<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-06T14:19:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/4023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-06T14:19:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7569 Rechtbank Midden-Nederland , 04-03-2024 / UTR 23/4023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wmo, afwijzing individuele begeleiding. Verweerder heeft de aanvraag mogen afwijzen omdat er sprake is van een voorliggende voorziening vanuit de Zvw.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 23/4023</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [plaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. Chahid).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 31 januari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder – onder meer – geweigerd eiser een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) toe te kennen voor individuele begeleiding van 4 uur per week voor persoonlijke hygiëne en medicatie, omdat er volgens verweerder sprake is van een voorliggende voorziening<footnote-ref linkend="_3dd406f4-61b0-4e16-a6b5-0ac4d8d12bfd" /> vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 5 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser is het hier niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2024. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld door zijn echtgenote [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser voert in beroep aan dat hij geen indicatie vanuit de Zvw kan krijgen voor de persoonlijke hygiëne en de medicatie. Daarbij wijst eiser op de brieven van zijn zorgverzekeraar Menzis van 21 juni 2021, 6 juli 2021 en 18 november 2021. Daaruit volgt dat het aangevraagde persoonsgebonden budget (Pgb) van eiser voor begeleiding bij de persoonlijke hygiëne en medicatie door Menzis is afgewezen. Kennelijk was dit verweerder ook niet duidelijk, aangezien verweerder in het bestreden besluit vermeldt dat hij heeft gevraagd naar het besluit van Menzis. Van een voorliggende voorziening is volgens eiser dan geen sprake. Verweerder heeft de maatwerkvoorziening op grond van de Wmo dan ten onrechte afgewezen. </para>
    <para />
    <para>2. Het betoog van eiser slaagt niet, om de volgende redenen. </para>
    <para />
    <para>3. Vaststaat dat eiser ondersteuning nodig heeft bij persoonlijke hygiëne en medicatie. Ook staat vast dat deze begeleiding valt onder het recht op verpleging en verzorging op grond van de Zvw<footnote-ref linkend="_d8963ac2-d9db-481e-8008-32b55dda3630" />. Zorg op grond van de Zwv kan verzilverd worden via een Pgb of via Zorg in Natura (ZIN)<footnote-ref linkend="_dd76d2a3-b816-445b-8776-5867b78c3c88" />. </para>
    <para />
    <para>4. Uit de door eiser genoemde brief van Menzis van 6 juli 2021 volgt dat het aangevraagde Pgb is afgewezen, omdat het zorgplan niet voldoet aan de voorwaarden, eiser geen ergotherapeut heeft ingeschakeld, eiser de vervanging en continuïteit van zijn zorgverlener niet kan waarborgen en omdat eiser niet in staat is regie te voeren over zijn Pgb. Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiser geen aanspraak maakt op zorg vanuit de Zvw. Integendeel, in de brief van 6 juli 2021 verwijst Menzis eiser voor ZIN naar thuiszorgorganisaties die wijkverpleegkundige hulp bieden. De brieven van Menzis van 21 juni 2021 en 18 november 2021 werpen geen ander licht hierop. </para>
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder uit de brieven van Menzis kunnen concluderen dat eiser aanspraak maakt op zorg vanuit de Zvw (via ZIN) en dat er daarmee sprake is van een voorliggende voorziening vanuit de Zvw. Dat de aanspraak vanuit de Zvw voor eiser ontoereikend is, is niet gesteld of gebleken. </para>
      <para>Verweerder heeft de aanvraag om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo dan op goede gronden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij vasthoudt aan zijn wens om ondersteuning vanuit een Pgb zodat hij zijn zorgverlener vanuit Nieuwegein kan behouden. Dat is invoelbaar, maar de consequenties van deze keuze komen voor rekening en risico van eiser. De wens om een Pgb kan, na afwijzing hiervan door Menzis, niet leiden tot een aanspraak op een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3dd406f4-61b0-4e16-a6b5-0ac4d8d12bfd" label="1">
    <para> Artikel 2.3.2, vierde lid, aanhef en onder f, juncto artikel 2.3.5, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8963ac2-d9db-481e-8008-32b55dda3630" label="2">
    <para> Artikel 10, aanhef en onder e en f, van de Zvw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd76d2a3-b816-445b-8776-5867b78c3c88" label="3">
    <para> Artikel 11, eerste lid, van de Zvw</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>