<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:6619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-30T08:22:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10933055</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2024:4669" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2024:4669</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-30T08:20:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6619 Rechtbank Midden-Nederland , 11-12-2024 / 10933055</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Bemiddelingsovereenkomst. Geschil over aan de bemiddelaar toekomende provisie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10933055 \ LC EXPL  24-494</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: D. Hilten, werkzaam bij Juristu Incasso Juristen B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.M.A. Al Kadiri.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 31 juli 2024; </para>
      <para>- de akte van [gedaagde] met producties; </para>
      <para>- de antwoordakte van [eiser] met producties; </para>
      <para>- de akte uitlating producties van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 31 juli 2024 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [eiser] recht heeft op provisie voor zijn bemiddelingswerkzaamheden. In dat kader is [gedaagde] bevolen om facturen te overleggen en zich uit te laten over de provisie waar [eiser] recht op heeft. [eiser] is daarna in de gelegenheid gesteld om te reageren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beperking tot [zorginstelling] locatie [locatie] groep [nummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In haar akte na tussenvonnis heeft [gedaagde] allereerst opgemerkt dat [zorginstelling] over twaalf vestigingen beschikt. Eén van die vestigingen is [zorginstelling] locatie [locatie] . Iedere vestiging, dus ook [zorginstelling] locatie [locatie] , is onderverdeeld in groepen die worden aangeduid met een nummer. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] alleen recht op provisie over de omzet die is gerealiseerd bij [zorginstelling] locatie [locatie] groep [nummer] , omdat [eiser] [gedaagde] alleen in contact heeft gebracht met de manager van deze groep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Of dit klopt, kan naar het oordeel van de kantonrechter in het midden blijven. In het tussenvonnis is geoordeeld dat [eiser] alleen provisie vordert in verband met de omzet die bij [zorginstelling] locatie [locatie] is gerealiseerd, zodat deze procedure zich (in ieder geval) tot die locatie beperkt. [eiser] bij heeft de mondelinge behandeling echter niet alleen verklaard dat zijn vordering (schatting) is gebaseerd op de omzet bij [zorginstelling] locatie [locatie] , maar ook dat die vordering is gebaseerd op de omzet binnen groep [nummer] van deze vestiging. Dat betekent dat deze procedure zich niet alleen beperkt tot [zorginstelling] locatie [locatie] , maar ook tot groep [nummer] binnen deze vestiging.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij zijn antwoordakte heeft [eiser] twee (vrijwel identieke) schriftelijke verklaringen overgelegd van [A] en [B] . Daarin wordt verklaard dat tussen [eiser] en [gedaagde] is afgesproken dat de bemiddeling door [eiser] niet beperkt zou zijn tot [zorginstelling] locatie [locatie] , maar zou gelden voor alle afdelingen (vestigingen) van [zorginstelling] . De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Zoals gezegd beperkt deze procedure zich tot de omzet gerealiseerd bij [zorginstelling] locatie [locatie] groep [nummer] . De vraag of [eiser] ook succesvol heeft bemiddeld bij andere vestigingen en/of groepen van [zorginstelling] gaat het bestek van deze procedure te buiten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit de verklaring van [A] volgt nog dat het provisiepercentage per november 2021 naar 40% zou zijn verhoogd. In het tussenvonnis is reeds geoordeeld dat ervan moet worden uitgegaan dat het percentage per 1 februari 2022 is verhoogd, zodat de kantonrechter hieraan voorbijgaat.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De omzet bij [zorginstelling] locatie [locatie] groep [nummer] en de provisie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Voor het vaststellen van de bij [zorginstelling] locatie [locatie] (groep [nummer] ) gerealiseerde omzet heeft de kantonrechter geoordeeld dat het noodzakelijk is om inzage te krijgen in de door [gedaagde] aan [zorginstelling] locatie [locatie] in rekening gebrachte bedragen in verband met het gebruik van het platform. In het tussenvonnis is [gedaagde] daarom bevolen om de facturen die zij aan [zorginstelling] locatie [locatie] in dit kader heeft verzonden te overleggen, en wel over de periode 15 juli 2020 tot 3 maart 2023. Verder is [gedaagde] bevolen zich uit te laten over de volgens haar op grond van de facturen aan [eiser] toekomende provisie.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In haar akte heeft [gedaagde] een aantal facturen overgelegd en gesteld dat zij in de periode 15 juli 2020 tot 3 maart 2023 een omzet van € 6.525,00 exclusief btw heeft gerealiseerd bij [zorginstelling] locatie [locatie] groep [nummer] . Gelet op de in het tussenvonnis vastgestelde provisiepercentages heeft [eiser] volgens [gedaagde] recht op een provisie van </para>
        <para>€ 1.310,00 exclusief btw. Omdat [gedaagde] al € 1.041,25 aan [eiser] heeft betaald, heeft [eiser] nog recht op € 268,75, aldus [gedaagde] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft deze door [gedaagde] gestelde bij [zorginstelling] locatie [locatie] groep [nummer] gerealiseerde omzet niet betwist. Hetzelfde geldt voor de door [gedaagde] op basis van die omzet berekende provisie. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dit klopt. Dit betekent dat [eiser] nog recht heeft op betaling van € 268,75. [gedaagde] zal worden veroordeeld om dit bedrag aan [eiser] te betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 14 december 2022. Aan de wettelijke vereisten van artikel 6:119a BW is voldaan. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [eiser] de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW vordert. [gedaagde] heeft de gevorderde ingangsdatum van de wettelijke handelsrente niet betwist, zodat de kantonrechter de handelsrente zal toewijzen vanaf 14 december 2022. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van € 1.002,79 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is en dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw is niet toewijsbaar, omdat [eiser] niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van</para>
        <para>artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is verder hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief omdat een deel van de vordering wordt afgewezen. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief exclusief btw, zijnde € 40,31. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Met betrekking tot de proceskosten overweegt de kantonrechter het volgende. Op grond van artikel 7 van de bemiddelingsovereenkomst was [gedaagde] verplicht om [eiser] inzage te verschaffen in de door [gedaagde] bij [zorginstelling] locatie [locatie] in rekening gebrachte bedragen in verband met het gebruik van het platform, inclusief alle stukken die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de provisie. Niet gebleken is dat [gedaagde] dit voorafgaand aan deze procedure (voldoende) heeft gedaan, ondanks herhaalde verzoeken van [eiser] . Slechts gebleken is dat [gedaagde] creditfacturen aan [eiser] zond, waarop de bij [zorginstelling] gerealiseerde omzet stond vermeld. Dit is niet voldoende. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om [eiser] inzage te verstrekken in de facturen die zij aan [zorginstelling] stuurde. Deze procedure had wellicht voorkomen had kunnen worden als [gedaagde] [eiser] deze inzage had verschaft en aan [eiser] het (in ieder geval volgens haar) nog verschuldigde bedrag aan provisie had betaald. Dit maakt dat de proceskosten van deze zaak voor rekening van [gedaagde] komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>115,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>123,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,5 punten × € 82,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>41,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>527,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	De beslissing </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 268,75 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 14 december 2022 tot de voldoening; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 40,31 aan buitengerechtelijke incassokosten; </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 527,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>45353</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>