<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:6293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T10:05:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 24/6502</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6293">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T10:05:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6293 Rechtbank Midden-Nederland , 01-11-2024 / UTR 24/6502</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6293:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De burgemeester heeft de woning kunnen sluiten ivm illegale prostitutie (overtreding APV).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:6293:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 24/6502</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 november 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. van Viegen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de burgemeester van de gemeente Lelystad, de burgemeester </title>
    <para>(gemachtigden: mr. S.P. Ligthart en mr. S.R.S. Martinus).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de sluiting van zijn huurwoning aan de [adres] in [plaats] voor de duur van twee maanden. De woning is gesloten in verband met het uitoefenen van een seksbedrijf zonder vergunning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde en de gemachtigden van de burgemeester. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de huurwoning nu gesloten blijft en verzoeker dus (nog) niet naar huis kan. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter kijkt eerst of het bezwaar van verzoeker tegen de sluiting een redelijke kans van slagen heeft, aan de hand van de argumenten van verzoeker. Daarna weegt zij de belangen van verzoeker en van de burgemeester. </para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter vindt dat het bezwaar van verzoeker op dit moment geen redelijke kans van slagen heeft. In de eerste plaats oordeelt de voorzieningenrechter dat het besluit tot sluiting van de woning juist is bekendgemaakt. De burgemeester heeft het besluit per e-mail aan de gemachtigde van verzoeker gestuurd. Er was al eerder met en door de gemachtigde gemaild via dit e-mailadres en daarmee heeft hij kenbaar gemaakt dat hij voldoende bereikbaar was via deze weg. Daarmee staat vast dat het besluit op juiste wijze is bekendgemaakt, maar bovendien heeft de burgemeester ook nog gebeld met de gemachtigde en is het besluit zowel per aangetekende als normale post aan verzoeker gestuurd. </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat de burgemeester de woning heeft gesloten vanwege overtreding van artikelen 3:3 en 3:14 van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 (APV). Op de zitting is door verzoeker bevestigd dat hij die overtreding niet weerspreekt, maar dat hij het niet heeft gedaan. Hij heeft iemand in zijn huis laten verblijven voor een paar dagen en was niet op de hoogte van enige prostitutie. Toch wordt hij nu daarvoor gestraft. Dit vindt verzoeker niet kunnen en in strijd met de onschuldpresumptie.   </para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van strijd met de onschuldpresumptie. De sluiting is een herstelsanctie en geen punitieve sanctie. Ook loopt er bij weten van de voorzieningenrechter (en zoals is bevestigd door verzoeker op zitting) geen strafrechtelijke procedure waarmee de voorzieningenrechter in deze procedure rekening moet houden. Daarnaast is verzoeker als enig huurder van zijn woning verantwoordelijk voor wat er in zijn huis gebeurt. Dat betekent dat ook als verzoeker zou worden gevolgd in de stelling dat hij niet wist van de prostitutie, hem nog altijd een verwijt te maken valt. </para>
    <para />
    <para>6. Dat de overtreding van korte duur (max. drie dagen) zou zijn geweest, volgt de voorzieningenrechter daarnaast niet. De burgemeester heeft op basis van het dossier aannemelijk mogen vinden dat de overtreding langer heeft geduurd. Ook verder heeft de burgemeester in de belangen van verzoeker geen aanleiding hoeven zien om van sluiting af te zien of het huis voor kortere tijd te sluiten. Inherent aan de sluiting is dat verzoeker zijn huis niet in kan. Dat is daarom een onvoldoende zwaarwegend belang. Dat neemt niet weg dat de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker na een lange werkdag thuis wilt kunnen zijn en ook zijn dochter thuis wilt kunnen ontvangen in de weekenden. Hoewel de voorzieningenrechter dat begrijpt, vindt zij wel dat de burgemeester heeft mogen vinden dat die belangen niet opwegen tegen de belangen die met de sluiting zijn gediend. </para>
    <para />
    <para>7.  Voor zover verzoeker tot slot stelt dat er sprake is van schending van fundamentele rechtsbeginselen en/of het legaliteitsbeginsel, merkt de voorzieningenrechter op dat die stellingen niet zijn onderbouwd. Het bezwaar heeft ook daarom op dit moment geen redelijke kans van slagen. </para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter moet – zoals gezegd – bij een verzoek om een voorlopige voorziening ook altijd nog zelf de belangen afwegen, maar als al duidelijk is dat het bezwaar niet zal slagen, is er weinig ruimte om op grond van een belangenafweging nog te beslissen dat de woning open mag blijven. De belangenafweging van de voorzieningenrechter valt hier gedeeltelijk samen met die van de burgemeester en daarom verwijst zij naar wat hiervoor al is overwogen over het belang van verzoeker en het belang van de burgemeester bij sluiting. Daaraan voegt de voorzieningenrechter nog toe dat als het verzoeker gaat om de mogelijkheid om spullen uit zijn huis te halen, de burgemeester heeft toegezegd hiervoor een afspraak met verzoeker te maken. Dit is dus ook geen reden om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. </para>
    <para />
    <para>9. De conclusie is dan ook dat het verzoek wordt afgewezen. Dat betekent dat verzoekers huis gesloten blijft en verzoeker dus niet op dit moment naar huis kan. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>10. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2024 door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>