daarom als uitgangspunt voor de beoordeling van de hier voorliggende vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In de eindafrekening is [eiseres] uitgegaan van een beginmeterstand van 116.943 m3 en een eindmeterstand van 125.634 m3. Op de mondelinge behandeling heeft [eiseres] toegelicht dat de beginmeterstand op de ingangsdatum van de energieovereenkomst (1 januari 2023) niet bekend was, doordat die niet was doorgegeven. Daarom is [eiseres] – zo begrijpt de kantonrechter – uitgegaan van geschat verbruik per die datum, wat heeft geleid tot de beginmeterstand van 116.943 m3. Op de mondelinge behandeling heeft [eiseres] verder ook gewezen op e-mailcorrespondentie met Essent van 29 november 2023 en 14 december 2023. Het is de kantonrechter vooralsnog onvoldoende duidelijk hoe de informatie uit die e-mailcorrespondentie zich tot het standpunt van [eiseres] verhoudt. In de e-mailcorrespondentie met Essent staat namelijk een meterstand van 120.478 m3 per 1 januari 2023 genoemd. Daaruit lijkt te volgen dat er bij [eiseres] wel een (begin)meterstand op 1 januari 2023 bekend was. Verder heeft Essent ook meerdere meterstanden genoemd van vóór 1 januari 2023 die in samenhang bezien een ander beeld lijken te geven van het energieverbruik op de langere termijn, gelet op de in de eindafrekening genoemde 116.943 m3.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft herhaaldelijk aangevoerd dat het aan hem toegedichte energieverbruik niet kan kloppen. Omdat de in de e-mailcorrespondentie genoemde meterstand per 1 januari 2023 afwijkt van de in de eindafrekening per diezelfde datum gehanteerde meterstand, en de juiste meterstand van belang is voor de beoordeling van (de hoogte van) de hier voorliggende vordering, stelt de kantonrechter [eiseres] in de gelegenheid om zich hier nog over uit te laten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoe nu verder?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] mag nadere informatie geven. Daarop mag [gedaagde] reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 28 mei 2025</emphasis> voor het nemen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder 3.1 t/m 3.3., waarna [gedaagde] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>LHJ/63796</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>