<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T08:59:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/3916</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7732">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T08:59:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7732 Rechtbank Midden-Nederland , 23-12-2024 / UTR 24/3916</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7732:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Awb, afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7732:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/3916 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.F. Vermaat),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ </title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het CIZ in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het CIZ van 26 maart 2024 waarbij de gevraagde indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) is afgewezen. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het CIZ in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een veroordeling in de proceskosten. Het CIZ heeft de rechtbank meegedeeld dat zij geen aanleiding zien voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_fdfc81fd-7003-4e69-bc7c-80926a0f4b78" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>4. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_2b81d2ff-cb79-4f3c-87ab-169ab352ed55" /></para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het CIZ aan verzoeker tegemoetgekomen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De rechtbank moet dus beoordelen of het CIZ geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.</para>
    <para />
    <para>7. Verzoeker heeft op 15 april 2024 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het CIZ heeft met het verweerschrift een aanvullend medisch advies van 1 juli 2024 ingebracht. Hierop heeft verzoeker op 27 augustus 2024 bericht dat hij niet in beroep zou zijn gegaan, als de nadere onderbouwing van de medisch adviseur eerder was gegeven. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken met een verzoek om een proceskostenveroordeling, omdat hij meent dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat dit gebrek pas in de beroepsfase is hersteld. </para>
    <para />
    <para>8. Volgens het CIZ bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het CIZ is niet tegemoetgekomen aan verzoeker omdat het bestreden besluit is niet herzien. De afwijzing van de Wlz-indicatie is meermaals uitgebreid toegelicht door het CIZ. Het laatste aanvullende medisch advies van 1 juli 2024 luidt in die zin niet anders, temeer in beroep geen medisch objectiveerbare informatie is overgelegd waaruit zou moeten blijken dat de eerdere adviezen en het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand zouden zijn gekomen. </para>
    <para />
    <para>9. Naar het oordeel van de rechtbank is in deze situatie geen sprake van tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van de wet.<footnote-ref linkend="_e8ae0be6-0098-45f9-a7c0-198ac5550f65" /> Het CIZ heeft zijn standpunt naar aanleiding van het beroep niet gewijzigd. Het CIZ heeft een nadere toelichting op het standpunt gegeven in de vorm van een aanvullend medisch advies. Dat verzoeker daarmee kennelijk voldoende reden zag om het beroep in te trekken, betekent niet dat het bestreden besluit zonder die nadere toelichting onvoldoende is gemotiveerd en dat het CIZ daarmee aan verzoeker tegemoet is gekomen. Bij deze stand van zaken bestaat er geen grond voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>23 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>   rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_fdfc81fd-7003-4e69-bc7c-80926a0f4b78" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b81d2ff-cb79-4f3c-87ab-169ab352ed55" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8ae0be6-0098-45f9-a7c0-198ac5550f65" label="3">
    <para> Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>