<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7708</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-29T09:48:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/046629-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7708">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7708</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-29T09:47:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7708 Rechtbank Midden-Nederland , 19-12-2024 / 16/046629-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7708:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte reed een kruispunt op terwijl het verkeerslicht op rood stond en heeft vervolgens een ongeval veroorzaakt. Daarnaast was verdachte niet in het bezit van een rijbewijs. Veroordeling artikel 6 WVW (feit 1). Kwalificatie rijgedrag: zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Daarnaast veroordeling rijden zonder rijbewijs (feit 2). Strafoplegging:  voor feit 1 een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Voor feit 2 een geldboete van 350 euro.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7708:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/046629-24 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 19 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , <?linebreak?>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] , [postcode] te [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 september 2024 (regie) en 5 december 2024 (inhoudelijke behandeling).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. E.D. Hooydonk. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">primair (artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 8 februari 2024 in Hoogland, gemeente Amersfoort, als bestuurder van een personenauto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt door, terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs, door rood licht te rijden en vervolgens geen voorrang te verlenen aan een overstekende fietser, waardoor hij met deze fietser in botsing is gekomen en waardoor aan deze fietser, [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, dan wel letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering van normale bezigheden is ontstaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">subsidiair (artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 8 februari 2024 in Hoogland, gemeente Amersfoort, als bestuurder van een personenauto op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 8 februari 2024 in Hoogland, gemeente Amersfoort, in een personenauto heeft gereden zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dat betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
        <para>Met betrekking tot feit 1 primair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het rijgedrag van verdachte kan worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en onoplettend in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Daarnaast heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het letsel van [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) te kwalificeren is als zwaar lichamelijk letsel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover van belang worden de standpunten van de officier van justitie hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van de redengevende feiten en omstandigheden die in de hieronder opgenomen bewijsmiddelen zijn vervat, vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde, in die zin dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan [slachtoffer] zodanig letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank merkt net als de officier van justitie het rijgedrag van verdachte aan als zeer onvoorzichtig en onoplettend, zodat sprake is van een ernstige mate van schuld. </para>
        <para>Daarnaast acht de rechtbank het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal na opsomming van de bewijsmiddelen uitleggen hoe zij tot deze conclusie is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1, primair en feit 2</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_2a23f140-80f2-4c8a-aff1-2c031b64bd63" />
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De hieronder weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aanrijding overtreding, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Datum: 		8 februari 2024</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Omstreeks:		20:27 uur</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Locatienaam:		[locatie]</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Plaats: 			Hoogland</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gemeente: 		Amersfoort</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op de kruising van de [straat 1] met [straat 2]</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Voorrangsregeling: 	ja, voorrang geregeld middels een verkeersregelinstallatie.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_60c2498f-871f-40f6-9c62-5b7000b4d061" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Betrokken partijen:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">- betrokkene 1: voertuig Renault Laguna, kenteken [kenteken] , bestuurder [verdachte] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij controle bij het Rijbewijsregister bleek de bestuurder niet bevoegd te zijn een motorrijtuig te besturen. Aan de bestuurder was nooit een rijbewijs afgegeven voor de categorie motorrijtuigen waartoe het door de bestuurder bestuurde voertuig behoorde.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- betrokkene 2: fiets, bestuurder [slachtoffer]</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bij het ongeval heeft [slachtoffer] letsel opgelopen.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_7129285c-1824-43e6-ac4c-0bb2293b8649" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van verhoor verdachte, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">V: Bent u in het bezit van een geldig Nederlands rijbewijs?</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">A: Nee.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_719015fb-dfec-4dbe-aa82-81ff8626d5c4" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">V: Wat kun je vertellen over hoe de aanrijding heeft plaatsgevonden?</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">A: Ik reed weg bij het tankstation aan de [straat 2] en toen heb ik daar op die kruising die jongen aangereden. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De auto voor mij ging remmen en stoppen voor het verkeerslicht. Ik reed toen om haar heen om uit te wijken.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">V: Welke kleur had het verkeerslicht toen je er doorheen reed?</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">A: rood. Ik zag de fietser op het moment dat ik om de auto van de vrouw heen schoot. Hij kwam van de linkerkant.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_43951820-9e1f-48b3-a93f-7fbb7e291799" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik remde maar ik kon de auto niet meer tot stilstand brengen.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_26cc7a40-d168-4f94-9561-69f1326ab7e4" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">
              [verdachte] verklaarde ter plaatse dat hij de overstekende fietser nooit had gezien.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_cf2d2ed4-cc44-411c-9200-c0f13d72230b" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van forensische opsporing verkeer, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 8 februari 2024 kwamen wij ter plaatse. Om de personenauto, een Renault Laguna met kenteken [kenteken] , technisch te onderzoeken heb ik rij- en remproeven met de personenauto uitgevoerd. Ik voelde dat de personenauto zonder bijzonderheden kon remmen en sturen. Ik heb geen voertuig technische bijzonderheden vast kunnen stellen die van invloed konden zijn op de toedracht van de aanrijding.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_68ba5ce6-601c-41cd-a5b6-12c8f7c3b744" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 8 februari 2024 stond ik al enige tijd stil voor het rode verkeerslicht op de kruising van de [straat 2] en de [straat 1] . Ik zag in mijn achterruitkijkspiegel dat er een voertuig aan kwam rijden. Ik zag dat het voertuig door rood reed en op de kruising aanreed tegen de fietser die vanuit de [straat 1] kwam.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_7c3f1182-233d-47cf-ac7d-8edda319b1e2" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik zat op de achterbank van de Renault Laguna toen het ongeluk gebeurde. Toen wij voorbij het verkeerslicht waren hoorde ik dat [A] tegen [verdachte] riep: “ [verdachte] kijkt uit fietser”. Ik voelde dat [verdachte] direct heel hard op de rem ging staan. Ik weet dit omdat ik keihard tegen de bijrijdersstoel aan ben geschoten en met mijn hoofd tegen de hoofdsteun van de bijrijdersstoel aan kwam.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_ba366f89-ed82-43c6-8656-9dfece3be752" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een geneeskundige verklaring, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Medische informatie betreffende: [slachtoffer]</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 9 februari 2024</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Uitwendig waargenomen letsel: zwelling enkel links, afwijking sleutelbeen rechts, longcontusie rechts, clavicula fractuur rechts, costa 2 fractuur, contusie enkel.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_e0d6d32b-801a-4ebc-9f1c-5fedc51bfe32" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van de verklaring van het slachtoffer, voor zover inhoudende:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op 8 februari 2024 fietste ik op het fietspad aan de [straat 1] in Amersfoort. Ik naderde de kruising met de [straat 2] en stopte voor het rode verkeerslicht. Ik wachtte tot deze groen werd en stak de weg over. Ik reed over de linkerrijstrook en zag rechts van mij 2 koplampen op mij af komen. Het volgende wat ik mij kan herinneren is dat ik in de ambulance lag.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik werk en ik sport gemiddeld 2 keer per dag. Dit kan ik allemaal niet meer doen de komende tijd. Volgens de dokter duurt het herstel 6 weken.</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_e9f782e5-b7b9-40ce-ac0b-31c08c78a287" />
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, primair en feit 2</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewezenverklaring feit 1, primair</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vastgestelde feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen het volgende vast.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 8 februari 2024 omstreeks 20:27 uur heeft er op de kruising van de [straat 2] met de [straat 1] een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een door verdachte bestuurde personenauto en een overstekende fietser. De voorrang op deze kruising werd geregeld door een (in werking zijnde) verkeersregelinstallatie. Verdachte negeerde het verkeerslicht dat voor hem op rood stond, en reed de kruising op. Op datzelfde moment stak het slachtoffer de kruising over op zijn fiets terwijl hij groen licht had. Verdachte heeft vervolgens geen voorrang verleend aan de fietser en is in botsing gekomen met het slachtoffer die als gevolg daarvan letsel heeft opgelopen. </para>
          <para>Verder staat vast dat verdachte de auto bestuurde terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs en dat ook nooit is geweest. </para>
          <para>Bij de politie heeft verdachte erkend dat hij geen rijbewijs had en dat hij door rood licht is gereden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 WVW</emphasis>
          </para>
          <para>Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 WVW is vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Dat betekent allereerst dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gedragingen van verdachte en het verkeersongeval. Dat is het geval. Door als bestuurder van een personenauto het rode verkeerslicht te negeren en de overstekende fietser, die groen licht had, geen voorrang te verlenen, kwam verdachte in botsing met het slachtoffer. Hiermee is het causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en het verkeersongeval gegeven en kan het verkeersongeval redelijkerwijs als gevolg van het handelen van verdachte aan hem worden toegerekend.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld in welke mate het verkeersongeval aan verdachte kan worden verweten. Bij de beoordeling van de schuld in de zin van artikel 6 WVW komt het volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Bij de vaststelling van de mate waarin verdachte schuld aan het ongeval heeft, wordt onderscheid gemaakt tussen aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend, zeer onvoorzichtig/onoplettend en roekeloos rijgedrag. Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij de beoordeling van de mate van schuld die verdachte aan het verkeersongeval heeft, zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. Verdachte naderde de kruising van de [straat 2] met de [straat 1] en merkte op dat de auto voor hem stopte voor het verkeerslicht. In plaats van zelf ook te stoppen, reed verdachte om de auto heen en reed hij door rood de kruising op. De verklaring van verdachte bij de politie – kort gezegd inhoudende dat hij door rood reed omdat hij niet kon remmen doordat het gaspedaal bleef hangen en verdachte daardoor (als hij niet was uitgeweken) tegen de auto vóór hem was gebotst - acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, aangezien zijn lezing wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. De politie heeft vrijwel direct na het ongeval technisch onderzoek gedaan naar de auto waarin verdachte reed. Uit de rij- en remproeven bleek dat de auto zonder problemen kon remmen en sturen en er werden geen technische mankementen vastgesteld die de oorzaak van de aanrijding konden verklaren. Daarnaast heeft een inzittende van de auto van verdachte als getuige verklaard dat hij tegen de bijrijdersstoel aanschoot doordat verdachte remde, wat aantoont dat het remsysteem effectief functioneerde.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft bij het oprijden van de kruising vervolgens onvoldoende aandacht gehad voor het overige verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse, nu hij op de kruising het slachtoffer op zijn fiets heeft aangereden. Hieruit blijkt dat verdachte de fietser geen voorrang heeft gegeven en niet meer tijdig heeft kunnen remmen omdat hij het slachtoffer niet, dan wel te laat heeft gezien. Verdachte had echter te allen tijde rekening moeten houden met de mogelijkheid van overstekende (kwetsbare) verkeersdeelnemers bij het oprijden van de kruising, des te meer omdat hij door rood licht reed. Toch heeft dit alles er niet toe geleid dat verdachte zijn rijgedrag heeft aangepast. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de genoemde gedragingen reeds voldoende zijn om schuld in de zin van artikel 6 WVW vast te stellen, waarbij verdachte in ieder geval aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden. Dat verdachte ook onoplettend was, leidt de rechtbank af uit zijn verklaring ter plaatse dat hij de overstekende fietser niet heeft gezien, en uit de verklaring van getuige Schelling, die bij verdachte in de auto zat en verdachte moest attenderen op de overstekende fietser. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij de beoordeling van de mate van schuld wordt echter, naast het bovenstaande, ook in aanmerking genomen dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden terwijl verdachte niet in het bezit was van een rijbewijs. Dit duidt op een mate van onvoorzichtigheid die verder reikt dan enkel aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Het feit dat hij geen rijbewijs had, had verdachte er al van moeten weerhouden om in de auto te stappen en deel te nemen aan het verkeer. Desondanks heeft hij er bewust voor gekozen om op de openbare weg te gaan rijden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Deze feiten en omstandigheden samen bezien, maken dat de rechtbank van oordeel is dat het (hiervoor beschreven) verkeersgedrag van verdachte moet worden aangemerkt als zeer onvoorzichtig en onoplettend. Daarmee is sprake van ernstige schuld in de zin van artikel 6 WVW. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Partiële vrijspraak roekeloosheid</emphasis>
          </para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van het ten laste gelegde roekeloos rijgedrag en dus de zwaarste vorm van schuld. Van roekeloosheid is sprake indien zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen en dat verdachte zich hiervan bewust was of had moeten zijn. Daarnaast geldt dat in ieder geval sprake is van roekeloosheid als het gedrag ook is aan te merken als een overtreding van artikel 5a lid 1 WVW. Om tot het oordeel te kunnen komen dat sprake is van roekeloosheid moet vastgesteld worden dat verdachte met het gedrag dat tot het verkeersongeval heeft geleid (a) de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, (b) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (c) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de wetsgeschiedenis van artikel 5a WVW volgt dat dit artikel bedoeld is voor zaken waarin sprake is van zeer ernstige verkeersdelicten. Met het verrichten van een of meer van de gedragingen zoals opgenomen in het artikel staat niet al vast dat opzettelijk in ernstige mate de verkeersregels zijn geschonden. Bij het schenden van een verkeersregel in ernstige mate kan volgens de memorie van toelichting worden gedacht aan het meerdere malen negeren van een rood kruis, het meerdere keren rijden door rood licht, voor een langere periode met een hoge snelheid rijden, continu over een vluchtstrook blijven rijden terwijl dat niet is toegestaan of een combinatie van gedragingen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto, terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs, door rood licht gereden en tegelijkertijd geen voorrang verleend. Deze gedragingen, ook in samenhang gezien, zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat daarmee kan worden gesproken van een opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels als bedoeld in artikel 5a WVW. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet is voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 5a WVW. Gelet hierop kan niet door middel van de koppelbepaling van het tweede lid van artikel 175 WVW tot een bewezenverklaring van roekeloosheid worden gekomen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Partiële vrijspraak zwaar lichamelijk letsel</emphasis>
          </para>
          <para>Hoewel de rechtbank aanneemt dat de gevolgen van het ongeval voor het slachtoffer groot zijn geweest, ligt de drempel om in juridische zin te kunnen spreken van zwaar lichamelijk letsel hoog. Bij de beoordeling of juridisch gezien sprake is van zwaar lichamelijk letsel zijn de ernst, de noodzaak en aard van (eventueel) medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel gezichtspunten die van belang zijn.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van de geneeskundige verklaring in het dossier kan vastgesteld worden dat het slachtoffer letsel aan het ongeluk had overgehouden, waaronder een longcontusie, een breuk in het sleutelbeen en een gekneusde enkel. Het dossier bevat naast de geneeskundige verklaring echter geen nadere objectieve medische gegevens over het letsel van het slachtoffer. Wel volgt uit het dossier dat het slachtoffer bij de politie heeft verklaard dat de duur van de genezing werd geschat op zes weken en in de schriftelijke slachtofferverklaring staat dat hij zes weken niet heeft kunnen werken en enkele maanden niet heeft kunnen sporten. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het letsel van het slachtoffer niet gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel, maar dat het slachtoffer ten gevolge van het ongeval zodanig letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de normale uitoefening van de bezigheden is ontstaan. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het tenlastegelegde zwaar lichamelijk letsel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie bewezenverklaring feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte artikel 6 WVW heeft overtreden, dat hij ernstige schuld heeft aan het ontstaan van het verkeersongeval en dat het slachtoffer door zijn verkeersovertredingen tijdelijke ziekte of verhindering heeft opgelopen in de normale uitoefening van zijn bezigheden. Nu het primaire bewezen wordt verklaard, komt de rechtbank niet toe aan beoordeling van het subsidiaire (artikel 5 WVW). </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewezenverklaring feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Hierboven is reeds vastgesteld dat verdachte de auto bestuurde zonder ooit een rijbewijs te hebben gehad. Verdachte heeft zich hiermee tevens schuldig gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">op 8 februari 2024, te Hoogland, gemeente Amersfoort, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de [straat 2] ( [locatie] ) en de kruising van de [straat 2] ( [locatie] ) met de [straat 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van dat</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd verkeerslicht dat</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">rood licht uitstraalde en </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (vervolgens) voornoemde kruising op te rijden en/of over te steken en</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- zich er (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate, van te vergewissen dat</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">voornoemde kruising vrij was van verkeer en</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (daarbij) geen voorrang te verlenen aan een voor zijn verdachte, van links</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">komende fietser, terwijl het verkeerslicht voor de bestuurder van voornoemde fiets</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">op dat moment groen licht uitstraalde en</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (vervolgens) niet tijdig en voldoende af te remmen en niet tijdig en voldoende uit te wijken voor voornoemde fietser en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- (vervolgens) in botsing te komen met voornoemde fietser,</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zodanig lichamelijk letsel werd</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">normale bezigheden is ontstaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">op 8 februari 2024, te Hoogland, gemeente Amersfoort, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [straat 2] ( [locatie] ) en de kruising van de [straat 2] ( [locatie] ) met de [straat 1] , zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1, primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
      </parablock>
      <para>- een taakstraf van 160 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar ten aanzien van feit 1;</para>
      <para>- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één (1) jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaar ten aanzien van feit 1;</para>
      <para>- een geldboete van € 500,- ten aanzien van de overtreding onder feit 2.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan een verkeersongeval door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden. Hoewel verdachte niet in het bezit was van een rijbewijs en dus geen voertuig mocht besturen, is hij toch de auto ingestapt. Daarmee heeft hij zichzelf, de inzittenden in zijn auto en de overige verkeersdeelnemers blootgesteld aan een groot risico. Voor de inzittenden in zijn auto geldt daarbij nog dat verdachte hen niet had verteld dat hij geen rijbewijs had en zij dus met een verkeerde voorstelling van zaken bij hem in de auto zijn gestapt. Vervolgens reed verdachte een kruispunt op terwijl het verkeerslicht voor hem op rood stond en heeft daarna het slachtoffer, dat groen licht had en met zijn fiets de kruising overstak, geen voorrang verleend. Hierdoor is verdachte in botsing gekomen met het slachtoffer. Het slachtoffer heeft door de aanrijding lichamelijk letsel opgelopen en kon tijdelijk niet werken of sporten. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring in het dossier blijkt dat het ongeval een grote impact heeft gehad op het slachtoffer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft verdachte zeer onverantwoord gedrag vertoond en de verkeersveiligheid op onacceptabele wijze in gevaar gebracht. De rechtbank benadrukt daarbij dat gezien de ernst van de overtredingen alle betrokkenen van geluk mogen spreken dat het niet (nog) erger is afgelopen. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank rekent het de verdachte ook aan dat hij geen verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn handelen. Hoewel hij na het ongeval de nek van het slachtoffer heeft gestabiliseerd en zich op dat moment in ieder geval om het slachtoffer heeft bekommerd, heeft hij daarna geen contact gezocht met het slachtoffer of geprobeerd om contact op te nemen. Evenmin is verdachte ter terechtzitting verschenen om zijn kant van het verhaal te doen en inzicht te geven in zijn beweegredenen. De rechtbank betwijfelt dan ook of de verdachte zich volledig bewust is van de ernst van zijn verkeersgedragingen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft gekeken naar een uittreksel justitiële documentatie (‘het strafblad’) betreffende verdachte van 23 augustus 2024. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. Ook staan er geen onherroepelijke of openstaande verkeersovertredingen op het strafblad van verdachte. Het strafblad van verdachte weegt dus niet in strafverminderende of strafvermeerderende zin mee.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf en maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan, vormt de bewezenverklaring het uitgangspunt. De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf voor de overtreding van artikel 6 WVW (feit 1) gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het LOVS hanteert voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ‘ernstige schuld’ en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen dat tijdelijke verhindering heeft veroorzaakt, als uitgangspunt een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Doordat verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, heeft hij niet alleen geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, maar heeft de rechtbank ook slechts een beperkt inzicht gekregen in zijn persoonlijke omstandigheden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van de uitgangspunten af te wijken en/of de straf of maatregel (deels) voorwaardelijk op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank voor feit 1 een taakstraf van 120 uren, in combinatie met een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van zes maanden, passend en geboden. Nuverdachte geen rijbewijs bezit, houdt deze ontzegging in dat hij gedurende deze periode geen rijlessen mag volgen of rijexamen mag afleggen. </para>
        <para>De rechtbank komt hiermee tot een lichtere straf voor feit 1 dan de officier van justitie heeft geëist, omdat zij weliswaar dezelfde mate van schuld bewezen acht, maar van oordeel is dat in dit geval geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat feit 2 een overtreding betreft, zal voor dit feit een afzonderlijke straf worden opgelegd.</para>
        <para>De rechtbank merkt op dat er geen vaste oriëntatiepunten bestaan voor het rijden zonder rijbewijs. Daarom heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Tevens weegt de rechtbank mee dat zij bij de beoordeling van feit 1 de omstandigheid dat de verdachte niet in het bezit is van een rijbewijs al heeft betrokken bij de gradatie van schuld, en dus bij de hoogte van de op te leggen straf. Om deze redenen komt de rechtbank ook voor feit 2 tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank acht voor de overtreding van artikel 107 WVW een geldboete ter hoogte van € 350,- passend en geboden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>9, 22c, 22d, 62 van het Wetboek van Strafrecht en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>6, 107, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1, primair en onder 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf en maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte voor het onder feit 1 bewezen verklaarde tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">120 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis; </para>
    <para>- <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> verdachte ter zake van het onder feit 1 bewezen verklaarde <emphasis role="bold">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte voor het onder feit 2 bewezen verklaarde tot een <emphasis role="bold">geldboete van € 350,-,</emphasis> bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 7 dagen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. L.C. Michon en mr. J.B. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">mr. G.S.M. van Duinkerken is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>1<?linebreak?>hij, op of omstreeks 8 februari 2024, te Hoogland, gemeente Amersfoort, althans in<?linebreak?>Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig<?linebreak?>(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de [straat 2] ( [locatie] ) en/of<?linebreak?>de kruising van de [straat 2] ( [locatie] ) met de [straat 1] , zich zodanig heeft<?linebreak?>gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden<?linebreak?>door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of<?linebreak?>onoplettend,<?linebreak?>- terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van dat<?linebreak?>motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs en/of<?linebreak?>- niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd verkeerslicht dat<?linebreak?>rood licht uitstraalde en/of<?linebreak?>- (vervolgens) voornoemde kruising op te rijden en/of over te steken en/of<?linebreak?>- zich er (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate, van te vergewissen dat<?linebreak?>voornoemde kruising vrij was van verkeer en/of<?linebreak?>- (daarbij) geen voorrang te verlenen aan een voor zijn verdachte, van links<?linebreak?>komende fietser, terwijl het verkeerslicht voor de bestuurder van voornoemde fiets<?linebreak?>op dat moment groen licht uitstraalde en/of<?linebreak?>- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet,<?linebreak?>althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde fietser en/of<?linebreak?>- (vervolgens) in botsing te komen met voornoemde fietser,<?linebreak?>waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten<?linebreak?>een longcontusie en/of een breuk in het sleutelbeen en/of een of meerdere<?linebreak?>ribfractu(u)r(en) en/of een gekneusde enkel, of zodanig lichamelijk letsel werd<?linebreak?>toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de<?linebreak?>normale bezigheden is ontstaan;<?linebreak?></para>
    <para>( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 8 februari 2024, te Hoogland, gemeente Amersfoort, althans in<?linebreak?>Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op<?linebreak?>de weg, de [straat 2] ( [locatie] ) en/of de kruising van de [straat 2]<?linebreak?>( [locatie] ) met de [straat 1] ,<?linebreak?>- terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van dat<?linebreak?>motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs en/of<?linebreak?>- niet is gestopt voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd verkeerslicht dat<?linebreak?>rood licht uitstraalde en/of<?linebreak?>- (vervolgens) voornoemde kruising is opgereden en/of overgestoken en/of<?linebreak?>- zich er (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate, van heeft vergewist dat<?linebreak?>voornoemde kruising vrij was van verkeer en/of<?linebreak?>- (daarbij) geen voorrang heeft verleend aan een voor zijn verdachte, van links<?linebreak?>komende fietser, terwijl het verkeerslicht voor de bestuurder van voornoemde fiets<?linebreak?>op dat moment groen licht uitstraalde en/of<?linebreak?>- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende heeft afgeremd en/of niet,<?linebreak?>althans niet tijdig en/of voldoende is uitgeweken voor voornoemde fietser en/of<?linebreak?>- (vervolgens) in botsing is gekomen met voornoemde fietser,<?linebreak?>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,<?linebreak?>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,<?linebreak?>althans kon worden gehinderd;<?linebreak?></para>
      <para>( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij, op of omstreeks 8 februari 2024, te Hoogland, gemeente Amersfoort, althans in<?linebreak?>Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de<?linebreak?>weg, de [straat 2] ( [locatie] ) en/of de kruising van de [straat 2] ( [locatie] )<?linebreak?>met de [straat 1] , zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als<?linebreak?>bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was<?linebreak?>afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;<?linebreak?></para>
    <para>( art 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2a23f140-80f2-4c8a-aff1-2c031b64bd63" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 21 mei 2024, genummerd PL0900-2024042134, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitale pagina’s 1 tot en met 60. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Alle opgenomen bewijsmiddelen zijn zakelijk weergegeven.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60c2498f-871f-40f6-9c62-5b7000b4d061" label="2">
    <para> Pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7129285c-1824-43e6-ac4c-0bb2293b8649" label="3">
    <para> Pagina 7-8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_719015fb-dfec-4dbe-aa82-81ff8626d5c4" label="4">
    <para> Pagina 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43951820-9e1f-48b3-a93f-7fbb7e291799" label="5">
    <para> Pagina 26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26cc7a40-d168-4f94-9561-69f1326ab7e4" label="6">
    <para> Pagina 31.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf2d2ed4-cc44-411c-9200-c0f13d72230b" label="7">
    <para> Pagina 46-47.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68ba5ce6-601c-41cd-a5b6-12c8f7c3b744" label="8">
    <para> Pagina 52.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c3f1182-233d-47cf-ac7d-8edda319b1e2" label="9">
    <para> Pagina 56.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba366f89-ed82-43c6-8656-9dfece3be752" label="10">
    <para> Pagina 44.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0d6d32b-801a-4ebc-9f1c-5fedc51bfe32" label="11">
    <para> Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van 8 mei 2024, pagina 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9f782e5-b7b9-40ce-ac0b-31c08c78a287" label="12">
    <para> Pagina 49.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>