<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:656</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T12:47:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/066889-21 (uitstel VI); zaaksnummer VI: 029147-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:656">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:656</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-13T12:41:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:656 Rechtbank Midden-Nederland , 05-01-2024 / 16/066889-21 (uitstel VI); zaaksnummer VI: 029147-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:656:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitstel voorwaardelijke invrijheidstelling | Het gaat in deze procedure om de vraag of het openbaar ministerie in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen. Dat is het geval. Voorstelbaar is dat het openbaar ministerie in de gegeven omstandigheden nader onderzoek wil doen om het recidive risico beter te kunnen duiden. Dat op basis van de inhoud van de reclasseringsrapportage ook een andere beslissing verdedigbaar was geweest,  maakt dat niet anders.  Om die reden is de rechtbank van oordeel dat het bezwaarschrift van de veroordeelde ongegrond dient te worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:656:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/066889-21 (uitstel VI)  </para>
      <para>Zaaksnummer VI: 029147-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing ex artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 5 januari 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van de officier van justitie tot afstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>gedetineerd te PI [verblijfplaats] ,</para>
      <para>(hierna: veroordeelde).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank van 19 april 2022 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de dagen die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. De tenuitvoerlegging van voornoemde vrijheidsstraf is gestart op 21 juni 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorlopige datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde is 12 december 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing voorwaardelijke invrijheidstelling (uitstel van v.i.) van de Advocaat-Generaal van 8 november 2023 strekt ertoe dat het nemen van de beslissing over het verlenen van de voorwaardelijke invrijheidstelling met een termijn van 120 dagen zal worden uitgesteld, te rekenen vanaf bovengenoemde v.i.-datum. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van veroordeelde, A. Knol, advocaat te Amsterdam, heeft een bezwaarschrift ex artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering ingediend op 22 november 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is ontvankelijk in zijn bezwaarschrift, nu het bezwaarschrift op 22 november 2023 is ontvangen op de griffie van de rechtbank en de grond bevat waarop zij berust.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2. 	Het onderzoek ter terechtzitting <?linebreak?>Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 5 januari 2024. Daarbij zijn gehoord:</title>
    <para />
    <para>- de officier van justitie, mr. M.M. Rademaker;</para>
    <para>- de veroordeelde [veroordeelde] , bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A. Knol, advocaat te Amsterdam. </para>
    <bridgehead role="bold">3. 	De rapportage en toelichting daarop </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het rapport van Tactus verslavingszorg van 23 augustus 2023 is gebleken dat zij positief adviseren over de v.i. Zij adviseren hierbij onderstaande bijzondere voorwaarden op te leggen, zodat veroordeelde de gehele periode van zijn v.i. kan werken aan gedragsverandering onder toeziend oog van de reclassering en met de benodigde controles en hulpverlening. Volgens de rapporteur biedt deze manier van toewerken naar vrijheid veroordeelde meer kansen om te werken aan gedragsverandering dan wanneer de veroordeelde zijn gehele detentie uit moet zitten en veroordeelde zonder enige vorm van behandeling en begeleiding naar buiten gaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>meldplicht bij reclassering; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ambulante behandeling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>contactverbod; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>locatieverbod (met elektronische monitoring); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerken aan schuldhulpverlening; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermijden contact met minderjarigen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke beslissing tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift moet worden toegewezen. Hiertoe heeft zij haar pleitnota overhandigd (bijgevoegd). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van de rechtbank </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 6:2:12, eerste lidvan het Wetboek van Strafvordering kan  een voorwaardelijke invrijheidstelling bij beslissing van het openbaar ministerie worden uitgesteld of achterwege blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie wil graag een aanvullende NIFP-rapportage laten opstellen, zodat meer duidelijkheid wordt verkregen over de persoon van veroordeelde en om eerdere tegenstrijdigheden over de persoon van verdachte in de dossierinformatie te kunnen duiden. Het openbaar ministerie is van mening dat in afwachting van dit onderzoek geen v.i. kan worden verleend omdat op dit moment geen accuraat risicomanagementplan kan worden opgesteld dat de risico’s  in voldoende mate inperkt. Bovendien is in de ogen van het openbaar ministerie geen sprake van een aanvaardbaar adres, aangezien een van de slachtoffers uit deze strafzaak op het adres woont waar veroordeelde zich wenst te vestigen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat op basis van de inhoud van de reclasseringsrapportage ook een andere beslissing denkbaar was geweest. In deze procedure gaat het echter niet om de vraag of dat een betere beslissing zou zijn geweest. De rechtbank kan de beslissing van het openbaar ministerie slechts in beperkte  mate toetsen. Het gaat in deze procedure om de vraag of het openbaar ministerie in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen. Dat is het geval. Voorstelbaar is dat het openbaar ministerie in de gegeven omstandigheden nader onderzoek wil doen om het recidive risico beter te kunnen duiden. Dat op basis van de inhoud van de reclasseringsrapportage ook een andere beslissing verdedigbaar was geweest,  maakt dat niet anders.  Om die reden is de rechtbank van oordeel dat het bezwaarschrift van de veroordeelde ongegrond dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing <?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank:<?linebreak?></para>
      <para>- verklaart het bezwaarschrift tot verlening van de voorwaardelijke invrijheidstelling ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en S.I. Eijfferts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E.J. van de Mortel als griffier en uitgesproken ter openbaar terechtzitting van deze rechtbank van 5 januari 2023. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>