<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:7539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-19T14:44:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-173362-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7539">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-19T14:44:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7539 Rechtbank Midden-Nederland , 31-12-2024 / 16-173362-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7539:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. De rechtbank verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:7539:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-173362-21 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE EN DE INHOUD VAN DE VORDERING</title>
    <para>Veroordeelde is op 3 november 2023 door de meervoudige kamer van deze rechtbank veroordeeld voor twee Opiumwet-feiten en een diefstal tot de in die uitspraak vermelde straf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 20 september 2023 schriftelijk de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. De schriftelijke vordering strekt ertoe dat de rechtbank het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 3.032.222,77 en aan veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 20 oktober 2023 is afgesproken dat het Openbaar Ministerie en de verdediging met elkaar in gesprek gaan over het maken van procesafspraken. Ter terechtzitting van 3 mei 2024 bleek dat er op hoofdlijnen een schikking is bereikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorafgaand aan deze zitting heeft de officier van justitie aan de rechtbank laten weten dat inmiddels een ontnemingsschikking (als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering) met veroordeelde is getroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 juli 2024 heeft de officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman een formeel aanbod tot een schikking ex artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering aan veroordeelde gedaan. Dit voorstel hield onder meer in dat veroordeelde een bedrag van € 500.000 aan de Staat zou betalen, welke betaling zou plaatsvinden doordat veroordeelde aan de Staat zou overdragen een aantal in het voorstel opgesomde en reeds in beslag genomen roerende en onroerende zaken, alsmede een deel van zijn banksaldo en het banksaldo van een op naam van zijn echtgenote staande bankrekening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft op 22 augustus 2024 het schikkingsaanbod ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 17 december 2024 is gebleken dat veroordeelde voldaan heeft aan zijn verplichtingen onder de schikkingsovereenkomst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde en zijn raadsman zijn – met voorafgaande kennisgeving van hun afwezigheid – ter zitting van 17 december 2024 niet verschenen. De officier van justitie mr. F. Rethmeier is op die datum gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VORDERING</title>
    <para>De officier van justitie vordert de vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd. Veroordeelde heeft namelijk voldaan aan de voorwaarden van de hem aangeboden schikking.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET OORDEEL VAN DE RECHTBANK</title>
    <para>De rechtbank constateert dat is voldaan aan de voorwaarden voor vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd, te weten:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld wegens strafbare feiten,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er is sprake van een aanhangige ontnemingsvordering,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er is een schikkingsovereenkomst, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde heeft aan de voorwaarden van de schikkingsovereenkomst voldaan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal overeenkomstig het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van</para>
      <para>6 september 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:7248) beslissen en verstaan dat de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, mrs. J.E.S. Dolmans en T.M. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends als griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank van 31 december 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>