<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T13:26:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-16-561419 - HA ZA 23-521</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2025:7701" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2025:7701</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T15:57:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7820 Rechtbank Midden-Nederland , 09-10-2024 / C-16-561419 - HA ZA 23-521</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zie ook: tussenuitspraken ECLI:NL:RBMNE:2024:7819 d.d. 12-6-2024 en ECLI:NL:RBMNE:2024:7818 7-8-2024</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht Zittingsplaats Utrecht</para>
      <para>Zaaknummer: C/16/561419 / HA ZA 23-521</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 9 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij] ,</emphasis>
      </para>
      <para>te [woonplaats] , </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eisende partij] , </para>
      <para>advocaat: mr. E. Köse te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij] ,</emphasis>
      </para>
      <para>te [woonplaats] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde partij] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.F.C. Hoogendoorn te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 12 juni 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verzoek tot het openstellen van tussentijds appel van [gedaagde partij] , ingekomen op 3 juli 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van [eisende partij] , ingekomen op 16 juli 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 7 augustus 2024,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [gedaagde partij] van 28 augustus 2024 waarbij producties zijn overgelegd en een verzoek bevat om terug te komen op de bewijslastverdeling,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van [eisende partij] d.d. 25 september 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft bij akte van 28 augustus 2024 aan de rechtbank verzocht om terug te komen op de bewijslastverdeling en bewijsopdracht zoals vastgesteld bij tussenvonnis van 12 juni 2024. [eisende partij] heeft daar bezwaar tegen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank ziet in hetgeen [gedaagde partij] heeft aangevoerd geen reden tot wijziging van de bewijslastverdeling en bewijsopdracht. [gedaagde partij] heeft bewijs aangedragen (de producties bij de akte van 28 augustus 2024) en de rechtbank zal dat bewijs wegen in het kader van de reeds gegeven bewijsopdracht. Het verzoek van [gedaagde partij] wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank wijst er op dat [gedaagde partij] reeds 2 maal gelegenheid heeft gekregen zich bij akte uit te laten hoe hij bewijs wil leveren en de wijze waarop hij dat kenbaar dient te maken. Uit het gestelde onder randnummer 2 van de akte van 28 augustus 2024 lijkt te volgen dat [gedaagde partij] uitsluitend bewijs wenst te leveren door de bij de akte gevoegde producties en de toelichting daarop. [gedaagde partij] heeft immers niets vermeld over het leveren van getuigenbewijs. [eisende partij] heeft op deze producties met toelichting al gereageerd bij antwoordakte en stelt voor de zaak voor vonnis te zetten. De rechtbank zal de zaak voor vonnis zetten</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat mr. T.M. Sanders is gerouleerd naar een andere afdeling zal deze zaak verder worden behandeld door mr. S.H. Gaertman. Zij is ook bij de zitting in deze procedure aanwezig geweest.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst af het verzoek van [gedaagde partij] om de bewijslastverdeling en de bewijsopdracht te herzien,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">20 november 2024 voor vonnis,</emphasis></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt haar beslissing voor het overige aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door S.H. Gaertman en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>