<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:6832</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-13T09:51:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/3292</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6832">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6832</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-13T09:48:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6832 Rechtbank Midden-Nederland , 10-12-2024 / UTR 24/3292</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6832:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Horeca-exploitatievergunning voor sportkantine en overdekt terras bij padelclub. De rechtbank is van oordeel dat eiseres daarbij geen belanghebbende is. Gelet op de afstand en de kenmerken van het gebied, vindt de rechtbank dat de gevolgen van deze vergunning dermate gering zijn dat ze niet kunnen worden aangemerkt als gevolgen van enige betekenis. Bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6832:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/3292</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de burgemeester van de gemeente Amersfoort, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. B.J. Eising).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting<?linebreak?></title>
    <para>De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen de beslissing van 15 februari 2024 op 10 december 2024 behandeld op zitting. Met deze beslissing is het bezwaar van eiseres tegen de horeca-exploitatievergunning die aan [A] is verleend, niet-ontvankelijk verklaard. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiseres, haar echtgenoot en de gemachtigde van verweerder. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van zitting heeft de rechtbank een mondelinge uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Motivering </title>
    <para />
    <para>1. De zaak gaat over de vraag of de burgemeester het bezwaar van eiseres tegen deze horeca-exploitatievergunning terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiseres niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. </para>
    <para />
    <para>2. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.<footnote-ref linkend="_22a412c8-0200-4169-944c-38ec91caa129" /> Volgens vaste rechtspraak is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium “gevolgen van enige betekenis” is in de rechtspraak aangenomen als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt.<footnote-ref linkend="_cea20af4-4e40-423d-8fe0-3a461d9ee67d" /></para>
    <para />
    <para>3. De horeca-exploitatievergunning is verleend voor het exploiteren van een sportkantine en overdekt terras op het padelterrein aan de [adres] in Amersfoort. Eisers stelt geluidsoverlast te ervaren van de exploitatie. Nadat de vergunning is verleend heeft zij al twee keer overlast gehad van versterkte muziek buiten. Eisers wijst zij erop dat tussen het clubgebouw en haar woning geen bebouwing aanwezig is. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen belanghebbende is. De rechtbank stelt vast dat het perceel van eiseres hemelsbreed ongeveer 430 meter van het clubgebouw met terras verwijderd is. Tussen het perceel van eiseres en de sportvereniging ligt weliswaar een grotendeels open gebied, maar ook een bomenrij en bossages aan de zuidzijde van het perceel, langs de [straat] en aan de noordzijde van het padelterrein. Door het gebied lopen openbare wegen en paden. In de lengterichting volgt het terrein grotendeels de loop van de woonwijken [woonwijk 1] en [woonwijk 2] . In de nabijheid zijn ook andere sportterreinen, waarvan ook een voetbalvereniging, die veel dichter bij de woning van eiseres ligt dan het padelterrein. Het gebied is wel open van karakter, maar wordt ook gekenmerkt door de nabijgelegen woonwijk en de (invloed van de) sportterreinen.</para>
    <para />
    <para>5. Dat eiseres feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt van de expolitatie  van de sportkantine en het terras is niet aannemelijk geworden. Eiseres heeft aangegeven dat de bezwaren voornamelijk zijn gericht tegen de geluidsoverlast die zij verwacht gedurende toernooien en feesten. Zij stelt ook last te hebben van andere sportterreinen, verenigingen en evenementen. De toevoeging van geluid afkomstig van de exploitatie van dit clubhuis en terras, ook als rekening wordt gehouden met de verleende alcoholvergunning, is in die context relatief klein van aard. Geluid van beoefening van het spel zelf was reeds toegestaan op basis van de omgevingsvergunning. Voor zover eiseres vreest voor versterkte muziek en feesten, stelt de burgemeester terecht dat versterkte muziek niet is toegestaan in de omgevingsvergunning en de horeca-exploitatievegunning en dat er geen feesten/bijeenkomsten van persoonlijke aard mogen worden gehouden. Al met al acht de rechtbank de gevolgen vanwege deze vergunning dermate gering dat ze niet kunnen worden aangemerkt als gevolgen van enige betekenis. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de feitelijke gevolgen van de nu toegestane activiteiten voor het woon- en leefomgeving van eiseres zo gering dat een persoonlijk belang bij de verleende vergunning ontbreekt.</para>
    <para />
    <para>6. Tot slot overweegt de rechtbank dat de burgemeester duidelijk heeft gemaakt op welke wijze eiseres kan klagen als zij overlast heeft. Eiseres heeft aangeven dat ze hopeloos wordt van de optelsom van de diverse bronnen van geluid. Dit is tot op enige hoogte voorstelbaar, maar het gaat nu om de exploitatievergunning in dit geding. Eiseres is er door de burgemeester op gewezen dat ze ook een handhavingsverzoek kan indienen als zij in haar ogen niet toegestane overlast ervaart, maar dat staat los van deze procedure.</para>
    <para />
    <para>7. De conclusie is dat de burgemeester terecht het bezwaarschrift niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is dus ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt het griffierecht Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2024 door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_22a412c8-0200-4169-944c-38ec91caa129" label="1">
    <para> Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cea20af4-4e40-423d-8fe0-3a461d9ee67d" label="2">
    <para> Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>