<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2025:1638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T15:46:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/6458</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1638">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T10:53:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:1638 Rechtbank Midden-Nederland , 11-08-2025 / UTR 24/6458</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2025:1638:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijk, griffierecht te laat</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2025:1638:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/6458</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. F.J. Boonstra),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegingen</para>
    </parablock>
    <para>1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet</para>
    <parablock>
      <para>nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de</para>
      <para>zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is</para>
    <parablock>
      <para>gemaakt (artikelen 6:7, 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel</para>
      <para>3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 7 februari 2024. Het beroepschrift had</para>
    <parablock>
      <para>dus uiterlijk op 21 maart 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft</para>
      <para>het beroepschrift ontvangen op 15 oktober 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat</para>
      <para>de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een</para>
      <para>geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan</para>
      <para>oni omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser zegt dat het beroepsschrift niet te laat is ingediend, omdat het beroep al op</para>
    <parablock>
      <para>10 april 2024 via Veilig Mailen is ingediend. Er werd door eiser verondersteld dat er een</para>
      <para>ontvangstbevestiging met zaaknummer zou worden toegezonden, zodat de zaak vervolgens</para>
      <para>in de digitale omgeving aangemeld kon worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen ingediend kon</para>
    <para>worden en dat het beroep van 15 oktober 2024 te laat is ingediend.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>6. In artikel 1.8, vierde lid, van het procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021</para>
    <parablock>
      <para>(versie per 1 juli 2024)<footnote-ref linkend="_8fa1a847-b3f0-482e-89fe-8b4c6524569b" /> 1 is opgenomen dat een elektronisch ingediend beroepschrift dat niet</para>
      <para>is ingediend door middel van digitaal procederen uitsluitend in behandeling wordt genomen,</para>
      <para>indien het is ingediend via een daarvoor door de bestuursrechter opengesteld systeem dat</para>
      <para>wordt vermeld in de bijlage bij dit reglement, met toepassing van de bepalingen vermeld in</para>
      <para>de bijlage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In artikel 2 van bijlage 1 bij het procesreglement staat dat Veilig mailen alleen is</para>
    <parablock>
      <para>toegestaan indien digitaal procederen voor de indiener in de betreffende zaak niet</para>
      <para>beschikbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. In artikel 1 van bijlage 1 bij het procesreglement staat dat de bestuursrechter</para>
    <parablock>
      <para>formulieren voor het instellen van (hoger) beroep beschikbaar heeft gesteld op de digitale</para>
      <para>loketten op www.rechtspraak.nl. Voor belastingzaken is digitaal procederen beschikbaar</para>
      <para>gesteld en dus is Veilig mailen niet toegestaan. Op de webpagina ‘Digitaal procederen</para>
      <para>belastingen’, te vinden op rechtspraak.nl, staat ook duidelijk vermeld dat in lokale- en</para>
      <para>rijksbelastingzaken het beroepschrift niet via Veilig Mailen kan worden ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Eiser stelt het beroepschrift al op 10 april 2024 via Veilig Mailen ingediend te hebben,</para>
    <parablock>
      <para>maar die weg stond voor hem niet open. De toezending van het beroepschrift via Veilig</para>
      <para>Mailen kan daarom niet gelijk worden gesteld aan het indienen van een beroepschrift in de</para>
      <para>zin van de Awb. Het beroep van 15 oktober 2024 is ver buiten de beroepstermijn ingediend,</para>
      <para>ook als de uitspraak op bezwaar pas op 3 april 2024 is bekendgemaakt, zoals eiser stelt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Er is evenmin sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Eiser kon er van op</para>
    <parablock>
      <para>de hoogte zijn dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen kon worden ingediend. Dat er</para>
      <para>werd verondersteld dat het beroep wel was ontvangen en in behandeling zou worden</para>
      <para>genomen is geen geldige reden. Het mag immers verwacht worden van eiser en zijn</para>
      <para>professioneel gemachtigde dat de informatie op rechtspraak.nl voorafgaand aan het indienen</para>
      <para>van het beroepschrift zorgvuldig wordt bekeken. Het is de eigen verantwoordelijkheid van</para>
      <para>eiser om op de voorgeschreven wijze beroep in te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen</para>
    <parablock>
      <para>uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54</para>
      <para>Awb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.<?linebreak?></para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak? <?linebreak?></title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8fa1a847-b3f0-482e-89fe-8b4c6524569b" label="1">
    <para> In de versie vanaf 1 juli 2025 staat dit in artikel 1.7b.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>