<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T09:33:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/1553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T09:33:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7726 Rechtbank Midden-Nederland , 22-04-2024 / UTR 24/1553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>SPUK, afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 24/1553</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.V. Hendriksen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder een plan van aanpak opgesteld, waarin de aanvragen van verzoeker van 11 juli 2023 en 6 september 2023 op grond van de Specifieke Uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden Kinderopvangtoeslag (SPUK) om ondersteuning bij huisvesting in verband met een scheiding en vergoeding van de kosten voor advocatuur, griffierechten en eigen bijdrage zijn afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit waarom.</para>
    <para />
    <para>2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat  sprake is van een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft zijn spoedeisend belang niet onderbouwd met financiële gegevens, ondanks het uitdrukkelijke verzoek daartoe van de rechtbank op 7 maart 2024, herhaald op 21 maart 2024 en 28 maart 2024. De gevraagde kopieën van  bankafschriften en aanmaningen ontbreken. De voorzieningenrechter kan daarom niet vaststellen wat de financiële situatie van verzoeker op dit moment is en of het noodzakelijk is in afwachting van de beslissing op bezwaar een voorlopige voorziening te treffen. Ook is niet gebleken van een dreigende uithuiszetting van verzoeker. Integendeel, uit het door verzoeker ingebrachte echtscheidingsconvenant blijkt dat verzoeker nog tot één jaar na de echtscheiding, te weten tot 5 juli 2024, in de echtelijke woning mag blijven wonen. Dat er sprake is van ondraaglijke spanningen in de huiselijke situatie, als gevolg waarvan verzoeker eerdere de echtelijke woning zou moeten verlaten, is niet nader onderbouwd. Dat verzoeker naar eigen zeggen verblijft op een camping of in het buitenland, om verder oplopende spanningen met zijn ex-partner te voorkomen, geeft ook geen reden voor het aannemen van een spoedeisend belang. Het is de keuze van verzoeker om tijdelijk ergens anders te verblijven. Dit laat onverlet dat verzoeker volgens het echtscheidingsconvenant tot 5 juli 2024 in de echtelijke woning kan blijven wonen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorlopig rechtmatigheidsoordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het primaire besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het primaire besluit geen stand zal kunnen houden.</para>
    <para />
    <para>5. Volgens verweerder vormt artikel 2.21 van de Wet hersteloperaties toeslagen de wettelijke grondslag voor het primaire besluit. Vanuit deze wettelijke regeling is verzoeker, als gedupeerde van de toeslagenproblematiek, blijkens het dossier al op diverse vlakken compensatie, ondersteuning en begeleiding toegekend. Voor wat betreft het organiseren van huisvesting bestaat volgens verweerder geen speciale regeling. Het onderwerp huisvesting wordt meegenomen in de ondersteuning vanuit de Paarse Pelikaan die verzoeker al ontvangt. Volgens verweerder worden de kosten met betrekking tot rechtszaken en advocaatkosten niet vergoed vanuit de SPUK, maar zijn hier andere regelingen voor zoals genoemd in het primaire besluit. </para>
    <para />
    <para>6. Verzoeker heeft in bezwaar aangevoerd dat verweerder hierbij is afgeweken van de eerder gemaakte afspraken en toezeggingen. Zonder nadere onderbouwing met stukken ziet de voorzieningenrechter geen grond verzoeker hierin te volgen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Belangenafweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een spoedeisend belang en dat het primaire besluit niet evident onrechtmatig is en naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in stand kan blijven. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen. </para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">om de uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>