<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:6906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T13:32:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/585770 / KG ZA 24-634</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/563</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0031</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0031</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2025/116</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-18T10:55:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6906 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2024 / C/16/585770 / KG ZA 24-634</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling uitspraak. Artikel 8 EVRM. Tot dit recht behoort het recht van eisende partij om afscheid te nemen van haar overleden zus. Dat gedaagde partij weigert om eisende partij afscheid te laten nemen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig. De vordering van eisende partij wordt toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/585770 / KG ZA 24-634</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 17 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>procederend met een toevoeging onder nummer [nummer] , </para>
      <para>advocaat: mr. D. Nan (vervangster van mr. [.] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>verschenen in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 16 december 2024 met producties 1 tot en met 6 van [eiseres] ; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 17 december 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling was [eiseres] in persoon aanwezig, samen met haar broer en dochter en bijgestaan door mr. D. Nan. [gedaagde] was ook in persoon aanwezig, samen met twee zonen. De kantonrechter heeft vragen gesteld en partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Partijen hebben ook op elkaar kunnen reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op [overlijdensdatum] 2024 is [A] overleden. Zij was de zus van [eiseres] en de vrouw van [gedaagde] . Het afscheidsmoment is gepland op dinsdagavond 17 december 2024 en de uitvaart is gepland op woensdag 18 december 2024. [gedaagde] heeft aan [eiseres] meegedeeld dat hij haar geen toestemming geeft voor het nemen van afscheid van haar zus. [eiseres] is deze procedure gestart. Zij vindt het in strijd met artikel 8 EVRM dat zij geen afscheid mag nemen van haar zus. [gedaagde] is het met deze vordering niet eens. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen aan het realiseren van een door [eiseres] te nemen afscheid op dinsdag 17 december 2024 vóór 18:00 uur of na 19:45 uur van haar (op [overlijdensdatum] 2024 overleden) zus, [A] , die thans verblijft in het uitvaartcentrum [uitvaartcentrum] , [adres] te [plaats] , en verleent, voor zover nodig, vervangende toestemming aan [eiseres] , zodat [eiseres] bij uitvaartcentrum [uitvaartcentrum] te [plaats] toegelaten wordt voor het nemen van afscheid van haar (op [overlijdensdatum] 2024 overleden) zus [A] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter geeft de volgende motivering. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spoedeisendheid </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Daarom moet worden beoordeeld of [eiseres] een spoedeisend belang heeft. Dat is hier het geval en dat staat tussen partijen ook niet ter discussie. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het beroep op family life uit artikel 8 EVRM slaagt </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] is om [gedaagde] te veroordelen tot het verlenen van medewerking, althans om vervangende toestemming te verlenen, zodat [eiseres] afscheid kan nemen van haar zus in het uitvaartcentrum. [eiseres] doet daarbij een beroep op family life uit artikel 8 EVRM. Volgens [eiseres] is het onrechtmatig van [gedaagde] om haar een afscheid te ontnemen. [gedaagde] verweert zich en voert aan dat hij de wens van zijn overleden vrouw eert door [eiseres] geen toestemming te geven voor het nemen van afscheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De stelling van [gedaagde] dat hij de wens van zijn overleden vrouw eert, is niet komen vast te staan. Nergens blijkt uit dat het de wens van de overledene was om [eiseres] geen toestemming te geven voor het nemen van afscheid. Dat heeft [gedaagde] niet onderbouwd. De wens van de overledene had (door of voor haar) op papier gezet kunnen worden als het van belang was geweest. Dat is niet gebeurd. Dat de overledene tijdens haar leven zou hebben opgemerkt dat zij bepaalde personen (waaronder [eiseres] ) niet meer hoefde te zien, betwist [eiseres] . En zelfs als de overledene dergelijke opmerkingen heeft gemaakt, betekent dat niet automatisch dat de wens van de overledene was om haar zus te weren voor een afscheid na haar overlijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Vervolgens bepaalt artikel 8 lid 1 EVRM (het Europees verdrag voor de rechten van de mens) dat een ieder recht heeft op respect voor haar privéleven, haar familie- en gezinsleven, haar woning en haar correspondentie. Tot dit recht behoort het recht van [eiseres] om in het uitvaartcentrum op een waardige manier afscheid te kunnen nemen van haar overleden zus en haar aldus de laatste eer te bewijzen. Er zijn meerdere uitspraken van het Europees Hof voor de rechten van de mens waarin is overwogen dat dit behoort tot het recht dat iemand heeft. De weigering van [gedaagde] om in te stemmen met het nemen van afscheid door [eiseres] , waardoor hij verhindert dat [eiseres] voornoemd recht kan uitoefenen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in strijd met hetgeen volgens ongeschreven regels in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daarmee handelt [gedaagde] tegenover [eiseres] onrechtmatig. De door [gedaagde] gestelde feiten over de reden van de weigering zijn weersproken door [eiseres] . Wat daar verder ook van zij, die discussie tussen partijen vormt hoe dan ook geen rechtvaardiging voor de weigering van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat de vordering van [eiseres] bescheiden is ingesteld. Zij vraagt niet om bij de uitvaart op 18 december 2024 aanwezig te mogen zijn en ook niet om aanwezig te mogen zijn bij de vastgestelde uren van het afscheidsmoment op dinsdagavond 17 december 2024. Zij vraagt enkel om een moment bij het uitvaartcentrum om afscheid te kunnen nemen van de overledene. [eiseres] heeft haar vordering verder toegelicht en gesteld dat het gaat om de wens om afscheid te nemen van de overledene in het bijzijn van haar dochter en broers. Dat is niet als zodanig gevorderd. Maar hetgeen de voorzieningenrechter hiervoor heeft overwogen over het recht op family life, geldt net zo goed voor haar dochter en haar broers. Ook zij hebben recht op family life. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Op basis van het voorgaande komt de voorzieningenrechter daarom tot de conclusie dat de vorderingen van [eiseres] toewijsbaar zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. A.R. Creutzberg, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 december 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier, 						de voorzieningenrechter, </para>
        <para>mr. J.C.F. Vissers					mr. A.R. Creutzberg</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>