<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:6473</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-11T13:17:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/183</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6473">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6473</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-11T13:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6473 Rechtbank Midden-Nederland , 19-07-2024 / UTR 24/183</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6473:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mondelinge uitspraak, tegen besluiten over het verschuldigd zijn van een bestuursrechtlijke premie of hoogte van die premie kan geen beroep worden ingesteld, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6473:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/183 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CAK afdeling Bezwaar en Beroep, het CAK </title>
    <para>(gemachtigde: J.M. Nijman).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de brief van het CAK van 25 augustus 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 25 augustus 2023 heeft het CAK eiseres een brief gestuurd, waarin aan eiseres is medegedeeld dat haar zorgverzekeraar Zilveren Kruis haar heeft aangemeld bij het CAK, omdat eiseres zes maanden of langer haar zorgpremie niet heeft betaald. Eiseres moet daarom vanaf 1 september 2023 een bestuursrechtelijke premie betalen aan het CAK. Dit bedrag wordt door eiseres betaald door maandelijks een bedrag van € 165,70 in te houden op het inkomen van eiseres. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiseres is het niet eens met het primaire besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Zij is het niet eens met het bedrag dat betaald moet worden, dit is namelijk te hoog. Verder is eiseres van mening dat er een betalingsregeling getroffen had moeten worden met Zilveren Kruis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij besluit van 28 november 2023 (het bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van de aanmelding bij het CAK en de hoogte van de te betalen premie. Verder heeft het CAK het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard ten aanzien van haar bezwaar over de manier waarop zij moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>In de brief van 25 oktober 2023 heeft het CAK besloten dat eiseres vanaf 1 november 2023 weer moet betalen aan haar zorgverzekeraar in plaats van aan het CAK, omdat eiseres en haar zorgverzekeraar een betalingsregeling zijn overeengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 19 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het CAK. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Eiseres stelt dat er een betalingsregeling had moeten worden gestart met het Zilveren Kruis in plaats van dat zij aan het CAK moet betalen. Eiseres stelt dat zij een te hoog bedrag aan premie heeft moeten betalen (dat van haar uitkering is ingehouden) en dat dit aan haar moet worden teruggestort. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank begrijpt de beroepsgronden van eiseres zo dat deze gericht zijn tegen haar aanmelding bij het CAK van 1 september 2023 tot 1 november 2023 en tegen de hoogte van de te betalen premie. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank oordeelt als volgt. In de wet is bepaald dat tegen besluiten over het verschuldigd zijn van een bestuursrechtelijke premie of de hoogte van die premie geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_f402732c-c659-499f-87de-b96839ac0784" /> Dit betekent dat de rechtbank niet kan beoordelen of Zilveren Kruis eiseres terecht heeft aangemeld bij het CAK wegens het niet betalen van de premie.<footnote-ref linkend="_00096c72-0f5a-4653-9fd9-3468f9fe6de2" /> Nu tegen dit besluit geen beroep ingesteld kan worden, betekent dat ook dat tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt kan worden.<footnote-ref linkend="_3a4c408b-c959-46ad-b537-7c7f25212882" /> Het CAK heeft daarom terecht het bezwaar van eiseres op dit punt niet-ontvankelijk verklaard. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>5. Ter voorlichting aan eiseres merkt de rechtbank nog op dat eiseres het geschil met haar zorgverzekeraar voor wat betreft de aanmelding bij het CAK kan voorleggen aan de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen. Ook heeft eiseres de mogelijkheid om haar zorgverzekeraar te betrekken in een procedure bij de civiele rechter.<footnote-ref linkend="_e7763c5e-e69d-4039-8471-fcb87aaf8e35" /></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f402732c-c659-499f-87de-b96839ac0784" label="1">
    <para> Zie artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00096c72-0f5a-4653-9fd9-3468f9fe6de2" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 26 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:450.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a4c408b-c959-46ad-b537-7c7f25212882" label="3">
    <para> Zie artikel 7:1 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e7763c5e-e69d-4039-8471-fcb87aaf8e35" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van beroep van 28 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:565</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>