<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:6828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-14T13:56:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/4319</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6828">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-14T13:55:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6828 Rechtbank Midden-Nederland , 16-12-2024 / UTR 24/4319</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6828:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing subsidieaanvraag voor verwijderen van open haard en kachel. De regeling stelt als eis dat op het moment van de aanvraag, nog een werkende houtgestookte verwarming aanwezig moet zijn is. Eiser heeft dat niet aannemelijk gemaakt met foto’s. Ook heeft eiser niet in de geest van de regeling gehandeld, omdat het om gasgestookte haarden ging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6828:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/4319</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder </title>
    <para>(gemachtigden: mr. S. van Beest en mr. N. Verkerk).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag voor het verwijderen van twee schoorstenen en de daarop aangesloten open haard en kachel in zijn woning op 10 december 2024 behandeld op zitting. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de vader van eiser, de gemachtigden van het college en [A] , werkzaam bij het subsidiebureau van de gemeente Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <para>1. Waar gaat de zaak over? Eiser is op 7 januari 2024 eigenaar geworden van de woning [adres] in [plaats] . Voor het verwijderen van twee schoorstenen, de open haard op de begane grond en een kachel op de eerste verdieping heeft eiser bij het college subsidie aangevraagd. Het college heeft de subsidieaanvraag met het besluit van 22 maart 2024 afgewezen. </para>
    <para />
    <para>2. Met het besluit van 17 mei 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing gebleven. Het college stelt zich daarin op het standpunt dat niet is aannemelijk is gemaakt dat sprake was van een werkende houtkachel en open haard op het moment dat de aanvraag werd ingediend. De aanvraag is ingediend op 3 maart 2024 en de aangeleverde foto’s zijn van 14 januari 2024. Eiser is van mening dat hij recht heeft op de subsidie, omdat hij voldoende bewijs heeft geleverd dat de open haard en kachel nog in werking waren op het moment dat hij de woning kocht. </para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank is de subsidie op goede gronden geweigerd. In overeenstemming met het doel van de subsidieregeling, het stimuleren van het stoppen van stoken met hout om de luchtkwaliteit te verbeteren, stelt de regeling als eis dat op het moment van de aanvraag, nog een werkende houtgestookte verwarming aanwezig moet zijn is. Dat was in eisers geval niet vast te stellen. Hij heeft de aanvraag op 3 maart 2024 ingediend en hij foto’s overgelegd van 14 januari 2024. Hiermee was niet vast te stellen dat die kachel en open haard op 3 maart 2024 nog functioneerden. Uiteraard zeggen foto’s niet alles, maar eiser heeft helemaal geen foto’s van de situatie ten tijde van de aanvraag. Daarmee heeft hij geen toereikende onderbouwing van zijn aanvraag gegeven. Het college mocht de subsidieaanvraag dus weigeren omdat eiser niet aan de voorwaarden voldeed.</para>
    <para />
    <para>4. Er was ook geen reden voor tegemoetkoming in de wel gemaakte kosten. Uit de stukken blijkt dat het om gashaarden ging, waarvan 1 in de vorm van een gas gestookte open haard. In die zin heeft eiser ook niet expliciet in de geest van de regeling gehandeld. Ook al waren de haarden bij de aankoop nog in werking, het ging om gashaarden en niet om houtgestookte haarden. Het college bevestigde nog ter zitting dat voor het verwijderen van (werkende) gashaarden geen subsidie kan worden gekregen.</para>
    <para />
    <para>5. Ook overigens is geen reden gebleken om het besluit niet in stand te laten. De regeling is duidelijk en het is aan eiser om de juiste voorwaarden te kennen en hieraan te voldoen. Dat hij van iemand heeft gehoord dat hij subsidie kon krijgen, is te vaag om tot een ander oordeel te komen.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen subsidie krijgt. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
    <para>7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2024 door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>