<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:1773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-12T12:14:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBMNE:2025:1772</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11248475</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1773">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-23T12:45:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:1773 Rechtbank Midden-Nederland , 16-04-2025 / 11248475</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:1773:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelvonnis artikel 31 Rv. Betaling van tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten ex artikel 7:275 lid 1 BW wordt gekoppeld aan de daadwerkelijke ontruiming van de woning en wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:1773:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11248475 \ MC EXPL  24-5129</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 16 april 2025 op het verzoek tot verbetering in de zin van artikel 31 Rv </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>te [plaats 1] , Verenigde Staten,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] , </para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Evadgian,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] ,<?linebreak?>2. [gedaagde sub 2] ,</title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 2] ,<?linebreak?>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden c.s] ., </para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Eshtehardi, werkzaam bij De Rechtsagent B.V.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 26 maart 2025 heeft [eiser] de kantonrechter bericht dat het hem voorkomt dat het dictum van het vonnis van 19 februari 2025 een kennelijk fout bevat. Hij stelt – kort gezegd – dat de kantonrechter de veroordeling van [eiser] tot betaling aan [gedaagden c.s] . van een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten ten onrechte uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard en niet heeft gekoppeld aan de daadwerkelijke ontruiming van de woning. [eiser] verzoekt om verbetering van het vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden c.s] . heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet op het verzoek van [eiser] gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In artikel 7:275 lid 1 BW is bepaald dat als de rechter een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik toewijst, hij een bedrag kan vaststellen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten. In het vonnis van 19 februari 2025 heeft de kantonrechter deze vergoeding aan [gedaagden c.s] . toegekend voor een bedrag van € 7.428,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De toegewezen tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten is bedoeld voor een toekomstige situatie, namelijk de daadwerkelijke ontruiming van de woning, zoals deze is toegewezen per 1 januari 2026. Pas dan worden door [gedaagden c.s] . kosten gemaakt die zich lenen voor vergoeding. Een vergoeding voor de kosten is daarom pas gepast als [gedaagden c.s] . de woning daadwerkelijk heeft verlaten, en niet eerder.<footnote-ref linkend="_924c0f56-6f8a-4ec8-81eb-571aba78e812" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande beschouwt de kantonrechter de uitvoerbaarverklaring bij voorraad en het achterwege laten van een koppeling tussen de ontruiming en de betaling van de vergoeding als een kennelijke fout. Deze leent zich eenvoudig voor herstel, waartoe de kantonrechter op grond van artikel 31 Rv zal overgaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat randnummers 5.7 tot en met 5.10 van het op 19 februari 2025 tussen [eiser] en [gedaagden c.s] . gewezen vonnis, waar staat</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“5.7 kent aan [gedaagden c.s] . een tegemoetkoming toe in de verhuis- en herinrichtingskosten van € 7.428,00 en veroordeelt [eiser] tot betaling daarvan;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaart de veroordeling onder 5.7 uitvoerbaar bij voorraad;</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijst het meer of anders gevorderde af.” </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>wordt gewijzigd in </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“5.7 kent aan [gedaagden c.s] . een tegemoetkoming toe in de verhuis- en herinrichtingskosten van € 7.428,00 en veroordeelt [eiser] tot betaling daarvan;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">bepaalt dat [eiser] de onder 5.7 bedoelde tegemoetkoming pas aan [gedaagden c.s] . verschuldigd is de dag nadat [gedaagden c.s] . de woning daadwerkelijk heeft verlaten; </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">wijst het meer of anders gevorderde af.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 16 april 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 19 februari 2025; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 19 februari 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>16 april 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>45353</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_924c0f56-6f8a-4ec8-81eb-571aba78e812" label="1">
    <para> Vgl. Hof Den Bosch 20 december 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5614 en Hof Den Bosch 12 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5482. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>