<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-28T10:08:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/574189</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7689">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-28T10:07:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7689 Rechtbank Midden-Nederland , 18-12-2024 / C/16/574189</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7689:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Bewijsopdracht dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan eiseres in opdracht en voor rekening van gedaagde advies- en bemiddelingswerkzaamheden zou uitvoeren tegen betaling van een vaste fee.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7689:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak met zaaknummer: C/16/574189 / HL ZA 24-112 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>eiseres, hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>advocaat: mr. D.M. Schouten-Hennen (Acris Legal),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H. Hulshof (Hulshof Advocatuur).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 10 april 2024 met 14 producties;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord met 6 producties;</para>
      <para>- de akte indiening aanvullende productie met productie 15 van [eiseres] ;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 5 november 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling op 5 november 2024 waren namens [eiseres] de heer [A] en de heer [B] , middellijk bestuurders, aanwezig. Zij werden namens mr. Schouten-Hennen bijgestaan door mr. W.M. Bond-Stroek. Namens [gedaagde] was de heer [C] , bestuurder (hierna: [C] ), aanwezig. Hij werd bijgestaan door mr. Hulshof. Mr. Bond-Stroek heeft tijdens de mondelinge behandeling een pleitnota ingediend en voorgedragen. Deze pleitnota is toegevoegd aan het dossier. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] eist dat [gedaagde] een factuur voor een (bemiddelings)fee van € 90.750,- inclusief btw met rente en kosten aan haar betaalt. Volgens [eiseres] hebben partijen mondeling een overeenkomst gesloten en hebben ze daarbij de gevorderde fee afgesproken. [gedaagde] betwist de stellingen van [eiseres] en vindt dat zij niets aan [eiseres] hoeft te betalen. De rechtbank beslist in dit vonnis nog niet wie er gelijk krijgt. [eiseres] mag eerst bewijs van haar stellingen leveren. Daarom wijst de rechtbank dit tussenvonnis met een bewijsopdracht voor [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De achtergrond van de zaak: het zonneparkproject in Zeewolde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [C] had in privé (landbouw)grond in de gemeente Zeewolde in eigendom en wilde op die grond een zonnepark realiseren. Hiervoor is hij in 2019 een samenwerking aangegaan met Eneco. In 2020 is de heer [D] (hierna: [D] ) ook betrokken geraakt bij het project. In februari 2022 is [gedaagde] (een financiële holding) opgericht, waarvan [C] enig aandeelhouder en bestuurder is. Enige tijd later hebben [gedaagde] , [D] en Eneco een aandeelhoudersovereenkomst gesloten en is de projectvennootschap Zonnebloesempark [vestigingsplaats 2] B.V. (hierna: de projectvennootschap) opgericht. Uiteindelijk hebben [gedaagde] en Eneco een geschil gekregen. Dat geschil heeft geleid tot een gerechtelijke procedure, die is beëindigd door een vaststellingsovereenkomst. Op basis van die vaststellingsovereenkomst hebben [gedaagde] en [D] de aandelen van Eneco in de projectvennootschap overgenomen. Na de afwikkeling van het geschil met Eneco wilden [gedaagde] en [D] het zonneparkproject verkopen. Er is toen contact geweest tussen [gedaagde] en [eiseres] . </para>
        <para>Uiteindelijk – na verschillende biedingen van verschillende partijen, waaronder biedingen via [eiseres] – heeft Vattenfall het project van [gedaagde] en [D] gekocht. [eiseres] was niet bij de bieding van Vattenfall betrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para> stelt dat [gedaagde] haar in oktober 2022 heeft benaderd voor advies over het geschil met Eneco. Daarnaast stelt [eiseres] dat [gedaagde] haar tijdens een gesprek op 19 april 2023 – nadat het geschil met Eneco was afgewikkeld – mondeling opdracht heeft gegeven om op zoek te gaan naar een energiemaatschappij die de aandelen van [gedaagde] in de projectvennootschap wilde kopen. Als [eiseres] een potentiële koper zou vinden, zou zij ook bemiddelen bij de totstandkoming van de koopovereenkomst. Verder zou [eiseres] [gedaagde] in het algemeen advies en begeleiding geven bij de verkoop van het project. Volgens [eiseres] hebben partijen tijdens het gesprek een vergoeding afgesproken: [gedaagde] zou een vaste fee van € 75.000,- exclusief btw aan [eiseres] betalen en die fee zou worden verhoogd naar € 150.000,- exclusief btw als de koper van de aandelen door [eiseres] was aangedragen (wat uiteindelijk niet het geval was). Volgens [eiseres] was de vaste fee van € 75.000,- exclusief btw ook bedoeld ter compensatie van de advieswerkzaamheden die zij in het kader van het geschil met Eneco al in opdracht van [gedaagde] had verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] eist in deze procedure dat [gedaagde] de afspraak over de vaste fee nakomt. Dat partijen daadwerkelijk een overeenkomst hebben gesloten en dat de vaste fee daarvan onderdeel uitmaakt, blijkt volgens [eiseres] uit emails en een (door [gedaagde] nietondertekende) opdrachtbevestiging die zij heeft overgelegd. Het bestaan van de overeenkomst kan volgens [eiseres] ook worden afgeleid uit het feit dat zij allerlei informatie over en documentatie van het project van [gedaagde] heeft ontvangen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van [gedaagde]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para> betwist dat zij [eiseres] opdracht heeft gegeven om advies- of bemiddelingswerkzaamheden voor haar uit te voeren. Volgens [gedaagde] heeft [C] op enig moment in privé contact opgenomen met [eiseres] vanwege de mogelijke realisatie van een zonnepark in Denemarken en heeft [eiseres] tijdens dat contact interesse getoond in het zonneparkproject in [vestigingsplaats 2] . Om [eiseres] in de gelegenheid te stellen een passend bod uit te brengen, heeft [gedaagde] [eiseres] de nodige informatie over het project in [vestigingsplaats 2] verstrekt. Die informatievoorziening kwam volgens [gedaagde] niet voort uit een overeenkomst. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] met de informatie alleen op eigen initiatief biedingen van potentiële kopers aangedragen. De door [eiseres] verzonden opdrachtbevestiging maakt dat volgens [gedaagde] niet anders, omdat [gedaagde] die nooit heeft ondertekend. Om haar standpunt te motiveren, voert [gedaagde] aan dat zij al andere bedrijven had ingeschakeld voor advies en begeleiding en voor de verkoop van het project. Volgens [gedaagde] had zij de diensten van [eiseres] dus niet nodig. Verder voert [gedaagde] aan dat [eiseres] volgens de algemene voorwaarden op haar website alleen schriftelijk overeenkomsten aangaat en dat [D] niet bij de door [eiseres] gestelde overeenkomst is betrokken. Volgens [gedaagde] wijzen deze omstandigheden erop dat van een overeenkomst met [eiseres] geen sprake is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist verder – voor het geval de door [eiseres] gestelde overeenkomst komt vast te staan – dat partijen een vaste vergoeding hebben afgesproken. Volgens [gedaagde] kan [eiseres] ook geen aanspraak maken op een vergoeding van het op de gebruikelijke wijze berekende loon of een redelijk loon (artikel 7:405 lid 2 BW). Daarvoor heeft [eiseres] volgens [gedaagde] onvoldoende onderbouwd welke werkzaamheden zij heeft verricht, hoeveel uur zij aan die werkzaamheden heeft besteed en welk (uur)tarief voor die werkzaamheden zou moeten gelden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Juridisch kader: totstandkoming van overeenkomsten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden. In beginsel geldt ook geen vormvereiste (bijvoorbeeld een schriftelijkheidsvereiste). Of sprake is van wilsovereenstemming, hangt af van wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid. Daarbij speelt mee welke betekenis partijen in de gegeven omstandigheden aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen (artikel 3:35 BW). Omdat [eiseres] zich op een afspraak uit een overeenkomst beroept, zal zij moeten stellen en zo nodig moeten bewijzen dat de overeenkomst daadwerkelijk is gesloten en dat de afspraak over de vaste fee ook onderdeel van de overeenkomst is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Juridisch kader: artikel 7:405 BW</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Als vast staat dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten en daarbij geen vergoeding hebben afgesproken, geldt artikel 7:405 lid 1 BW. Volgens deze bepaling is [gedaagde] [eiseres] loon verschuldigd. Lid 2 van artikel 7:405 BW bepaalt hoe dat loon moet worden berekend. [gedaagde] moet voor de werkzaamheden het op de gebruikelijke wijze berekende loon of, bij gebreke daarvan, een redelijk loon aan [eiseres] betalen. Wat in het betreffende geval redelijk is, hangt onder meer af van de omvang van de verrichte werkzaamheden. [eiseres] draagt de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat het door haar gevorderde loon van € 90.750,- inclusief btw op de gebruikelijke wijze is berekend, dan wel redelijk is. Zij zal daarvoor in ieder geval moeten bewijzen welke werkzaamheden zij voor [gedaagde] heeft verricht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsopdracht voor [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de stellingen van [eiseres] gemotiveerd betwist. Het ligt daarom op de weg van [eiseres] om te bewijzen dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan zij advies- en bemiddelingswerkzaamheden voor [gedaagde] zou uitvoeren en [gedaagde] in ruil hiervoor een vaste fee van € 75.000,- exclusief btw zou betalen. [eiseres] heeft daartoe een (gespecificeerd) bewijsaanbod gedaan. De rechtbank zal [eiseres] daarom een bewijsopdracht geven. Vanuit het oogpunt van een efficiënte procesvoering en de proceseconomie zal de rechtbank [eiseres] ook direct opdragen om te bewijzen welke werkzaamheden zij heeft verricht en dat het door haar gevorderde loon van € 90.750,- inclusief btw op de gebruikelijke wijze is berekend, dan wel redelijk is. De volledige bewijsopdracht staat vermeld onder 4.1 in de beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>draagt [eiseres] op te bewijzen:</para>
        <para>I. dat [gedaagde] haar opdracht heeft gegeven om advies te geven over het geschil tussen [gedaagde] en Eneco;</para>
        <para>II. dat [gedaagde] haar opdracht heeft gegeven om op zoek te gaan naar een energiemaatschappij die de aandelen van [gedaagde] in de projectvennootschap wilde kopen, om te bemiddelen bij de totstandkoming van een koopovereenkomst met een door [eiseres] aangedragen potentiële koper en om [gedaagde] in het algemeen advies en begeleiding te geven bij de verkoop van het project;</para>
        <para>III. dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] [eiseres] een vaste fee van € 75.000,- exclusief btw voor de onder I en II genoemde werkzaamheden zou betalen;</para>
        <para>IV. welke advies- en bemiddelingswerkzaamheden zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] heeft verricht;</para>
        <para>V. dat de gevorderde vergoeding van € 90.750 inclusief btw op de gebruikelijke wijze is berekend, dan wel redelijk is voor de door [eiseres] verrichte werkzaamheden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 8 januari 2025</emphasis> zodat [eiseres] zich bij akte kan uitlaten over of, en zo ja op welke wijze zij het bewijs wil leveren; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [eiseres] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [eiseres] het bewijs wil leveren door het horen van getuigen, zij op de rol van 8 januari 2025:</para>
      <para>- de namen en woonplaatsen van de getuigen moet opgeven;</para>
      <para>- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun advocaten en de getuigen in de maanden januari tot en met april 2025 verhinderd zijn. Partijen moeten bij die opgave ten minste vijftien dagdelen vrijlaten waarop het getuigenverhoor zou kunnen plaatsvinden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>bepaalt dat:</para>
      <para>- voor het opgeven van verhinderdata geen uitstel zal worden verleend;</para>
      <para>- als een partij geen gebruik maakt van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven de rechtbank een datum zal bepalen waarvan dan in beginsel geen wijziging meer mogelijk is;</para>
      <para>- het getuigenverhoor zal kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, als bij de opgave minder dan vijftien dagdelen zijn vrijgelaten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>bepaalt dat de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>