<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7605</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-14T09:04:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">573619</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7605">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7605</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-14T09:03:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7605 Rechtbank Midden-Nederland , 04-12-2024 / 573619</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7605:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetwiste vordering tot terugbetaling geldlening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7605:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/573619 / HA ZA 24-200</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 4 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaten: mr. J.A. Olydam &amp; mr. Y. Pletting,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaten: mr. K. Bozia &amp; mr. P. Haricharan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 27 maart 2024, met producties 1 tot en met 20;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 19 september 2024 van [gedaagde] , met productie 7;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 26 september 2024 van [eiser] , met producties 21 tot en met 24;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 27 september 2024 van [gedaagde] , met productie 8;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 30 september 2024 van [eiser] met producties 25 tot en met 27;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 7 oktober 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van [eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 23 oktober 2024 van [eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 23 oktober 2024 van [gedaagde] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden uitgesproken.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft een lening van € 28.800,00 verstrekt aan [gedaagde] , maar [gedaagde] heeft deze niet volledig terugbetaald. [eiser] vordert daarom betaling van € 26.900,00, vermeerderd met rente en kosten. Hierop heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen verzocht om aanhouding van de zaak, wat de rechtbank heeft toegestaan. Hierna hebben beide partijen in de brieven van 23 oktober 2024 gevraagd om vonnis. Daarnaast heeft [eiser] zijn eis gewijzigd en [gedaagde] haar oorspronkelijk verweer ingetrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vorderingen van [eiser] komen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor en zullen daarom worden toegewezen als volgt onder de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Hoewel [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld, zal zij niet worden veroordeeld in de proceskosten. [eiser] heeft namelijk in zijn eiswijziging uitdrukkelijk vermeld geen proceskostenveroordeling meer te verlangen. De proceskosten zullen daarom tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zoals [eiser] heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 26.900,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 juni 2018, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.044,00 aan buitengerechtelijke kosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2024.<?linebreak?>5315</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>