<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:12:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/197056-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:11:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7808 Rechtbank Midden-Nederland , 01-03-2024 / 16/197056-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan drie woninginbraken en een poging tot woninginbraak. Voor wat betreft feit 1 (inbraak in een woning) heeft de rechtbank het verweer dat een ander dan de verdachte, te weten een verwante van verdachte, mogelijk het spoor op de woning kan hebben achtergelaten, verworpen. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform voorarrest, een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en een langere proeftijd van drie jaren én de maximale taakstraf, op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/197056-23 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 1 maart 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] (Marokko),</para>
      <para>wonende aan de [adres 1] ( [postcode] ) te [woonplaats] , <?linebreak?>hierna: verdachte. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G. Alagahgi en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.D.  van Elst, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>
        <?linebreak?>in de periode van 25 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Driebergen-Rijsenburg heeft ingebroken in een woning gelegen aan de [adres 2] en daarbij een horloge en/of sieraden en/of servies van [aangever 1] heeft gestolen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>
        <?linebreak?>op 1 mei 2023 te Driebergen-Rijsenburg samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd in te breken in een woning gelegen aan de [adres 3] en daarbij (een) goeder(en) van [aangever 2] te stelen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis>
        <?linebreak?>in de periode van 29 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 te Bilthoven heeft ingebroken in een woning gelegen aan de [adres 4] en daarbij diverse sieraden en/of een pyjama van [aangever 3] heeft gestolen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4:</emphasis>
        <?linebreak?>in de periode van 31 juli 2023 tot en met 1 augustus 2023 te Doorn in een woning gelegen aan de [adres 5] heeft ingebroken en daarbij een mobiele telefoon van [aangever 4] heeft gestolen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder feit 2, feit 3 en feit 4 aan verdachte ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, aangezien verdachte deze feiten heeft bekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 aan verdachte ten laste gelegde, nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Verdachte heeft elke betrokkenheid ontkend. Daarnaast zou niet vaststaan dat het DNA, aangetroffen in het veegspoor op de linkerdeur van de woning van aangeefster, van verdachte is. Zo is het DNA-profiel complex en onvolledig, en is de hypothese dat het DNA van een verwante van verdachte afkomstig is niet door The Maastricht Forensic Institute (hierna: TMFI) onderzocht, terwijl verdachte wel familieleden heeft die zich bezighouden met woninginbraken. Daarnaast kan volgens de raadsvrouw uit de feiten die verdachte heeft bekend geen consistent toegepaste, specifieke modus operandi worden afgeleid waardoor verdachte in verband gebracht zou kunnen worden met feit 1. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_4d0ecd8c-54fa-4a16-b302-72b07fb70a10" />
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1: </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aangeefster [aangever 1] heeft onder meer het volgende - zakelijk weergegeven - verklaard: </emphasis>
        </para>
        <para>Ik doe aangifte van inbraak in mijn woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats] . Op 25 april 2023 ben ik vertrokken en ik heb de woning goed afgesloten. Op 27 april 2023 kwam ik thuis. Ik zag dat de rechter bovenruit van het klapraam ingeslagen was. </para>
        <para>Ik zag dat het klapraam openstond en aan de onderzijde was vernield. Ik zag dat het opengebroken was. Ik zag dat alles doorzocht was.<footnote-ref linkend="_108e691d-04eb-4e43-a22a-838ec9f5ca3b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de bijlage met de weggenomen goederen van aangeefster [aangever 1] staat onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende</emphasis>: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Goederen: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>horloge;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>sieraad (3 stuks);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>servies (5 stuks). </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] staat onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende: </emphasis>
        </para>
        <para>Ik kwam voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] , [plaats] .<footnote-ref linkend="_c22c0de5-64e0-4cc9-95c1-212e46064b5f" /></para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Biologische sporen: </emphasis>
        </para>
        <para>spooromschrijving: epitheel</para>
        <para>plaats veiligstellen: linkerdeurdeel van de deur naar de achtertuin, buitenzijde;</para>
        <para>bijzonderheden: vettig veegspoor op de ruit;</para>
        <para>SIN: AAPX3250NL.<footnote-ref linkend="_ed8b50f8-dcb5-4802-8b90-91717fa841d5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uit de deskundigenrapportage met betrekking tot het forensisch DNA-onderzoek blijkt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Bemonstering</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">DNA-profiel</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Mogelijke donor van celmateriaal</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Buitenzijde linker<?linebreak?>deurdeel van dubbele<?linebreak?>deur naar achtertuin</para>
                <para>AAPX3250NL</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>onvolledig DNA-profiel van minimaal één man.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  [verdachte]
                  <footnote-ref linkend="_e9925fc7-be6f-480f-b540-88fd04953dc8" />
                </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Berekening van de bewijswaarde</emphasis>
          <?linebreak?>- Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van [verdachte] .<?linebreak?>- Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van een onbekende, niet verwante persoon.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.<footnote-ref linkend="_8fc88bef-59e2-4410-96f2-069e54fde685" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 2, feit 3 en feit 4: </emphasis>
        </para>
        <para>De feiten zijn door verdachte begaan. Verdachte heeft de onder feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde feiten bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. </para>
        <para>De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 februari 2024<footnote-ref linkend="_cee677e0-a61f-439e-8d69-29ee92e0fa33" />;</para>
      <para>- de aangifte van [aangever 2] van 15 mei 2023<footnote-ref linkend="_abd12fa3-ccf4-4224-9f71-9388a1c4fd49" />;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 februari 2024<footnote-ref linkend="_a7a94b01-bf93-4abb-bc8e-597a63503bb4" />;</para>
      <para>- de aangifte van [aangever 5] , namens [aangever 3] , van 30 juli 2023<footnote-ref linkend="_910d5d06-686c-4189-8a1e-36ef4ab95bc9" />;</para>
      <para>- een geschrift, te weten een bijlage van de weggenomen goederen van aangever [aangever 3]<footnote-ref linkend="_ae487fd5-3f3f-4c37-8c8a-b8eda5d9b507" />;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 4:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 februari 2024<footnote-ref linkend="_814d12d5-fce7-4929-9147-2897de26a1f4" />;</para>
      <para>- de aangifte van [aangever 4] van 1 augustus 2023<footnote-ref linkend="_19318e49-ba67-40f2-a9b2-bfcaea49a461" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 </emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode tussen 25 april 2023 en 27 april 2023 in Driebergen-Rijsenburg schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak waarbij een horloge, sieraden en servies zijn weggenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in beslissende mate acht geslagen op de door de deskundige bevonden DNA-match tussen het DNA op de buitenzijde van de achtertuindeur van de woning van aangeefster en het DNA van verdachte. De rechtbank neemt in aanmerking dat het spoor, nu deze op plaats delict is aangetroffen, een daderspoor betreft en dat de DNA-match een sterke bewijskracht heeft. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat een ander dan verdachte, te weten een verwante van verdachte, het spoor op de woning kan hebben achtergelaten en deze mogelijkheid niet door het TMFI is onderzocht. De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 31 augustus 2023 blijkt dat, op verzoek van de officier van justitie, aan Dr. P.J. Herbergs, de TMFI-rapporteur, de vraag is voorgelegd of een ander dan verdachte, bijvoorbeeld zijn broer, het DNA-spoor zou hebben kunnen achterlaten. De TMFI-deskundige heeft gerelateerd dat hij op basis van de bevonden match geen aanwijzingen heeft dat het DNA van een familielid zou kunnen betreffen. De waarschijnlijkheid dat het iemand anders dan verdachte betreft is volgens de deskundige heel laag, ook als die ander een familielid is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>
        <?linebreak?>in de periode van 25 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Driebergen-Rijsenburg in een woning aan de [adres 2] , perceelnummer [nummer 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge, sieraden en servies die geheel aan [aangever 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>
        <?linebreak?>op 1 mei 2023 te Driebergen-Rijsenburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning aan de [adres 3] , perceelnummer [nummer 2] , alwaar verdachte en zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een of meer goederen van hun gading, die geheel of ten dele aan [aangever 2] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak<?linebreak?>- een raam van voornoemde woning heeft ingeslagen; en<?linebreak?>- voornoemde woning hebben betreden; en<?linebreak?>- diverse lades en kasten heeft/hebben geopend en/of doorzocht,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis>
        <?linebreak?>in de periode van 29 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 te Bilthoven in een woning aan de [adres 4] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden en een pyjama die geheel aan [aangever 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">feit 4:</emphasis>
        <?linebreak?>in de periode van 31 juli 2023 tot en met 1 augustus 2023 te Doorn in een woning aan de [adres 5] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een mobiele telefoon die geheel aan [aangever 4] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">t.a.v. feit 1, feit 3 en feit 4: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">t.a.v. feit 2: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zestien maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan een gedeelte van vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd in het reclasseringsadvies van 6 februari 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht bij het opleggen van een straf rekening te houden met de zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is zijn schulden aan het aflossen en heeft een vaste stageplek, waar hij in de toekomst kan gaan werken. Daarnaast behoeven de kinderen en vriendin van verdachte zijn zorg. De documentatie van verdachte ten aanzien van woninginbraken is verouderd en hij heeft zich in het kader van zijn schorsing uit voorlopige hechtenis goed aan de strenge (vrijheidsbeperkende) bijzondere voorwaarden gehouden. In het voordeel van verdachte moet verder worden meegewogen dat hij spijt heeft betuigd voor zijn handelen. De raadsvrouw heeft, gelet op voorgaande, bepleit verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de tijd van het voorarrest overstijgt. Zij heeft verzocht verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies van 6 februari 2024, eventueel aan te vullen met de oplegging van een taakstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aard en ernst van de feiten </emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan drie woninginbraken en een poging tot woninginbraak. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij deze woninginbraken veelal samen met een ander heeft gepleegd. Tijdens één van de inbraken was de bewoner thuis, waarbij de ontdekking dat er ’s nachts was ingebroken bijzonder beangstigend moet zijn geweest. De verdachte heeft met zijn handelen geen respect getoond voor het eigendom van anderen. Woninginbraak levert materiële schade en hinder op voor de directe slachtoffers. Ook wordt hun privacy en gevoel van veiligheid ernstig geschaad, terwijl zij zich juist veilig moeten kunnen voelen in hun eigen woning. Woninginbraken zorgen daarnaast voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Verdachte heeft kennelijk niet bij deze gevolgen stilgestaan en voor zover hij daarbij wel heeft stilgestaan, zich daardoor niet laten weerhouden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 januari 2024 op naam van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden (langer dan vijf jaren geleden) veelvuldig voor vermogensdelicten ((woning)inbraken) is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 6 februari 2024, opgesteld door de heer R.T.M. Holthuijsen, reclasseringswerker. De reclassering beschrijft  dat bij verdachte sprake is van een pro criminele houding. Zijn sociale netwerk en houding dienen als risicofactor gezien te worden. De reclassering benoemd dat verdachte zich aan de meldplicht heeft gehouden, maar constateert ook dat hij in enige mate weerstand biedt tegen het toezichtkader. Volgens de reclassering is de maatschappelijke situatie van verdachte onvoldoende stabiel om te kunnen spreken van een blijvend verminderd recidiverisico. Het recidiverisico is (vooralsnog) ingeschat op gemiddeld-hoog en het opleggen van bijzondere voorwaarden wordt dan ook noodzakelijk bevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft geadviseerd verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij Reclassering Nederland, een gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden, een alcoholverbod, een locatieverbod (met elektrische monitoring), het volgen van dagbesteding bij een traject via het UVW en het inzicht geven in financiën. Ook dient als voorwaarde te worden opgenomen dat verdachte zich, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie, niet op een ander adres vestigt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de ernst van de feiten kan niet met een andere straf worden volstaan dan een straf die vrijheidsbeneming met zich meebrengt. De aard en ernst van de feiten zouden een gevangenisstraf rechtvaardigen met een dusdanig onvoorwaardelijk deel dat verdachte nog maanden terug zou moeten naar de gevangenis, zoals ook geëist door de officier van justitie.   De rechtbank ziet echter aanleiding om van de strafeis af te wijken en heeft daarbij het volgende laten meewegen. Hoewel verdachte een behoorlijk strafblad heeft op het gebied van vermogensdelicten, betreffen dit allemaal oudere misdrijven. De laatste jaren was verdachte juist niet meer in beeld bij justitie. Verdachte heeft spijt betuigd ten aanzien van de bewezenverklaarde woninginbraken en zijn verantwoordelijkheid genomen, waarbij hij ook uit eigen beweging heeft verklaard dat een aantal inbraken samen met anderen zijn gepleegd, terwijl deze (in beginsel strafverzwarende) omstandigheid niet aan hem ten laste was gelegd. Verder heeft de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte meegewogen. Hij is recent (opnieuw) vader geworden en zet zich in om binnen zijn gezin verantwoordelijkheid te nemen. De partner van verdachte was ook ter terechtzitting aanwezig. </para>
        <para>Daarnaast heeft verdachte de afgelopen tijd stappen gezet om een vak te leren. Tot slot heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte zich in het kader van zijn schorsing aan een streng schorsingskader heeft moeten houden, waardoor zijn vrijheden in de afgelopen periode aanzienlijk waren ingeperkt. Deze voorwaarden zal de rechtbank ook aan een voorwaardelijk strafdeel verbinden, waardoor verdachte ook de komende tijd nog in zijn vrijheid beperkt zal zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het van belang dat verdachte de consequenties van zijn handelen ervaart en dat het recidiverisico wordt verminderd. De rechtbank zal verdachte daarom een kans geven om de positieve stappen die hij de afgelopen periode op het gebied van gezin en werk heeft gezet, voort te zetten onder (strikt) toezicht van de reclassering. Dat betekent dat de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zal leggen conform voorarrest maar daarnaast ook een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf waaraan de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering zullen worden verbonden. De rechtbank acht daarbij een langere proeftijd dan gebruikelijk noodzakelijk en zal aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van drie jaren verbinden. Tot slot zal de rechtbank aan verdachte de maximale werkstraf opleggen zodat verdachte ook op die manier consequenties van zijn handelen ondervindt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 351 dagen, waarvan 300 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van 3 jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, en een taakstraf voor de duur van 240 uren (subsidiair 120 dagen hechtenis), passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Voorlopige hechtenis </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis, gelet op de straf die zij aan verdachte zal opleggen, opheffen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [aangever 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 200,-.  Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 3 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze onvoldoende onderbouwd is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en de vordering van</para>
        <para>de benadeelde partij, vast komen te staan dat de benadeelde rechtstreekse materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte. De benadeelde heeft in zijn vordering aangegeven en onderbouwd dat de geleden schade grotendeels door de verzekering is vergoed. Het gevorderde bedrag van € 200,- aan materiële schade, betreft het resterende niet vergoede gedeelte van schade. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en zij zal deze dan ook geheel toewijzen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de vordering aldus voor een totaalbedrag van € 200,- toewijzen, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 juli 2023 tot de dag van volledige betaling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 200,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 juli 2023 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 4 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 vermeld;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">351 dagen</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para>- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">300 dagen</emphasis> niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">drie (3) jaren</emphasis> vast; </para>
    <para />
    <para>- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich meldt binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>actief deelneemt aan de gedragsinterventie Cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>geen alcohol gebruikt, en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gedurende het toezicht op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres 6] te [woonplaats] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de precieze tijdstippen veranderen of het locatiegebod laten vervallen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich inspant voor een traject via het UVW, gericht op het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 240 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [aangever 3]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [aangever 3] toe tot een bedrag van € 200,-, bestaande uit materiële schade; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2023 tot de dag van volledige betaling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 3] aan de Staat € 200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Garvelink, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en O. Böhmer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 25 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Driebergen-Rijsenburg , gemeente Utrechtse Heuvelrug, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 2] , perceelnummer [nummer 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge, sieraden en/of servies, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij op of omstreeks 1 mei 2023 te Driebergen-Rijsenburg , gemeente Utrechtse Heuvelrug tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 3] , perceelnummer [nummer 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meer goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming<?linebreak?>- een raam van voornoemde woning heeft/hebben ingeslagen; en/of<?linebreak?>- voornoemde woning heeft/hebben betreden; en/of<?linebreak?>- diverse lades en/of kasten heeft/hebben geopend en/of doorzocht,<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 te Bilthoven, gemeente De Bilt, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 4] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden en/of een pyjama, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2023 tot en met 1 augustus 2023 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten op/aan de [adres 5] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4d0ecd8c-54fa-4a16-b302-72b07fb70a10" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 augustus 2023, genummerd PL0900-2023226645, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 92. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal van 7 september 2023, genummerd PL0900-2023226645-B, wordt hieraan (A) toegevoegd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_108e691d-04eb-4e43-a22a-838ec9f5ca3b" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 11. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c22c0de5-64e0-4cc9-95c1-212e46064b5f" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed8b50f8-dcb5-4802-8b90-91717fa841d5" label="4">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 20. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9925fc7-be6f-480f-b540-88fd04953dc8" label="5">
    <para> Een geschrift, te weten een deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute, pagina 25. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8fc88bef-59e2-4410-96f2-069e54fde685" label="6">
    <para> Een geschrift, te weten een deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute, pagina 26. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cee677e0-a61f-439e-8d69-29ee92e0fa33" label="7">
    <para>Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abd12fa3-ccf4-4224-9f71-9388a1c4fd49" label="8">
    <para> Pagina 28. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7a94b01-bf93-4abb-bc8e-597a63503bb4" label="9">
    <para>Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_910d5d06-686c-4189-8a1e-36ef4ab95bc9" label="10">
    <para> Pagina 14 (A). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae487fd5-3f3f-4c37-8c8a-b8eda5d9b507" label="11">
    <para> Pagina 17 (A). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_814d12d5-fce7-4929-9147-2897de26a1f4" label="12">
    <para>Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19318e49-ba67-40f2-a9b2-bfcaea49a461" label="13">
    <para> Pagina 31 (A).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>